{"type":"document","data":{"id":"e3850893-db98-4253-be87-9db0afcb650d","localeString":"nl-NL","publishDate":"2026-03-31T14:05:53.912+02:00","contentType":"onecms:editorialPage","hasMacro":false,"flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"robotInstruction":{"noIndex":false,"noFollow":false},"description":"Gemeenten en onderwijssectoren staan voor grote uitdagingen bij het verduurzamen van hun vastgoed."},"mainHeaderZone":{"componentType":"editorialHeader","coreHeader":{"title":"Verduurzaming vastgoed gemeenten en scholen gaat niet snel genoeg","body":"Gemeenten en onderwijssectoren staan voor grote uitdagingen bij het verduurzamen van hun vastgoed. Om de klimaatdoelen te halen moet het tempo omhoog, maar financiële beperkingen vormen een sta in de weg. Het financieringsgat tot en met 2030 bedraagt naar verwachting minimaal €3 miljard, op basis van de routekaarten en gereserveerde overheidssubsidie. De verduurzamingsuitdagingen zijn het grootst voor gemeenten, basis- en voortgezet onderwijs vanwege achterstallig onderhoud in combinatie met onduidelijke, gedeelde huisvestingsverantwoordelijkheden. In het beroepsonderwijs en bij universiteiten zijn er minder belemmeringen, vanwege meer geconcentreerd en nieuwer vastgoed en doordat zij de kosten en opbrengsten van verduurzaming zelf dragen. Behalve het verhogen van verduurzamingsgelden en het beperken van belemmeringen op landelijk niveau, vergt versnelling forsere bestuurlijke inspanningen en meer samenwerking van gemeenten en onderwijs. Oplossingen liggen ook in het vrijspelen van meer middelen, een gestructureerde verduurzamingsaanpak en het benutten van schaalvoordelen."},"backLink":{"textLink":{"url":"/zakelijk/sector/public","text":"Public"}},"date":"2023-11-16","readingTime":15,"authorInfo":{"authorName":"Edse Dantuma","jobTitle":"Econoom Industry & Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/e84b8860-133f-46c2-92cc-c4949b77eb50/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270","type":"image","width":3355,"original":"https://assets.ing.com/m/24b31aef632f3069/original/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270.jpg","extension":"jpg"}}},"flexZone":{"flexComponents":[{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong><span><span><span><span><span>Inleiding</span></span></span></span></span></strong><br /><span><span><span><span><span>In deze publicatie staat het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed in bezit van gemeenten en onderwijsorganisaties centraal. We kijken naar de uitdagingen, inspanningen, belemmeringen en versnellingskansen. De overheid is de aanjager van de energietransitie in het bedrijfsleven, maar organisaties in het publieke domein moeten zelf ook verduurzamen om klimaatneutraal te worden. Het maatschappelijk vastgoed dat zij in bezit hebben vormt een belangrijk onderdeel van hun aanpak. </span></span></span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Inhoud:</strong></span></span></span><br /><span><span><span>1. Uitdagingen</span></span></span><br /><span><span><span>2. Aanpak en voortgang</span></span></span><br /><span><span><span>3. Belemmeringen</span></span></span><br /><span><span><span>4. Versnellingskansen</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"1. Uitdagingen"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Maatschappelijk vastgoed gemeenten en onderwijs goed voor 1% van landelijke uitstoot</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Gemeenten en onderwijssectoren hebben in 2019 en 2020 sectorale <a href=\"https://bouwstenen.nl/routekaart-maatschappelijk-vastgoed\">routekaarten</a> richting klimaatneutraliteit in 2050 opgesteld. Met het maatschappelijk vastgoed dat zij in eigendom hebben – maar niet altijd zelf gebruiken – waren zij in 2018 verantwoordelijk voor bijna 2 miljard kilo aan broeikasgassen. Dat is ongeveer 1% van de totale Nederlandse uitstoot. Zij hebben daarmee een aandeel van 8% in de totale uitstoot van de klimaatsector gebouwde omgeving. </span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/2b0415a3-5851-46df-a6e8-d2c3e628e950/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig1-uitstootaandeel-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/43c7a05833356e02/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig1-uitstootaandeel-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Sterk gefragmenteerd en divers bezit</strong></span></span></span><br /><span><span><span>De uitstoot van maatschappelijk vastgoed is verspreid over ruim 36.000 gemeentelijke panden inclusief 2.500 onderwijspanden en daarnaast nog ruim 7.600 panden in bezit van onderwijsorganisaties. Het vastgoed is niet alleen gefragmenteerd, het is ook zeer divers. Het varieert van kantoren, sportlocaties en gebouwen in gebruik door cultuur-, welzijnsorganisaties, tot monumentale panden die vaak zeer moeilijk zijn te verduurzamen. Voor monumenten is landelijk een specifieke routekaart voor verduurzaming opgesteld. Gemeenten en onderwijsorganisaties vertalen de sectorale routekaarten naar individuele portefeuilleroutekaarten om beleidsafwegingen voor de langere termijn te maken. Daarbij staat het gebouwgebonden energiegebruik centraal, oftewel alle energie die nodig is voor verwarmen, koelen, ventileren en verlichten van het gebouw.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Verduurzaming maatschappelijk vastgoed moet versnellen om reductiedoel 2030 te halen</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Voor de gebouwde omgeving is in de EZK-kamerbrief van april 2023 de maximum toegestane uitstoot vastgesteld op 13,2 megaton in 2030. Uitgaande van dezelfde uitstootverhouding tussen woningen en utiliteitsgebouwen als in de gestelde beleidsdoelen in 2021, staan gemeenten en onderwijsinstellingen voor een substantiële reductie-opgave. Op basis van deze verhouding komt het tussendoel voor ‘restemissie’ van utiliteitsgebouwen in 2030 op 3,7 megaton. Dit vergt een uitstootreductie van 47% ten opzichte van de uitstoot in 2021. Dit betekent dat de snelheid van verduurzaming omhoog moet voor bezitters van utiliteitsgebouwen, waaronder gemeenten en onderwijsorganisaties (een uitsplitsing van uitstootcijfers voor maatschappelijk en commercieel vastgoed is helaas niet beschikbaar). De uitstootreductie zou van 3% per jaar tussen 2012 en 2021 omhoog moeten naar bijna 7% per jaar tussen 2021 en 2030.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ebf42786-5430-409a-bed4-b0a236a45c14/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig2-Versnelling-uitstootreductie-utiliteitsgebouwen-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/4641fc9922acf15b/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig2-Versnelling-uitstootreductie-utiliteitsgebouwen-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"testimonial","testimonialList":[{"authorInfo":{"authorName":"Jan Willem Spijkman","jobTitle":"Sectorbanker Public","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/b1ed78ff-375d-466c-a670-ef91cabdaf02/Jan-Willem-Spijkman","type":"image","width":1024,"altTextNL":"Jan-Willem Spijkman","original":"https://assets.ing.com/m/86e497c733f4ca1/original/Jan-Willem-Spijkman.jpg","extension":"jpg"}},"testimonialText":{"body":"Hoewel de uitdagingen groot zijn, kunnen gemeenten en onderwijs zelf nog diverse stappen zetten om te versnellen. Verduurzaming van vastgoed moet hoger op de beleidsagenda komen. Verder zijn meerjarenplannen, een toegewijde projectorganisatie en meer onderlinge samenwerking nodig.","textLink":{"url":"/zakelijk/sector/public/jan-willem-spijkman","text":"Voor vragen neem contact op met Jan Willem"}}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Overheidsbeleid gericht op normering, beprijzing, subsidiëring en ontzorging</strong></span></span></span><br /><span><span><span>In de landelijke <a href=\"https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnelling-verduurzaming-gebouwde-omgeving\">aanpak</a> voor versnelde verduurzaming van de gebouwde omgeving staat energiebesparing centraal. De rijksoverheid tracht ook vanwege haar voorbeeldrol maatschappelijk vastgoed versneld te verduurzamen. Het landelijke en Europese beleid bestaat uit een combinatie van:</span></span></span></p><ul><li><span><span><span>Normering – Mede op basis van de nieuwe Energy Efficiency Directive (<a href=\"https://energy.ec.europa.eu/news/new-energy-efficiency-directive-published-2023-09-20_en\">EED</a>) moet jaarlijks ten minste 3% van het maatschappelijk vastgoed worden gerenoveerd tot zo goed als energieneutraal. Nederland hanteert met de circa 7% uitstootreductie voor maatschappelijk vastgoed dus een ambitieuzer pad dan de richtlijn. Daarnaast is in het Nederlandse versnellingsprogramma het streven opgenomen om in 2030 op minimaal 80% van de geschikte overheidsdaken zonnepanelen te hebben liggen. Verder vallen ruim 100.000 utiliteitsgebouwen onder de energiebesparingsplicht. </span></span></span></li><li><span><span><span>Beprijzing – Vanuit de EU is aanvullend verduurzamingsbeleid in ontwikkeling voor de gebouwde omgeving, waaronder de beprijzing van uitstoot via een emissiehandelssysteem dat in 2027 moet ingaan (zie box).</span></span></span></li><li><span><span><span>Subsidiëring – Om een versnelling in gang te zetten stelt de rijksoverheid sinds 2022 de subsidie Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) beschikbaar.</span></span></span></li><li><span><span><span>Ontzorging – Provincies bieden ondersteuning via hun ontzorgingsprogramma’s voor maatschappelijk vastgoed, waarbinnen adviseurs kleine vastgoedeigenaren in bijvoorbeeld het onderwijs gratis helpen verduurzamen.</span></span></span></li></ul><p><span><span><span><strong>Verplichte uitfasering F- en G-labels vooral voor schoolgebouwen grote uitdaging</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Het Europese voorstel voor een nieuwe Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) stimuleert lidstaten om nieuwe gebouwen vanaf 2030 volledig emissievrij te bouwen en bestaande gebouwen met energielabels F en G voor 2030 tot minimaal label C te verduurzamen. Complicatie voor primair en voortgezet onderwijs (PO en VO) en gemeenten, als eigenaren, is dat meer dan 30% van de schoolgebouwen label F of G heeft. Voor het totale onderwijs is dit zo’n 22%. Bij kantoren en sportaccommodaties is dit aandeel met respectievelijk 13% en 11% bijvoorbeeld een stuk lager.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/cc0265c8-e9ba-41be-aa96-9d6b48efdab6/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig3-energielabels-onderwijs-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/5240f8c660350841/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig3-energielabels-onderwijs-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"BOX: Normen verduurzaming maatschappelijk vastgoed aangescherpt   –   Op weg naar klimaatneutraliteit in 2050 heeft het (inmiddels demissionaire) kabinet Rutte IV, in lijn met het Europese Fit-for-55-beleid als doel gesteld in 2030 voor alle sectoren samen ten minste...","richBody":{"value":"<p>55% CO2 te reduceren ten opzichte van 1990. Rekening houdend met een onzekerheidsmarge worden beleidsmaatregelen op 60% reductie ingestoken. Actuele en nog vast te stellen maatregelen zijn:</p><ul><li><span><span><span><span>Sinds 1 januari 2023 is </span><a href=\"https://www.rvo.nl/onderwerpen/wetten-en-regels-gebouwen/energielabel-c-kantoren#tussenstand-op-1-juli-2023\"><span>energielabel C</span></a><span> het minimaal verplichte niveau voor kantoorgebouwen. </span></span></span></span></li><li><span><span><span><span>De nieuwe Europese Energy Efficiency Directive (</span><a href=\"https://energy.ec.europa.eu/news/new-energy-efficiency-directive-published-2023-09-20_en\"><span>EED</span></a><span>) is definitief aangenomen. Die verplicht lidstaten het energiegebruik van publieke instellingen met 1,9% per jaar te verminderen en elk jaar 3% van het gebouwoppervlak van publieke instellingen te renoveren tot Bijna Energieneutraal Gebouw (BENG). Een alternatieve renovatieaanpak die tot hetzelfde of een beter resultaat leidt – via maatregelen op natuurlijke momenten van verbouwing of renovatie – blijft behouden, net als het rapporteren op sectorniveau.</span></span></span></span></li><li><span><span><span><span>Grotere bedrijven en instellingen zijn volgens de </span><a href=\"https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/06/29/vanaf-1-juli-aanscherping-energiesparingsplicht-voor-bedrijven-en-instellingen\"><span>energiebesparingsplicht</span></a><span> verplicht om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar (vanaf 2027 zeven jaar) of minder uit te voeren. Dit gaat onder andere om gebouwgerelateerde maatregelen, zoals spouwmuurisolatie, efficiënte installaties en daglichtregelingen. Ook maatregelen voor de productie van of de overstap op hernieuwbare energie(dragers) verplicht. Hiervoor is ‘Erkende maatregelenlijst energiebesparing’ opgesteld met daarop 149 verduurzamingsmogelijkheden met een korte terugverdientijd. </span></span></span></span></li><li><span><span><span><span>Voor nieuwe gebouwen stelt de Europese Commissie (EC) in de nieuwe Energy Performance of Buildings Directive (</span><a href=\"https://think.ing.com/articles/review-of-the-energy-performance-of-buildings-directive-major-renovations-ahead\"><span>EPBD</span></a><span>) voor dat deze vanaf 2030 volledig emissievrij moeten zijn. Deze richtlijn is najaar 2023 nog in behandeling. Voorstel is om lidstaten voor 2027 te verplichten om 15% van de gebouwen met de slechtste energieprestatie, energielabel G conform de nieuwe labelclassificatie, te verduurzamen tot minimaal energielabel C. Voor 2030 zouden dan de gebouwen met (nieuw) energielabel F tot minimaal energielabel C moeten zijn verduurzaamd. </span></span></span></span></li><li><span><span><span><span>Voor 2027 voorziet de EC een EU-breed emissiehandelssysteem voor gebouwen en wegtransport (ETS-BRT). In dit systeem zullen energieleveranciers rechten moeten kopen voor de uitstoot van CO2 in deze sectoren.</span></span></span></span></li></ul>"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"2. Aanpak en voortgang"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Verduurzaming gemeenten en onderwijs op gang gekomen…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Het goed meten van verbruik en uitstoot is nog een uitdaging voor de individuele sectoren, maar volgens een inschatting van <a href=\"https://kennisdelen.rvo.nl/files/view/f104bec8-2f2a-4c55-8f03-08220b404f27/definitieve-infographic-monitor-sectorale-routekaarten.pdf\">RVO en BZK</a> loopt de totale CO2-uitstoot van maatschappelijk vastgoed inmiddels over de hele linie terug. Terwijl het wetenschappelijk onderwijs in 2021 maar liefst 17% onder de uitstoot van 2019 bleef, deden gemeenten het met 19% minder uitstoot nog beter. Daarmee lijken deze sectoren, net als het Mbo dat volgens berekeningen van Mbo Raad en ABF Research 10% reductie heeft gerealiseerd, goed op weg richting het tussendoel van 55% reductie in 2030. Ook het funderend onderwijs laat sinds 2019 een afname van de uitstoot zien van bijna 7%, maar moet het tempo nog fors opvoeren richting 2030. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…maar laaghangend fruit veelal geplukt, waardoor uitdagingen toenemen </strong></span></span></span><br /><span><span><span>Toch vergt het ook voor de gemeenten en de andere onderwijssectoren fors meer inspanning om de verduurzaming verder te versnellen. Eerst zijn namelijk de meest kosteneffectieve maatregelen zoveel mogelijk grootschalig uitgerold. Denk aan het plaatsen van zonnepanelen en het isoleren van kozijnen, daken, vloeren en wanden en bijvoorbeeld het aanbrengen van LED-verlichting met sensoring voor automatische in- en uitschakeling. Grote gemeenten geven aan dat het laaghangend fruit veelal geplukt is. De resterende opgave is een stuk uitdagender. De zogenoemde ‘no-regret-maatregelen’ zijn inmiddels veelal uitgevoerd. Bovendien wordt met het oog op de publieke voorbeeldrol hier en daar geëxperimenteerd om nieuwe technieken door te ontwikkelen voor opschaling, wat met extra kosten en onzekere opbrengsten gepaard gaat.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Vooral onderwijs heeft nog lange weg te gaan om tussendoel 2030 te halen</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Richting tussendoel van 55% reductie in 2030 (ten opzichte van 1990) hebben de onderwijssectoren nog een relatief grote verduurzamingsopgave te voltooien. Zij moeten hun uitstoot tussen 2021 en 2030 nog meer dan halveren. Gemeenten hebben tot 2030 nog ruim een derde van het 2021-uitstootniveau te reduceren.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/fe011cf8-5e2a-45c2-8806-c0367346098c/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig4-Onderwijssectoren-ver-van-emissiedoel-2030-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/16d080cd5eef4bef/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig4-Onderwijssectoren-ver-van-emissiedoel-2030-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>2050-doelstelling wordt bij lange na niet gehaald bij gelijkblijvende investeringen</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Vooruitkijkend richting 2050 zien gemeenten en onderwijs enorme uitdagingen op zich afkomen. In haar sectorale routekaart noemt de VNG bij gelijkblijvende vastgoedinvesteringen en voortschrijdende techniek een CO2-reductie van 67% ten opzichte van 2018 haalbaar. Voor onderwijsgebouwen ligt bij een stabiel investeringsniveau slechts iets meer dan een halvering van de uitstoot voor de hand. De verwachte reductie in 2050 varieert dan van 55% van het huidige uitstootniveau in het Mbo tot 60% in het Hbo, met het funderend onderwijs (PO en VO) er tussenin.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/11959cad-3fed-49bb-8959-a63b638826b3/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig5-Gemeenten-en-onderwijs-ver-van-CO2-neutraliteit-in-2050-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/710c22786a0083ca/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig5-Gemeenten-en-onderwijs-ver-van-CO2-neutraliteit-in-2050-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>PO en VO nemen mede dankzij zonnepanelen minder elektriciteit af…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Het funderend onderwijs heeft de laatste jaren met het installeren van zonnepanelen succes geboekt. Uit de laatste update van de ‘dashboards energieverbruik maatschappelijk vastgoed’ van het CBS uit 2022 blijkt dat PO en VO samen in 2021 inclusief teruglevering door gebruik van zonnepanelen netto zo’n 7% minder elektriciteit hebben geconsumeerd (per vierkante meter BVO) dan in 2019.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…maar grote kwaliteitsachterstand bemoeilijkt verduurzaming</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Het funderend onderwijs heeft zowel op het vlak van energieprestatie als op het vlak van bouwkwaliteit een flinke <a href=\"https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/12/ibo-onderwijshuisvesting-funderend-onderwijs-een-vak-apart-een-toekomstbestendig-onderwijshuisvestingsstelsel\">inhaalslag</a> te maken. De relatief slechte staat van PO- en VO-gebouwen heeft een negatief effect op leerprestaties en zorgt voor een ruim twee keer zo hoog energieverbruik als bij gemeentelijke gebouwen. Vergeleken met het verbruik van Mbo-gebouwen ligt het verbruik een derde hoger, terwijl in die sector vanwege het praktijkonderwijs veel elektrische apparaten worden gebruikt. Leraren zijn vooral <a href=\"https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2016/02/04/onderwijshuisvesting-stelsel-leidt-niet-vanzelf-tot-goede-schoolgebouwen\">ontevreden</a> over de temperatuur, luchtkwaliteit en onderhoudsstaat van het gebouw waarin zij werken. Schoolgebouwen zijn gemiddeld zo’n <a href=\"https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2016/02/04/onderwijshuisvesting-stelsel-leidt-niet-vanzelf-tot-goede-schoolgebouwen\">40 jaar</a> oud en worden – bij een gelijkblijvend bouwtempo – in doorsnee pas na 69 jaar vervangen. De huidige renovatie- en vervangingscyclus moet volgens de routekaart PO-VO gehalveerd worden om de klimaatdoelstellingen te halen. Gemeenten zijn economisch eigenaar van schoolgebouwen en verantwoordelijk voor de bouw van nieuwe scholen. In het landelijke versnellingsprogramma voor de gebouwde omgeving is een routekaart voor de herstelaanpak van onderwijshuisvesting aangekondigd, waarbij in samenwerking met gemeenten en onderwijssectoren ook de verduurzamingsopgave wordt meegenomen. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Universiteiten verbruiken veruit de meeste energie…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Het verbruik van universiteiten is met 377 kWh per vierkante meter bruto vloeroppervlak echter veruit het hoogst. Dit hangt voor een belangrijk deel samen met specifieke onderzoeksactiviteiten. Vooral universitaire laboratoria kennen een hoog energieverbruik. Ook gebruiken sommige universiteiten voor onderzoeksdoeleinden vriezers die op 80 graden onder nul zijn afgesteld. De TU Delft kent daarnaast een enorme energie- en koelingsvraag voor onderzoek naar nano- en kwantumtechnologieën.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/c97b104d-d4df-4952-926c-37a36b70da71/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig6-Universiteiten-verbruiken-meeste-energie-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/79377c9584d86f66/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig6-Universiteiten-verbruiken-meeste-energie-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>…maar zijn ook het meest ambitieus</strong></span></span></span><br /><span><span><span>In hun sectorale routekaart hebben universiteiten de doelstelling opgenomen om voor 2040 volledig fossielvrij te zijn. Grijze stroom willen zij voor 2030 uitfaseren en aardgas voor 2040. Een aantal universiteiten is nog ambitieuzer. De Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit willen in 2035 al CO2-neutraal zijn. De TU Delft, Universiteit Twente en Universiteit Utrecht zelfs al in 2030. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Opgave voor beroepsonderwijs en universiteiten minder uitdagend door meer geconcentreerd en nieuwer vastgoed…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Over het algemeen is de verduurzamingsopgave voor Mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten minder uitdagend dan voor gemeenten en basis- en voortgezet onderwijs. Doordat hun panden vaker geconcentreerd zijn op één of een beperkt aantal locaties, kennen zij meer schaalvoordelen bij verduurzaming. Bijvoorbeeld door meer eigen gebouwen tegelijk op een duurzame energievoorziening als een warmte-koudeopslag (WKO) aan te sluiten. Bovendien is het vastgoed in beroeps- en wetenschappelijk onderwijs in doorsnee nieuwer en daardoor minder kostbaar om te verduurzamen. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…dat zij veelal zelf in bezit hebben</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Ook hebben Mbo-, Hbo- en WO- instellingen vastgoed veelal in eigen bezit, waardoor zij een groter deel van de verduurzamingsinvesteringen zelf terugverdienen in de vorm van lagere energielasten. PO- en VO-gebouwen zijn daarentegen eigendom van gemeenten, terwijl de scholen zelf voor beheer en exploitatie verantwoordelijk zijn. Gemeenten ervaren daardoor wel de financiële lasten, maar niet de lusten van investeringen in verduurzaming van schoolgebouwen.   </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Verduurzaming op natuurlijke momenten gemene deler in aanpak</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Gemene deler in de verduurzamingsaanpak zoals in de sectorale routekaarten beschreven, is het zoveel mogelijk aardgasvrij opleveren van nieuwbouw en het stapsgewijs verduurzamen op natuurlijke momenten. Dit laatste betekent bijvoorbeeld dat verwarmingssystemen niet versneld hoeven worden afgeschreven en dat isoleerwerkzaamheden worden uitgevoerd op een moment dat ook andere verbouwingen plaatsvinden.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/e85f4f60-bfe7-4d78-8652-70dff2890a25/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig7-verduurzamingsaanpak-gemeenten-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/2ac3b1c6026d3770/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig7-verduurzamingsaanpak-gemeenten-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"BOX: In de plannen van gemeenten en onderwijs is het terugbrengen van de energievraag een belangrijk doel. De ‘trias energetica’ volgend wordt de benodigde energie die vervolgens...","richBody":{"value":"<p>nodig is zoveel mogelijk duurzaam opgewekt of ingekocht. Zolang nog fossiele energie nodig is, is het doel deze zo efficiënt mogelijk te gebruiken.</p>"}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Uitfaseren gas grootste uitdaging, warmte-koudeopslag biedt mogelijkheden</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Goed geïsoleerd vastgoed kan op een lokaal warmtenet worden aangesloten. Bij oudere gebouwen is dit echter kostbaarder, wat het uitfaseren van gas de grootste uitdaging maakt. Door de gemeentelijke transitievisies warmte wordt het geleidelijk duidelijker wat de lokale mogelijkheden voor warmtenetten of bijvoorbeeld geothermie zijn, maar voorlopig zijn de meeste plannen nog <a href=\"https://www.pbl.nl/publicaties/overzicht-transitievisies-warmte\">niet</a> concreet genoeg. Een installatie voor WKO dat warmte en kou in bodemlagen vastlegt, kan een alternatief zijn. In combinatie met warmtepompen en eventueel PVT-panelen kunnen grotere (clusters van) gebouwen en wijken na aansluiting op een WKO van het gas af. PVT-dakpanelen wekken elektriciteit op én verwarmen water of lucht. Steeds meer gemeenten en een toenemend aantal onderwijsorganisaties maakt gebruik van een WKO en/of PVT-panelen. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Opschaling experimentele technieken biedt mogelijk kansen voor versnelling</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Nieuwe technieken als geo-, rio- en aquathermie staan nog in de kinderschoenen, maar kunnen bij succesvolle grootschalige toepassing de transitie versnellen. De TU Delft werkt momenteel aan de eerste grootschalige toepassing van geothermie op basis van warmte uit dieper gelegen aardlagen. Zij combineert dit met wetenschappelijk onderzoek. Gemeente Den Haag gaat een sportcomplex inclusief zwembad aardgasvrij verwarmen door opwekking uit rioolwater. Ook Gemeente Amsterdam steunt een dergelijk vernieuwend “Riothermie”-initiatief. In Rotterdam zet het Nieuwe Luxor theater Maaswater in voor de koeling van het gebouw en wordt overtollige warmte uit het havengebied ingezet voor stadsverwarming in de hele regio.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"BOX: Gemeenten en onderwijs onderzoeken gebiedsgewijs de mogelijkheden van een WKO. De gemeente Amsterdam heeft de regie gepakt om de geplande stadswijk Amstel III in Zuidoost op een WKO aan te sluiten. Zowel woningen, kantoren, kinderopvang als supermarkt kunnen...","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span>ervan profiteren. De gemeente Den Haag laat een tweede grote warmte- en koudenet realiseren waar nieuwe gebouwen en woningen in de wijk Binckhorst op worden aangesloten. In Rotterdam realiseert concert- en congresgebouw De Doelen een WKO. Ook meerdere Mbo’s, Hbo’s en universiteiten zetten een WKO in voor het verwarmen van de beter geïsoleerde gebouwen. Op het Utrecht Science Park zijn vijf universitaire gebouwen op één WKO aangesloten en realiseren Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht met andere partijen samen een nieuwe WKO. Ook de TU Delft en de Vrije Universiteit voegen op hun campussen stapsgewijs WKO-aansluitingen toe. Door WKO’s waar mogelijk te koppelen, wordt nog efficiënter met energie omgegaan. De universiteit van Wageningen sluit vrijwel alle gebouwen en kassen op haar campus op een WKO aan om gasloos te kunnen verwarmen en koelen. De gebouwen worden stapsgewijs aangesloten op twee al gerealiseerde ringleidingen die de warmte- en koudebronnen onderling verbinden. In een WKO-installatie wordt grondwater in de dieperliggende bodem benut als energiebuffer. Onderdeel van een WKO-installatie is een warmtewisselaar waarmee in de winter koud water in de koude bron geïnjecteerd wordt en ’s zomers het opgewarmde water in een warme bron. In de zomer kan een gebouw gekoeld worden door het koude water op te pompen. ’s Winters wordt een gebouw verwarmd door het warme water op te pompen.</span></span></span></span></p>"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"3. Belemmeringen"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>De volgende drie knelpunten staan versnelling in de weg. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong><span><span>a) Beperkte financiële middelen</span></span></strong></span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Verduurzaming veelal nog niet rendabel</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Investeringen in verduurzaming van maatschappelijk vastgoed kennen een lange terugverdientijd en een belangrijk deel is onrendabel. Hoe groot dat deel is hangt onder meer van de specifieke maatregelen en de ontwikkeling van materiaal- en energieprijzen af. Naar verwachting zijn forse aanvullende maatregelen en middelen nodig, omdat ook gebouwen moeten worden aangepakt die nog niet aan vervanging of renovatie toe zijn. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Gemeenten moeten €9 miljard extra investeren voor klimaatneutraal maatschappelijk vastgoed…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Op basis van ruwe ramingen die zij voor de sectorale routekaart hebben laten maken, komen gemeenten voor de gehele periode tot en met 2050 uit op een bruto meerinvestering van zo’n €9 miljard voor verduurzaming richting klimaatneutraal vastgoed, bovenop de €44 miljard die reguliere vernieuwing kost. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…en onderwijssectoren bijna €12 miljard</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Voor gebouwen in het funderend onderwijs is naar verwachting grofweg €9,5 miljard extra nodig, bovenop de €21 miljard aan reguliere investeringen (en daarnaast schatten zij in dat bijna €11,5 miljard nodig is voor kwaliteitsverbeteringen). Vergeleken daarmee zijn de bedragen in het beroepsonderwijs relatief beperkt. Het Mbo verwacht naast €3 miljard regulier grofweg €600 miljoen nodig te hebben om de uitstoot naar nihil terug te brengen. Voor het Hbo is dat respectievelijk zo’n €2,5 miljard en €400 miljoen en voor universiteiten zo’n €2,7 miljard en €0,8 tot €1,3 miljard. Voor gemeenten en onderwijs samen komt dit in totaal op een extra investering in verduurzaming van zo’n €21 miljard.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/400b96d4-5a84-4712-a428-f245537ba50c/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig8-Benodigde-investering-verduurzaming-PO-VO-het-hoogst-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/69a79a75942d8ec5/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig8-Benodigde-investering-verduurzaming-PO-VO-het-hoogst-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Gebrek aan structurele financiering van opgave bemoeilijkt investeringen…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Verduurzaming is een opgave voor de lange termijn die grotendeels vanuit krappe gemeente- en instellingsbegrotingen wordt bekostigd en daardoor vatbaar is voor uitstel en politieke willekeur. Waar mogelijk wordt aanvulling gezocht vanuit externe financiering, zoals subsidies, fondsen en leningen. De bekostiging is gefragmenteerd, wat langlopende investeringen in vastgoed bemoeilijkt. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…terwijl de huisvestingsgelden voor het onderwijs al tekortschieten</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Gecorrigeerd voor inflatie wordt er volgens <a href=\"https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/04/22/een-verstevigd-fundament-voor-iedereen\">McKinsey</a> van 2006 tot 2020 jaarlijks zo’n €2,5 miljard besteed aan onderwijshuisvesting, ongeveer evenveel als de middelen die zij ervoor ontvangen. Dit blijkt onvoldoende om de kwaliteit op peil te houden. Ook een teruggelopen vergunningverlening wijst op ontoereikende bekostiging. Sinds 2006 is het aantal afgegeven bouwvergunningen voor nieuwbouw en renovatie van scholen met respectievelijk ruim de helft en ruim een derde afgenomen. De komende jaren lopen de totale huisvestingsbudgetten voor met name funderend- en beroepsonderwijs bovendien geleidelijk terug door de structurele afname van leerling- en studentaantallen.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/6a1c039c-281a-46b3-a306-1e90452c3260/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig9-Nieuwbouw-en-renovatie-schoolgebouwen-fors-teruggevallen-SVG","original":"https://assets.ing.com/m/621e7cc8feb237da/original/Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-onderwijs-fig9-Nieuwbouw-en-renovatie-schoolgebouwen-fors-teruggevallen-SVG.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Nog groot financieringsgat te dichten</strong></span></span></span><br /><span><span><span>De tot en met 2030 gereserveerde DUMAVA-subsidie van in totaal €1,9 miljard is minder dan een derde van de grofweg €7 miljard die volgens de eerste ramingen nodig is voor deze fase van het verduurzamingsproces (uitgaande van een derde van het totaal van €21 miljard). Daarmee hebben gemeenten en onderwijs nog een fors financieringsgat te overbruggen. Wanneer de inschatting van gemeenten klopt dat gemiddeld 15% van een duurzame investering wordt terugverdiend via een lagere energierekening en van het overige zo’n 15% vanuit onderhoudsvoorzieningen kan worden bekostigd, moet nog altijd 70%, oftewel bijna €5 miljard, uit externe bronnen komen. De DUMAVA-subsidie dekt hier op zijn hoogst – maar vermoedelijk een stuk minder dan – bijna de helft van. De subsidie wordt namelijk ook aan andere eigenaren van maatschappelijk vastgoed toegekend, zoals zorg-, cultuur- en sportorganisaties. Het financieringsgat tot en met 2030 is daarmee naar verwachting minimaal zo’n €3 miljard (in 2020-prijzen).</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Financiële uitdagingen recent nog gegroeid door bouweisen, kostenstijgingen en beperkte bouwcapaciteit</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Aangescherpte eisen voor luchtkwaliteit en energiezuinigheid en gestegen bouwkosten hebben ervoor gezorgd dat gemeenten en scholen tussen 2009 en 2018 minder hebben kunnen realiseren met hetzelfde geld. Recent maken de hoge inflatie en sterk opgelopen rente investeringen alleen maar duurder. Daarnaast beperken de personeelsschaarste bij installateurs en bouwbedrijven de mogelijkheden om te versnellen en zijn de investeringsrisico’s door de volatiele energieprijzen groter geworden. </span></span></span></p>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"BOX: De jaarlijkse DUMAVA-subsidiepot was in 2022 (totaal €150 miljoen) en in 2023 (€190 miljoen) binnen een dag leeg. Slechts de helft van het aangevraagde bedrag kon daarmee worden toegekend. In totaal heeft het inmiddels demissionaire kabinet tot en met 2030...","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span>€1,9 miljard concreet gereserveerd voor DUMAVA. Ook met de subsidies ISDE en SDE++ en enkele </span></span><a href=\"https://www.ruimte-ok.nl/kennis-en-voorbeelden/kennisbank/subsidieoverzicht\"><span><span>andere</span></span></a><span><span> subsidiemogelijkheden kan de onrendabele top van duurzame investeringen worden verkleind.</span></span></span></span></span></p>"}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong><span>b) Beperkte uitvoeringskracht</span></strong></span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Gedeelde huisvestingstaken bemoeilijken opgave PO en VO en gemeenten…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>De huidige bekostiging van onderwijshuisvesting draagt bij aan de beperkte prikkels voor verduurzaming van schoolgebouwen. In tegenstelling tot het beroeps- en wetenschappelijk onderwijs zijn PO- en VO niet geheel zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting, maar is er sprake van een gedeeltelijke verantwoordelijkheid tussen de gemeenten en PO- en VO-instellingen. Dit creëert ‘split incentives’ en remt de verduurzaming van schoolgebouwen af. Het Rijk heeft in 1997 de verantwoordelijkheid voor een voldoende aanbod, nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen aan gemeenten overgedragen. Scholen zijn wel zelf verantwoordelijk voor onderhoud, beheer en exploitatie. De verantwoordelijkheid voor renovatie is wettelijk niet aan een partij toegewezen.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…door onduidelijke verantwoordelijkheden en ruimte voor interpretatieverschillen…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Vaak is het niet duidelijk onder wiens verantwoordelijkheid vereiste verduurzamingsinvesteringen vallen. Afhankelijk van het type ingrepen dat per gebouw nodig is kan het verduurzamingspad uit zowel extra onderhoud als uit renovatie of nieuwbouw bestaan of een combinatie daarvan. Het verschil tussen onderhoud en renovatie is niet eenduidig en de keuze voor de meest kosteneffectieve ingrepen is vaak op verschillende manier te maken. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…is sprake van verstorende prikkels die verduurzaming in de weg zitten</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Dit maakt het voor beide partijen mogelijk de eigen uitgaven laag te houden ten koste van hogere uitgaven voor de ander. Minder investeren in verduurzaming en nieuwbouw leidt tot hogere exploitatielasten voor scholen. Omgekeerd hebben scholen bij formele aanvragen voor huisvestingsvoorzieningen geen prikkel om voor de meest kosteneffectieve opties te gaan. Specifiek voor basisscholen is het ook het investeringsverbod dat zaken bemoeilijkt. Basisscholen hebben baat bij lagere energielasten, maar gemeenten moeten vanwege het verbod de investering voor verduurzaming geheel voor hun rekening nemen, terwijl zij er niet de vruchten van plukken. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Ook vele deelbelangen en personele uitdagingen bij gemeenten beperken de slagvaardigheid</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Daarnaast hebben gemeenten met veel externe en interne belanghebbenden te maken. Behalve vastgoedbeheer en financiën zijn bij verduurzaming veel andere gemeentelijke beleidsterreinen betrokken met ieder hun eigen prioriteiten, zoals ruimtelijke ordening, onderwijs, zorg, cultuur en sport. Dit gaat ten koste gaat van focus en snelheid, zeker als de eindverantwoordelijkheid niet duidelijk is. Bij kleine gemeenten is de uitvoering van de verduurzamingsopgave bovendien vaak in handen van slechts één of enkele ambtenaren en is er niet altijd voldoende expertise in huis. Maar ook bij grotere gemeenten leidt de verduurzamingsopgave, ondanks afdelingen met soms tientallen vastgoedmedewerkers, vaak tot personele knelpunten.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong><span>C) Netcongestie en stikstofbeperkingen</span></strong></span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Zwaardere stroomaansluiting en stikstofvergunning niet altijd mogelijk</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Investeringen in zonnepanelen, warmtepompen of WKO’s worden ook voor gemeenten en onderwijsinstellingen steeds vaker gedwarsboomd door beperkingen op het vlak van stikstofuitstoot en capaciteit van het elektriciteitsnet. Demissionair minister Jetten heeft aangegeven dat het net in vrijwel heel Nederland zo goed als vol zit. Uitbreiding laat nog op zich wachten. De wachtlijsten voor nieuwe grote aansluitingen, maar ook voor kleinschaliger verzwaring van elektriciteitscontracten zijn sterk gegroeid.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"4. Versnellingskansen"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Om de versnelling toch mogelijk te maken verdienen de volgende vijf zaken prioriteit. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>1. Duidelijke langetermijnaanpak en eindverantwoordelijkheid en toegewijd projectmanagement</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Om efficiënt vastgoed te verduurzamen en schaarse middelen op natuurlijke momenten in te zetten is het zaak langere tijd vooruit te plannen en prioritering in projecten aan te brengen. Een duidelijke langetermijnvisie en uitgewerkte plannen zijn hierbij een eerste vereiste. Uit de voortgangsrapportage van VNG eind 2022 kwam echter naar voren dat 29% van de ondervraagde gemeenten nog bezig is met het opstellen van een verduurzamingsaanpak. Onder kleine gemeenten is dit aandeel zelfs 42%. Dat één eindverantwoordelijke en een toegewijd projectmanagementteam vaak ontbreken, is één van de oorzaken. Het invoeren van een dergelijk team helpt bij het maken van strategische en operationele verduurzamingsplannen en het monitoren van de voortgang.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>2. Meer publiek geld…</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Plannen van gemeenten en onderwijsinstellingen om de verduurzaming van gebouwen te versnellen worden nu vaak gedwarsboomd door budgetbeperkingen. Meer structurele financiering voor de lange termijn verduurzamingsopgave vereist dat op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau meer geld vrijgemaakt wordt en meer gericht wordt ingezet. Bijvoorbeeld door hogere bedragen voor subsidies als DUMAVA uit te trekken. Nog beter zou het zijn wanneer structureel meer huisvestings- en verduurzamingsmiddelen in de bekostiging van gemeenten en onderwijs worden opgenomen. Dit biedt meer zekerheid voor de lange termijn, wat investeringen ten goede komt.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>…en het inzetten nieuwe financieringsvormen</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Ook nieuwe financieringsvormen zoals een revolverend fonds met aantrekkelijke leenvoorwaarden behoren tot de mogelijkheden. Ook een specifiek fonds voor verduurzamingsmaatregelen die zich niet geheel terugverdienen biedt meerwaarde. Met beide type fondsen hebben een aantal gemeenten al ervaring opgedaan. Zoals de VNG ook eind 2022 <a href=\"https://vng.nl/nieuws/extra-vaart-in-energiebesparing-door-grootschalige-isolatie#:~:text=Kom%20voor%20eind%202022%20met,en%20biedt%20geen%20structurele%20oplossing.\">voorstelde</a>, behoort het verbreden van financiering vanuit het Nationaal Warmtefonds van huishoudens naar maatschappelijk vastgoed ook tot de mogelijkheden. Tot slot biedt het uitbesteden van verduurzaming aan een Energy Service Company (<a href=\"https://data.rvo.nl/initiatieven/financieringsvoorbeelden/energy-service-company-esco\">ESCo</a>) door gebruik van prestatiecontracten kansen. De investeringen door de ESCo worden afbetaald vanuit besparingen op de energierekening, waarbij de ESCo de financiële risico’s overneemt. De gemeente Rotterdam heeft via een ESCo een groot aantal zwembaden succesvol verduurzaamd.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>3. Taakverdeling bekostiging huisvesting PO en VO aanscherpen en investeringsverbod opheffen</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Voor haar aftreden heeft het kabinet een internetconsultatie gehouden over een wetsvoorstel dat de rolverdeling voor bekostiging van onderwijshuisvesting in PO en VO aanscherpt en het investeringsverbod in het PO opheft. De gemeente wordt in het nieuwe voorstel verantwoordelijk voor renovatie. Ook wordt het vaststellen van een integraal huisvestingplan (IHP) verplicht voor gemeenten en een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) verplicht voor schoolbesturen. Dit zou een verbetering ten opzichte van de huidige situatie zijn, omdat basisschoolbesturen dan een deel van de energiebesparende maatregelen zelf kunnen financieren. Dit vergemakkelijkt een gezamenlijke aanpak van gemeenten en scholen. Het is nu aan een nieuw te vormen kabinet om de wet in te voeren.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>4. Schaalvoordelen beter benutten met een wijkaanpak</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Ook een wijkaanpak helpt bij het verhogen van de kosteneffectiviteit en het versnellen van de verduurzaming. Aansluiting van meerdere gebouwen op een warmtenet of WKO(-ring) helpt om warmte- en koudegebruik beter in evenwicht te houden en om overbodige investeringen te vermijden. Een ander voorbeeld is de TU Delft die met de verwachte grote warmte-opbrengst van haar geothermieproject ook een deel van de stad wil verwarmen. Gemeenten kunnen vanuit de routekaart bijvoorbeeld de verbinding leggen met de wijkaanpak uit de transitievisies warmte. Dat gebeurt nu nog beperkt.</span></span></span></p><p><span><span><span><strong>5. Meer samenwerking, gemeentelijke opschaling en ondersteuning</strong></span></span></span><br /><span><span><span>Verduurzaming vraagt veel coördinatie en afstemming tussen onderwijs en gemeenten, maar ook tussen gemeentelijke afdelingen. De gemeente Eindhoven heeft bij de aanpak van twintig grote panden de beschikbare budgetten van diverse betrokken afdelingen samengevoegd om zo sneller stappen te zetten. Intensiever samenwerken op verschillende bestuurlijke niveaus maakt het mogelijk van elkaar te leren en bijvoorbeeld regio-overstijgende projecten op te pakken. Ook kun je denken aan het intensiveren van ondersteuning via de provinciale ontzorgingsprogramma’s en het landelijke kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed, waar kennis en best-practices worden uitgewisseld. Onderlinge uitwisseling van ervaringen binnen branches kan ook beter. Onderwijskoepels Mbo Raad en Vereniging Hogescholen benchmarken bijvoorbeeld voor hun leden en organiseren bijeenkomsten over verduurzaming, waarbij kennis en informatie wordt gedeeld. </span></span></span></p><p><span><span><span><strong>Concluderend</strong></span></span></span><br /><span><span><span>De verduurzamingsuitdagingen zijn het grootst voor gemeenten, basis- en voortgezet onderwijs. Voor gemeenten maken een divers en gefragmenteerd vastgoedbezit de opgave relatief groot. Voor PO en VO vormen het achterstallig onderhoud in combinatie met de gedeelde huisvestingsverantwoordelijkheid belangrijke belemmeringen. Er zijn veel uitvoeringstechnische knelpunten, maar het zijn de financiële belemmeringen die verduurzaming van maatschappelijk vastgoed in bezit van gemeenten en scholen het meest in de weg staan. De onderkenning van de urgentie en de grote belangstelling voor de DUMAVA-subsidie tonen aan dat veel plannen op de rol staan, maar dat de financiële middelen nog niet toereikend zijn om de toenemende uitdagingen aan te kunnen. Toch zijn er ook veel goede initiatieven en nog voldoende verbetermogelijkheden. Echte versnelling vraagt van gemeenten en onderwijsorganisaties echter ook forsere bestuurlijke inspanningen en constructieve samenwerking. Een duidelijke langetermijnvisie is hierbij een eerste vereiste.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"cta","textLink":{"url":"https://assets.ing.com/m/5dff725b44495ecc/original/ING-Verduurzaming-vastgoed-gemeenten-en-scholen-gaat-niet-snel-genoeg-november-2023.pdf","text":"Publicatie in PDF"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Auteur</strong><br />Edse Dantuma<br /><br /><strong>Met medewerking van</strong><br />Jan Willem Spijkman, ING Sector Banking<br />Mirjam Bani, ING Research</p><p><span><span><span><span><strong><span><span>Met dank aan</span></span></strong></span></span></span></span><br /><span><span><span><span><span><span>Gert-Jan Baart (Gemeente Rotterdam), Marc Beste (Gemeente Den Haag),</span></span> <span><span>Attie Dijkstra (Gemeente Rotterdam), Arjan van Eck (ROC van Amsterdam), Carin Geeris (ROC van Amsterdam), Koen Kerstens (Technische Universiteit Delft), Diederik Leusink (Vrije Universiteit), Jaco van Noppen (Technische Universiteit Delft), Cees Pepping (Regio College), Eveline Roubos (Gemeente Amsterdam), Nihat Yilmaz (MBO Raad)</span></span></span></span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom"}},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Jan Willem Spijkman","intro":"Sector Banker Public & Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/72c18059-f71d-4a60-9bd5-3c5d6fe4ce88/Jan-Willem-Spijkman","type":"image","width":4023,"original":"https://assets.ing.com/m/d132bcf68ee35aac/original/Jan-Willem-Spijkman.jpg","extension":"jpg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/public/jan-willem-spijkman"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Edse Dantuma","intro":"Econoom Industry & Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/e84b8860-133f-46c2-92cc-c4949b77eb50/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270","type":"image","width":3355,"original":"https://assets.ing.com/m/24b31aef632f3069/original/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270.jpg","extension":"jpg"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/over-ing-research/auteur/edse-dantuma"}}]},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Disclaimer","richBody":{"value":"<p>Deze publicatie is opgesteld door de &apos;Economic and Financial Analysis Division&apos; van ING Bank N.V. (&quot;ING&quot;) en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Deze publicatie is louter informatief en mag niet worden beschouwd als advies in welke vorm dan ook. ING betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om ervoor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. De informatie in deze publicatie geeft de persoonlijke mening weer van de Analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de Analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Niets in deze publicatie mag worden gereproduceerd, verspreid of gepubliceerd door wie dan ook voor welke reden dan ook zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ING. Alle rechten zijn voorbehouden. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, houdt kantoor aan Bijlmerplein 888, 1102 MG te Amsterdam, Nederland en is onder nummer 33031431 ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Voor nadere informatie omtrent ING policy zie https://research.ing.com/.</p>"}}]}]},"complementaryZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"Ook interessant"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"medium","title":"Publieke sector groeit minder snel","body":"8 februari - Het dienstvolume van de overheid en het onderwijs groeit tezamen in 2022 en 2023 iets minder snel.","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/b7cd1be7-bec9-428b-a0ba-4e05d5c2201c/Group-of-college-students-look-for-seats-in-lecture-hall","type":"image","width":5700,"altTextEN":"\"\"","altTextNL":"\"\"","altTextFR":"\"\"","altTextDE":"\"\"","original":"https://assets.ing.com/m/7cc99d7b719ca963/original/Group-of-college-students-look-for-seats-in-lecture-hall.jpg","extension":"jpg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/public/outlook-public-sector-en-non-profit"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Meer over de Nederlandse economie","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/f166203c-2322-4c95-a19b-f4d5d5d609fd/Map-Netherlands-icon","type":"image","width":312,"original":"https://assets.ing.com/m/644f5fb91126c7f1/original/Map-Netherlands-icon.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/nederland"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Meer over Public Sector","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/e1dfae85-89e5-4736-9c96-fb56fcaecfc7/Icon-Public","type":"image","width":236,"original":"https://assets.ing.com/m/63543bd6beeaf0eb/original/Icon-Public.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/public"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"Blijf op de hoogte"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"serviceCard","cardType":"service","cardSize":"small","title":"Onze publicaties in je mailbox","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ed278600-502d-4eab-b44c-b995dfb5f253/Icon-Envelope","type":"image","width":237,"original":"https://assets.ing.com/m/27711bd2f94a8e23/original/Icon-Envelope.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"https://ingthink.slgnt.eu/optiext/optiextension.dll?ID=PbkPn7YpYhvjrFjvTUD8S3Vav52QmkvGQm7qSxkvuviMQZuzyw35feMmO6cH6bUlOBp%2BNWCyQFeoieEKV4"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Volg ons op X","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/53b8855d-2f0c-4e52-8575-ca5457329002/Logo-X","type":"image","width":786,"original":"https://assets.ing.com/m/5d6498c19f531619/original/Logo-X.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"https://twitter.com/ingnl_economie"}}]}]}}}