{"type":"document","data":{"id":"6caedfd0-d463-4b06-b7f8-3a5b96b9eff7","localeString":"nl-NL","publishDate":"2025-11-04T17:36:37.825+01:00","contentType":"onecms:editorialPage","hasMacro":false,"flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"robotInstruction":{"noIndex":false,"noFollow":false},"description":"ING Research: De door beleidsmakers beoogde zorgtransformatie komt daardoor nauwelijks van de grond. Een aantal ingrepen zorgt voor versnelling."},"mainHeaderZone":{"componentType":"editorialHeader","coreHeader":{"title":"Beoogde zorgtransformatie komt nauwelijks van de grond","body":"De structureel groeiende zorgvraag zorgt voor fors toenemende druk op personeel en overheidsbegroting. Het effectiever en efficiënter vormgeven van zorgverlening neemt daardoor snel in belang toe. De landelijke zorgakkoorden geven de juiste richting aan, maar zijn te vrijblijvend en doen weinig aan de grondoorzaken van trage zorgvernieuwing. De door beleidsmakers beoogde zorgtransformatie komt daardoor nauwelijks van de grond. Een aantal ingrepen zorgt voor versnelling. Daarbij staan het verminderen van verkokering, meer regie op zorgvernieuwing en gerichtere inzet van vernieuwingsgeld centraal. Ook resultaatgerichte bekostigingsvormen en betere digitale uitwisseling van medische gegevens zijn belangrijke aanjagers."},"backLink":{"textLink":{"url":"/zakelijk/sector/healthcare","text":"Healthcare"}},"date":"2025-11-04","readingTime":12,"authorInfo":{"authorName":"Edse Dantuma","jobTitle":"Econoom Industry & Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/e84b8860-133f-46c2-92cc-c4949b77eb50/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270","type":"image","width":3355,"original":"https://assets.ing.com/m/24b31aef632f3069/original/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270.jpg","extension":"jpg"}}},"flexZone":{"flexComponents":[{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Drie grote belemmeringen remmen de zorgtransformatie:<br />1. Governance-uitdagingen: beperkte reikwijdte, uitvoeringskracht en regievoering<br />2. Gebrek aan stimulerende financiële prikkels<br />3. Verkokerde uitvoeringsregimes en ontoereikende domeinoverstijgende betaaltitels</p><p>Drie versnellingsmogelijkheden bevorderen de zorgtransformatie:<br />1. Minder verkokering in stelsel, meer regie op zorgvernieuwing<br />2. Meer geld van zorg- naar sociaal domein overhevelen en resultaatgerichte bekostigingsvormen implementeren<br />3. Versnellen digitale uitwisseling medische gegevens</p><p><br /><strong>Inleiding</strong><br />De toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de geneeskundige zorg komt door de vergrijzing steeds meer onder druk te staan. De zorgvraag groeit sneller dan het zorgaanbod. Volgens de laatste <a href=\"https://www.skipr.nl/nieuws/tekort-aan-zorgpersoneel-stijgt-nog-harder-dan-verwacht/\">raming </a>loopt het personeelstekort op tot 240.000 in 2034. De overheid maakt al geruime tijd landelijke afspraken met zorginkopers en -aanbieders om het tij te keren. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het vervolg daarop, het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), moeten de onderlinge samenwerking vergroten en via tal van maatregelen en projecten de zorg toekomstbestendig maken. In deze publicatie kijken we naar de organisatie van het transformatieproces. Wat is de stand van zaken, wat belemmert de totstandkoming, opschaling en continuïteit van “impactvolle transformaties” en wat is er nodig om dit te verbeteren?</p>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Afspraken over de zorgtransformatie in IZA en AZWA","richBody":{"value":"<p>In 2022 hebben het Ministerie van VWS en veldpartijen in het Integraal Zorgakkoord (IZA) afspraken gemaakt over een transformatie die de zorg op lange termijn toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief hoogwaardig moet houden. Het demissionaire kabinet Schoof heeft in het verlengde daarvan recent het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) met veldpartijen gesloten. Daarin is het IZA-akkoord aangescherpt en verlengd voor de jaren 2027 en 2028. Belangrijke afspraken zijn het verhogen van de inzet van effectieve AI-toepassingen en medische technologie en het verder verlagen van administratieve lasten tot maximaal 20% van de werktijd. Meer passende zorg en preventie door opschaling van bewezen effectieve zorg is een centraal thema dat ook al een prominente plek in het IZA heeft. Verder komt er in 2027 structurele bekostiging van regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV&apos;s) die ook de samenwerking tussen de eerstelijnszorg en het sociaal domein faciliteert om hechte wijkverbanden te realiseren. In de akkoorden vormt dergelijke samenwerking een belangrijke manier om de beoogde doelen te bereiken.</p><p>Financieel gezien is de eerder afgesproken beschikbare volumegroei voor 2026 tot en met 2028 doorgetrokken. Voor medisch-specialistische zorg geldt dus nog twee jaar langer een nulgroei, voor de ggz 0,4% groei, wijkverpleging en huisartsenzorg 3,5% groei en voor multidisciplinaire zorg 5,0% groei per jaar. Voor de uitvoering van het IZA zijn zorg- en welzijnsorganisaties bezig met het uitvoeren van regionale IZA-transformatieplannen. De IZA-transformatiemiddelen zijn toegekend aan het opzetten van nieuwe samenwerkingsstructuren. VWS heeft daar initieel €2,8 miljard voor beschikbaar gesteld, waarvan €2,4 miljard voor bekostiging van regionale transformatieplannen en €400 miljoen voor de landelijke maatregelen om randvoorwaarden te creëren. In de Voorjaarsnota van 2024 zijn de beschikbare middelen vanwege onderbenutting vanaf 2025 verlaagd met €200 miljoen. Naast de transformatiemiddelen heeft het ministerie van VWS een specifieke uitkering (SPUK) aan gemeenten beschikbaar gesteld van €150 miljoen, bedoeld als bijdrage aan de doelstellingen van het IZA. Dit geld is onder meer bestemd voor preventie. Naast de IZA-middelen stelt VWS voor uitvoering van het AZWA-akkoord zogenoemde doorbraakmiddelen beschikbaar van €800 miljoen verdeeld over 2027 en 2028, waarvan €200 miljoen voor gemeenten.</p>"}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Inhoudsopgave</strong><br />1. <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/healthcare/themastudie-zorgtransformatie-komt-nauwelijks-van-de-grond#h1-wat-hebben-eerdere-zorgakkoorden-opgeleverd\">Wat hebben eerdere zorgakkoorden opgeleverd?</a><br />2. <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/healthcare/themastudie-zorgtransformatie-komt-nauwelijks-van-de-grond#h2-hoe-staat-de-beoogde-transformatie-ervoor\">Hoe staat de beoogde transformatie ervoor?</a><br />3. <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/healthcare/themastudie-zorgtransformatie-komt-nauwelijks-van-de-grond#h3-wat-staat-de-transformatie-in-de-weg\">Wat staat de transformatie in de weg?</a><br />4. <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/healthcare/themastudie-zorgtransformatie-komt-nauwelijks-van-de-grond#h4-wat-kan-de-transformatie-bevorderen\">Wat kan de transformatie bevorderen?</a></p>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"H1 - Wat hebben eerdere zorgakkoorden opgeleverd?"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Akkoorden lijken gunstig voor betaalbaarheid geneeskundige zorg</strong><br />Het eerste zorgakkoord werd in 2011 gesloten. Hoewel een causaal verband moeilijk is aan te tonen door diverse beleidswijzigingen – zoals stapsgewijze uitbreiding van de vrije prijsvorming in de ziekenhuiszorg en de afbouw van de macro-nacalculatie – <a href=\"https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2021/06/21/opnieuw-akkoord\">concludeerde </a>de Raad Volksgezondheid &amp; Samenleving dat de sinds 2011 gesloten zorgakkoorden de betaalbaarheid van zorg gunstig hebben beïnvloed. De inzet van een macrobeheersinstrument was onderdeel van de akkoorden. Dat fungeerde als stok achter de deur en stimuleerde zo het maken van scherpere financiële afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. In het meest recente jaar, 2022, waren de voor koopkracht gecorrigeerde uitgaven aan geneeskundige zorg per inwoner 6% lager dan het gemiddelde van België, Duitsland en Frankrijk. In het startjaar van het eerste zorgakkoord, 2012, lagen die nog op een vergelijkbaar niveau. In 2006, het startjaar van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de gereguleerde marktwerking, was de geneeskundige zorg in Nederland nog 2,5% duurder dan in deze drie omringende landen. Vooral kort na de invoering van de Zvw en sinds 2016 blijkt sprake van een kleinere uitgavenstijging dan in de omringende landen. Meerdere beleidsveranderingen bemoeilijken te bepalen wat de invloed van de akkoorden op de Zvw-uitgaven is geweest. </p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/bc6d6c06-d21f-463f-8dd1-eac88bb3f7c7/Themastudie-Zorgtransformatie-2025-Fig-1","original":"https://assets.ing.com/m/2a94a1128ec9d05a/original/Themastudie-Zorgtransformatie-2025-Fig-1.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Effect op zorgkwaliteit moeilijk aan te tonen</strong><br />De toegankelijkheid van de Nederlandse geneeskundige zorg was al <a href=\"https://www.commonwealthfund.org/publications/fund-reports/2024/sep/mirror-mirror-2024\">onovertroffen</a>, mede door de invoering van de brede basisverzekering in 2006. Zoals het RIVM in haar Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 schrijft is het percentage van de zorgbehoeften waarin niet wordt voorzien vrijwel nihil en behoren de eigen betalingen tot de laagste ter <a href=\"https://www.volksgezondheidtoekomstverkenning.nl/vtv-2024\">wereld</a>. Of de inhoudelijke kwaliteit van zorg door de zorgakkoorden vooruit is gegaan, valt moeilijk te meten, maar sinds 2012 en ook daarvoor al is gestage verbetering in een breed scala aan indicatoren <a href=\"https://www.oecd.org/en/publications/health-at-a-glance-europe-2024_b3704e14-en.html\">zichtbaar</a>. De zorguitkomsten variëren, maar zijn op veel vlakken vergelijkbaar met omringende landen als België, Duitsland en Frankrijk en beter dan het gemiddelde van OESO-landen.</p>"},"alignedImage":{"position":"bottom"}},{"componentType":"testimonial","testimonialList":[{"authorInfo":{"authorName":"Jan Willem Spijkman","jobTitle":"Sectorbanker Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/b1ed78ff-375d-466c-a670-ef91cabdaf02/Jan-Willem-Spijkman","type":"image","width":1024,"altTextNL":"Jan-Willem Spijkman","original":"https://assets.ing.com/m/86e497c733f4ca1/original/Jan-Willem-Spijkman.jpg","extension":"jpg"}},"testimonialText":{"body":"Toekomstbestendige zorg vraagt om minder fragmentatie, meer regie en een gerichte inzet van de transitiegelden. Door samen te investeren in regionale samenwerking, digitale uitwisseling en resultaatgerichte en meer integrale bekostiging, maken we de zorg toegankelijker, efficiënter en mensgerichter voor iedereen.","textLink":{"url":"mailto:Jan.Willem.Spijkman@ing.com","text":"Voor vragen neem contact op met Jan Willem"}}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"H2 - Hoe staat de beoogde transformatie ervoor?"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Veel regionale plannen opgeleverd</strong><br />In elke regio hebben de betrokken zorgpartijen gezamenlijk plannen opgesteld voor de aanpak van regionale uitdagingen op het gebied van volksgezondheid en zorg. Die gelden als uitgangspunt voor de diverse transformatieplannen per regio. Zorgorganisaties zijn landelijk actief met het maken van plannen en het verkrijgen van goedkeuring voor bekostiging. Tot en met het eerste kwartaal van 2025 zijn 395 plannen voor voorlopige beoordeling of snelle toets aangeleverd, waarvan 222 door zorgverzekeraars zijn <a href=\"https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/04/14/voortgangsrapportage-iza-maart-2025-v4\">goedgekeurd</a>. Aanvragen voor een snelle toets raken veelal meerdere thema’s. Het thema passende zorg is het vaakst onderdeel van een toets, gevolgd door de thema’s regionale samenwerking, digitalisering en arbeidsmarkt. Veruit het vaakst gaat het om thema’s in de medisch specialistische zorg, op afstand gevolgd door huisartsenzorg en ggz. Bijna alle plannen draaien om betere samenwerking tussen zorgaanbieders. Ook het gebruik van digitale hulpmiddelen komt in een meerderheid van de plannen voor. Andere veel voorkomende thema’s zijn: capaciteitsbeheer, preventieve zorg, ondersteuning thuiszorg en ouderenzorg en integratie van geestelijke gezondheidszorg en eerste lijn.</p><p><strong>Medisch specialistische zorg heeft de overhand in goedgekeurde transformatieplannen</strong><br />De voortgang van de transformatieplannen ligt financieel gezien op koers. Er is voor bijna €3 miljard aangevraagd, meer dus dan de inmiddels nog beschikbare €2,2 miljard. Per 1 juli 2025 is een stop op nieuwe aanvragen ingesteld en sinds 12 september 2025 zijn geen transformatiemiddelen meer beschikbaar. Alleen plannen binnen de IZA-thema’s mentale gezondheidsnetwerken, concentratie &amp; spreiding en zorgcoördinatie kunnen nog worden ingediend. In het tweede kwartaal van 2025 waren 184 transformatieplannen ook daadwerkelijk goedgekeurd en wachten 141 op <a href=\"https://www.skipr.nl/nieuws/slecht-nieuws-de-pot-met-iza-geld-is-helemaal-leeg/\">goedkeuring</a>. Op basis van de cijfers over het eerste kwartaal blijkt dat veruit het meeste geld – zo’n twee derde van de middelen – naar plannen gaat waarin de medisch specialistische zorg een belangrijke rol speelt. Het sociaal domein – de gemeenten en maatschappelijke organisaties die de Jeugdwet, Participatiewet, Wmo en een deel van de wet Publieke gezondheid uitvoeren –  komt er bekaaid vanaf met zo’n €25 tot €30 miljoen oftewel ongeveer 5% van het totaal. Zorgverzekeraars kijken vanuit hun bekostigingsrol kritisch naar de aanvragen en stellen vaak extra eisen aan de plannen. Dit maakt het een stroperig proces met hoge kosten voor de inhuur van adviseurs, waarbij veel hordes moeten worden genomen om de benodigde middelen te verkrijgen.</p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/0eea0175-fc50-4190-896f-bcfe9860da9b/Themastudie-Zorgtransformatie-2025-Fig-2","original":"https://assets.ing.com/m/307dc56bc87eba94/original/Themastudie-Zorgtransformatie-2025-Fig-2.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><strong>Te breed ingestoken effectmonitoring</strong><br />Om de effecten van het akkoord te volgen zijn drie monitors ontwikkeld: een input- (planvorming en uitvoering van gemaakte IZA-afspraken), output- (cruciale veranderingen in of &apos;beweging&apos; van het zorgveld) en outcome-monitor (het effect IZA op de gezondheid van verschillende doelgroepen). De drie monitors bestaan uit deelmonitors (onder meer over passende zorg, hybride zorg en regionale samenwerking). Zoals de Algemene Rekenkamer <a href=\"https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2025/05/21/vo-2024-vws#:~:text=Onze%20conclusies,uitgaven%20gaat%20naar%20de%20zorg.\">constateert</a>, </span></span></span></span></span><span><span><span><span><span>is het door de brede insteek van het IZA en de weinig concrete en coherente effectmonitoring moeilijk om een goed beeld te krijgen van de resultaten van het IZA. Er zijn veel indicatoren, maar “onduidelijk is wat alle losse indicatoren zeggen over het uitein¬delijke doel waarvoor de minister het IZA heeft afgesloten en financiert”. Een overkoepelend beeld over alle acties samen ontbreekt. Uit de zogenoemde ‘<a href=\"https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/documenten/kamerstukken/2025/09/08/kamerbrief-inzake-voortgang-iza-1-meting-monitor-van-de-beweging\">1-metingen</a>’ uit 2025 komt nog geen eenduidig <a href=\"https://www.skipr.nl/nieuws/nieuw-zorgakkoord-ondertekend-opbrengsten-vorig-akkoord-twijfelachtig/\">beeld </a>van de resultaten naar voren. Wel gaat het om een langjarige transformatie met een lange aanlooptijd waarvan het Zorginstituut Nederland vanaf 2026 pas de eerste mogelijke effecten op de kwaliteit van zorg verwacht te zien. </span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><strong>AZWA moet voor meer samenhang met welzijn en betere monitoring zorgen</strong><br />Ook demissionair minister Bruijn <a href=\"https://open.overheid.nl/documenten/384caf05-256c-495a-bdc5-7a5c23a8c809/file\">verwacht</a> dat de monitor die in 2026 uitkomt meer inzicht geeft in de effecten van het IZA. Tegelijkertijd geeft hij aan dat het tempo van de transformatie fors omhoog moet en de samenhang in zorg en welzijn moet worden versterkt. Dit wordt ook beoogd met het nieuwe AZWA-akkoord dat, als aanvulling op het IZA, de link met het welzijnsdomein legt. De monitorinformatie wordt bovendien verder ontwikkeld om de komende jaren meer waardevolle uitkomstinformatie te bieden. </span></span></span></span></span></p>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Voorbeelden van succesvolle samenwerkingen tussen het sociale domein en de zorg","richBody":{"value":"<p><a href=\"https://www.stjansdal.nl/folders-en-specialismen/specialismen-afdelingen/verwijsloket-flevo-gezond\">Verwijsloket Flevo Gezond</a> in Lelystad is een mooi initiatief dat is opgezet door Ziekenhuis St. Jansdal, Welzijn Lelystad en Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland. Het helpt inwoners om hun leefstijl te verbeteren. Het loket werkt vanuit het principe van Positieve Gezondheid en kijkt nadrukkelijk naar sociale factoren zoals armoede, schulden en eenzaamheid. Na een kort intakegesprek wordt samen met de cliënt een plan opgesteld en verwezen naar passende activiteiten, voorzieningen of organisaties.<br />Een ander voorbeeld is Welzijn op Recept, een aanpak waarbij zorg- en welzijnsprofessionals samen niet-medische oplossingen bieden voor gezondheidsklachten. Huisartsen verwijzen patiënten door naar activiteiten zoals sport, cultuur en sociale bijeenkomsten, wat leidt tot minder stress, meer sociale contacten en een verbeterde kwaliteit van leven. Deze aanpak vermindert het aantal medische consulten en ontlast de zorgsector.<br /><small class=\"footnote\">Bron: nvzd.nl</small></p>"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"H3 - Wat staat de transformatie in de weg?"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Zowel de landelijke aanpak als de regionale uitwerking van de transformatie kent diverse factoren die verandering afremmen of in de weg staan. </p><p><strong>Landelijke aanpak geeft goede richting, maar weinig sturing en concrete doelen</strong><br />Over het algemeen zijn partijen in de zorg het erover eens dat de landelijke gemaakte afspraken over de richting van de transformatie goed is. Ook de ruimte om regionaal veranderingen in de organisatie van de zorg door te voeren en het vrijmaken van transitiegeld om vernieuwing op gang te helpen, worden als positief ervaren. Dit maakt het mogelijk om zorg op de regiobehoefte af te stemmen en mensen aan te stellen die gericht werken aan het slimmer inrichten van de zorgverlening. Tegelijkertijd gaat er van de akkoorden weinig sturing uit. Een impasse ligt bij een regioplan met veel betrokken partijen dan ook op de loer. De opzet van een landelijk akkoord laat verder veel ruimte voor eigen initiatief van zorgaanbieders, wat tot heel diverse, regiospecifieke, maar ook gefragmenteerde initiatieven leidt die veelal niet gemakkelijk landelijk zijn op te schalen. De onderhandelaarsakkoorden voor de zorg zijn breed opgezet, weinig concreet en kennen nauwelijks meetbare doelen of eindverantwoordelijke partijen. Daardoor is het lastig om voortgang en effectiviteit te monitoren en kennen de afspraken een grote mate van vrijblijvendheid. </p><p><strong>Stelselbelemmeringen belemmeren regionale transformatie</strong><br />Een groot deel van de pogingen tot samenwerking in de regio loopt vast, terwijl met name succesvolle samenwerking tussen de eerstelijnszorg en het sociaal domein veel medische zorg kan <a href=\"https://www.zorgvisie.nl/transitiefalen-belemmert-samenwerking-in-de-regio/\">voorkomen</a>. De belemmeringen die een succesvolle regionale transformatie vertragen en vaak in de weg staan, komen deels voort uit de vormgeving van het stelsel van zorg en ondersteuning. Landelijke transformatie-akkoorden zijn pogingen om samenwerking en innovatie binnen het stelsel te bevorderen. Tegelijkertijd kent het huidige systeem van gereguleerde marktwerking in de geneeskundige zorg een groot aantal uitvoerende partijen met soms tegengestelde belangen en stevige volume gedreven marktprikkels. Het gehele stelsel van zorg en welzijn bestaat bovendien uit verschillende bekostigingsregimes met een breed scala aan zorgdiensten en een gebrek aan echte regie over de domeinen heen (de zogenoemde doorzettingsmacht). </p><p>Drie belangrijke belemmeringen remmen specifiek de regionale zorgtransformatie:</p><p><strong>1. Governance-uitdagingen: beperkte reikwijdte, uitvoeringskracht en regievoering</strong><br />De organisatie van regionale transformatieplannen kent vaak een complexe organisatie en slagkracht, terwijl de reikwijdte van plannen veelal beperkt blijft.</p><ul><li><strong>Geringe reikwijdte van plannen:</strong> Veel regioplannen, die veelal de basis vormen voor transformatieplannen, worden door meerdere partijen gedragen en door een stuurgroep aangestuurd. Lang niet alle grotere aanbieders zijn echter betrokken bij opzet en uitvoering en slechts een beperkt deel van de plannen is domeinoverstijgend. Vooral de veranderingsgezinde partijen zijn betrokken. In de praktijk blijkt dat slechts een deel van de regionale aanbieders zijn aangehaakt, vaak binnen het zorgdomein. Veruit de meeste plannen worden door ziekenhuizen aangedragen, waarbij de participatie van andere partijen vaak summier of afwezig is. De langdurige zorg en het sociaal domein zijn meestal niet of heel beperkt betrokken. Dit past niet goed bij de brede beweging naar meer preventie en efficiëntie, belangrijke doelen van de opeenvolgende zorgakkoorden.</li><li><strong>Beperkte uitvoeringskracht bij samenwerking:</strong> Daar waar wel veel partijen bij een plan betrokken zijn, gaat dit vaak ten koste van de slagkracht. De betrokken aanbieders moeten allemaal hun eigen broek ophouden en zijn daardoor niet snel geneigd de regie uit handen te geven. Een formele samenwerkingsovereenkomst ontbreekt nogal eens, waardoor het commitment beperkt blijft.</li><li><strong>Exploitatiedruk bij zorgaanbieders:</strong> Bestuurders en medewerkers zijn primair verantwoordelijk voor hun eigen organisatie en kunnen het opstarten van een projectgroep en schrijven van een regioplan niet altijd “erbij” doen. Zeker voor kleinere partijen kan dit een hele opgave zijn. Ook doordat zij pas in een veel later stadium – wanneer de beoordeling van het transformatieplan is afgerond – duidelijkheid krijgen over een vergoeding van de personeelsinzet. Daarnaast is er bij grootschalige plannen vaak sprake van deels concurrerende partijen.</li><li><strong>Geringe regievoering en opschaling:</strong> Bij grootschalige plannen zijn weinig partijen bereid om het voortouw te nemen en laat de organisatie, planning en aansturing vaak te wensen over, waardoor menig plan strandt in goede bedoelingen. Zorgverzekeraars zijn soms betrokken bij stuurgroepen, maar hebben – net als de zorgkantoren en gemeenten – door de bottom-up benadering ook niet de regie in handen. Zij moeten transformatieplannen beoordelen, voordat geld kan worden uitgekeerd, maar kunnen aanbieders niet in dezelfde richting dwingen sturen en hebben moeite om opschaling af te dwingen. Grootschalige regio-overstijgende initiatieven, zoals <a href=\"https://www.zorgbijjou.nl/\">Zorg bij jou</a> van de Santeon ziekenhuizen, zijn dan ook beperkt in aantal. </li></ul><p><strong>2. Gebrek aan stimulerende financiële prikkels</strong><br />Tegengestelde belangen staan het breed afschalen van reguliere zorg en opschalen van innovatieve zorg in de weg. Ook de scheve verdeling van transformatiemiddelen helpt daar niet bij. Zo komt veruit het grootste deel van het beschikbare geld bij zorgaanbieders terecht, terwijl het sociaal domein een belangrijke rol heeft bij de beweging naar een meer op gezondheid en minder op zorg gerichte aanpak.</p><ul><li><strong>Perverse prikkels: </strong>Partijen die hun nek uitsteken ontvangen daar veelal geen financiële beloning voor. Zij kunnen zelfs negatieve budgetconsequenties ondervinden. Doordat veel geneeskundige zorg wordt bekostigd op basis van de hoeveelheid verleende zorg (PxQ-systematiek), leidt afschaling van zorg nog te vaak tot een verlies aan inkomsten. Meer preventie vermindert de zorgvraag, maar wordt lang niet altijd beloond. Het uitvoeren van een medische behandeling wel. Recent speelde deze bekostigingsproblematiek ook een rol bij het <a href=\"https://www.zorgvisie.nl/als-we-hier-niet-van-leren-gaan-alle-zorginnovaties-in-dit-land-tegen-hetzelfde-probleem-aanlopen/\">stopzetten </a>van een succesvolle vernieuwing als de <a href=\"https://www.zorgakkoorden.nl/praktijkvoorbeelden/ouderen-fitter-naar-huis-na-behandeling-en-herstel-in-de-wijkkliniek/\">WijkKliniek</a>.</li><li><strong>Scheve verdeling transformatiemiddelen:</strong> Een centraal IZA- en AZWA-thema is de samenwerking tussen partijen over domeingrenzen heen. Daarin zijn gemeenten de centrale partij die een grote rol hebben bij samenwerking met zorgpartijen met het oog op preventie en demedicalisering. Door bijvoorbeeld schuldenproblematiek of eenzaamheid vroegtijdig aan te pakken kunnen zij voorkomen dat inwoners onnodig in het medische circuit terecht komen. Ondanks hun cruciale rol gaat maar een klein deel van het beschikbare transformatiegeld naar gemeenten. Van de AZWA-doorbraakmiddelen voor 2027 en 2028 is dit bijvoorbeeld slechts een kwart, ongeveer een even groot aandeel als onder het IZA. Er zijn aanvullende middelen, bijvoorbeeld vanuit het GALA-preventieakkoord, maar die zijn ook van beperkte omvang. Ook de Raad Volksgezondheid en Samenleving (RVS) <a href=\"https://www.zorgvisie.nl/ageeth-ouwehand-integrale-akkoorden-zijn-een-illusie-die-ons-niet-verder-brengt/\">constateert </a>dat de benodigde herschikking van budgetten uitblijft en beleidsambities met elkaar botsen. Zo is één doel van de akkoorden dat ouderen langer thuis kunnen wonen, maar ondertussen zijn de ondersteunende wijkvoorzieningen voor ouderen vaak wegbezuinigd.</li></ul>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Domeinoverstijgende samenwerking: verschillen in taal en cultuur overbruggen kost tijd","richBody":{"value":"<p>Fijn dat het AZWA er is, vinden de hoogleraren Pim Assendelft en Tijn Kool. Maar daarmee begint het werk pas. Werk dat moet leiden tot een ‘datagedreven preventie-ecosysteem&apos;. &quot;En zoals dat nu in het AZWA verwoord staat, gaat het niet gebeuren.&quot; &quot;Het is werkenderwijs leren”, beaamt Pim Assendelft, &quot;en data helpen daarbij.&quot; Ondertussen zien de twee volop voorbeelden in de praktijk waar zorg en sociaal domein laten zien dat die samenwerking wel degelijk veel oplevert. Assendelft: &quot;Wat in MooiMaasvallei gebeurt, is in mijn ogen een blauwdruk voor hoe het in de rest van het land moet kunnen. Daar werken medisch en sociaal domein op bestuurlijk niveau al jaren samen. Maar zelfs daar, met het IZA-budget dat ze ervoor hebben gekregen, blijkt het nog een uitdaging om de constructieve dialoog tussen zorg en welzijn te voeren. Het overbruggen van de verschillen in taal en cultuur kost gewoon tijd. Hetzelfde zien we ook in Utrecht Overvecht, waar huisarts, wijkzorg en poh-ggz samenwerken rond mensen met psychische klachten. En in Nijmegen, waar vorig jaar begonnen is met integrale stadsdeelprogrammering en alle stakeholders gaan samenwerken op basis van positieve gezondheid.&quot;<br /><small class=\"footnote\"><span><span><span><span><span>Bron: Zorgvisie.nl</span></span></span></span></span></small></p>"}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>3. Verkokerde uitvoeringsregimes en ontoereikende domeinoverstijgende betaaltitels</strong></p><ul><li><strong>Verkokerde uitvoeringsregimes:</strong> De collectief bekostigde zorg en ondersteuning (goed voor 83% van de totale zorguitgaven) is gereguleerd in vier wetten die ieder hun eigen systematiek voor bekostiging en uitvoering kennen. Die verkokerde organisatie met verschillende in wetgeving en uitvoering bemoeilijkt domeinoverstijgende samenwerking. Zorgverzekeraars concurreren bijvoorbeeld landelijk met elkaar als het gaat om de (Zvw-)basisverzekering, terwijl een deel van hen in één of meerdere regio’s een zorgkantoor heeft dat als enige partij in de betreffende regio budgetgestuurde inkoopafspraken maakt met aanbieders van langdurige zorg. Gemeenten zijn daarnaast als enige partij verantwoordelijk voor de lokale en regionale contractering van jeugdzorg (op grond van de Jeugdwet) en ondersteuning en begeleiding van thuiswonende hulpbehoevenden (op grond van de Wmo). Vernieuwende vormen van zorg en ondersteuning over domeingrenzen heen vergt daardoor veel afstemming om helder te krijgen wie welk deel van de kosten draagt en hoe vanuit de verschillende kaders kan worden bekostigd.</li><li><strong>Ontoereikende domeinoverstijgende betaaltitels:</strong> Niet alleen moeten de diverse zorgaanbieders en inkopende partijen nauw samenwerken om zorgvernieuwing over domeingrenzen heen te realiseren, zij moeten die nieuwe vormen van zorg ook kunnen declareren. Dit gebeurt tot nu toe nog vooral door inzet van tijdelijke bekostigingspotjes voor experimenten. Met de bestaande <a href=\"https://www.nza.nl/actueel/nieuws/2024/05/01/nieuwe-beleidsregel-nza-draagt-bij-aan-samenwerkingen-tussen-sectoren-en-domeinen\">domeinoverstijgende </a>betaaltitel kunnen zorgverzekeraars de afstemming tussen partijen structureel vergoeden. In 2026 maakt de <a href=\"https://www.nza.nl/onderwerpen/s/stand-van-de-zorg-2025/langdurige-zorg\">Wet Domeinoverstijgende Samenwerking</a> het ook voor zorgkantoren mogelijk om samenwerking met het sociaal domein te bekostigen wanneer dit de zorgvraag onder de Wet langdurige zorg (Wlz) vermindert. Maar een breed toegankelijke domeinoverstijgende betaaltitel voor het stimuleren van samenwerking en preventie is volgens de NZa binnen de huidige wettelijke kaders niet <a href=\"https://www.zorgvisie.nl/nza-domeinoverstijgende-betaaltitel-is-juridisch-niet-mogelijk/\">vorm te geven</a>. De verschillende domeinen kennen namelijk elk hun eigen juridische kader, toezichtstructuur en bekostigingssysteem. Dit belemmert zorgvernieuwende initiatieven vanuit het sociaal domein. Zorgverzekeraars en zorgkantoren kunnen namelijk niet structureel bijdragen aan een preventieve aanpak in het sociaal domein. En gemeenten zijn vaak niet bereid of in staat om extra middelen te investeren. Niet zo verwonderlijk, omdat de extra uitgaven vaak tot besparingen in een ander domein leiden die niet kunnen worden teruggesluisd.</li></ul>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Nieuwe Wet Domeinoverstijgende Samenwerking in 2026","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span>Om in de bekostigingsknelpunten tegemoet te komen kunnen gemeenten sinds 2025 een Specifieke Uitkering Domeinoverstijgend SamenwerkeUn <a href=\"https://www.zorgakkoorden.nl/actueel/nieuws/nieuwe-ronde-specifieke-uitkering-domeinsovertijgend-samenwerkin/\">(SPUK DOS)</a> aanvragen om in samenwerking met Wlz-partijen langer thuis wonen te faciliteren en zo de instroom in de Wlz te beperken. De reikwijdte van deze regeling is beperkt, net als het bedrag dat beschikbaar is gesteld (€27 miljoen). Per 2026 treedt de Wet Domeinoverstijgende Samenwerking in werking. Daarin wordt geregeld dat naast de zorgverzekeraars nu ook de zorgkantoren de mogelijkheid krijgen om samen met gemeenten en te investeren in maatregelen die intensieve Wlz-zorg voorkomen, verminderen of uitstellen. Hoewel de uitbetaling domeinoverstijgend is, kunnen ook binnen deze wet slechts vanuit één domein – de Wlz – vergoedingen voor domeinoverstijgende zorg worden toegekend. Dit stimuleert vooral initiatieven waarvan de besparingen ook grotendeels binnen het Wlz-domein vallen.</span></span></span></span></span></p>"}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/b1e7c707-c81f-45d6-b7ed-cc54b0c9befe/Themastudie-Zorgtransformatie-2025-Fig-3","original":"https://assets.ing.com/m/227d8911e62413ce/original/Themastudie-Zorgtransformatie-2025-Fig-3.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"SPUK's voor gemeenten","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Van de €800 miljoen aan AZWA-middelen voor 2027 en 2028 wordt €200 miljoen aan gemeenten toegekend. Zowel in 2026 en 2027 is zo’n €350 miljoen per jaar beschikbaar voor gemeenten op basis van Specifieke Uitkeringen (SPUK&apos;s), onder andere om vanuit de IZA- en GALA-afspraken (Gezond en Actief Leven Akkoord) zorgvernieuwing mogelijk te maken. Zorgverzekeraars kunnen namelĳk alleen Zvw-aanbieders financieren voor de uitvoering van transformatieplannen, terwijl ook gemeenten en welzijnsorganisaties bij een deel van de plannen betrokken zijn. Dit geld gaat bijvoorbeeld naar coördinatie en uitvoering van activiteiten op het snijvlak van medisch en sociaal domein, zoals mentale gezondheidsnetwerken en het programma Welzijn op Recept. Ook preventieprogramma’s op basis van het GALA die gemeenten en zorg- en welzijnaanbieders uitrollen worden hiermee vanuit VWS (deels) bekostigd. Die hebben namelijk raakvlakken met de beweging van zorg naar preventie, een belangrijk onderdeel van IZA en AZWA.</span></span></span></p>"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"H4 - Wat kan de transformatie bevorderen?"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span>Een aantal zaken kan de transformatie naar toekomstbestendige zorg stimuleren. Centraal staan het vinden van oplossingen voor de fragmentatie in regie en uitvoering en het ontwikkelen van financiële prikkels die effectievere zorgverlening stimuleren in plaats van belemmeren.</span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><strong>1. Minder verkokering in stelsel, meer regie op zorgvernieuwing</strong></span></span></span></span></span></p><ul><li><strong>Minder verkokering in stelsel:</strong> Minder verkokering in de wettelijke kaders stimuleert de sturing op gezondheid in plaats van op zorg. Het geeft regisseurs meer mogelijkheden om zorgbehandelingen effectiever en efficiënter te organiseren. Aanbieders kunnen bovendien beter samenwerken, doordat (een deel van de) uitvoerings- en bekostigingsdrempels dan verdwijnen. De langdurige zorg wordt bijvoorbeeld vanuit twee wettelijke kaders (Wlz en Wmo) en verschillende regionale uitvoeringsorganisaties gecontracteerd (zorgkantoren en gemeenten). Hoewel het een complexe herziening betreft en het politieke draagvlak beperkt is, werkt een beperkter aantal uitvoeringsregimes een meer integrale blik op zorg in de hand.</li><li><span><span><span><span><span><strong>Meer regie vanuit rijksoverheid en zorgverzekeraars:</strong> De regiefunctie ligt in het Nederlandse zorgstelsel bij veel verschillende partijen. Zowel zorgverzekeraars, gemeenten als zorgkantoren hebben een belangrijke regisseursrol binnen hun werkterrein. Het is dan ook lastig om binnen de huidige vormgeving echt “doorzettingsmacht” te creëren. Daarvoor zou de rijksoverheid mee regie kunnen nemen op de transformatie. Maar ook zorgverzekeraars kunnen meer doen:</span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span>Voor zorgverzekeraars ligt er een taak om via de contractering nadrukkelijker zorgvernieuwing te belonen en bewezen innovaties breder op te schalen. Investeringen in goedkopere en kwalitatief betere zorg komt net alleen de eigen verzekerden, maar ook die van concurrenten ten goede. Toch hebben zorgverzekeraars wel de mogelijkheid om samen succesvolle zorgvernieuwing op te schalen en het meelift-effect te beperken. Zo werken zij in ZN-verband landelijk samen met de andere IZA-partijen aan de beoordeling en opschaling van nieuwe digitale <a href=\"https://digizo.nu/over-digizo-nu/\">zorgtoepassingen</a>.</span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span>Door meer uitkomstgerichte meerjarencontracten, zoals aanneemsommen, te sluiten krijgen zorgaanbieders meer zekerheid en vrijheid onder de voorwaarde dat bepaalde verbeteringen worden gerealiseerd of aan van tevoren vastgestelde prestatieafspraken wordt voldaan. Zo kan voor een langere termijn een gematigde budgetontwikkeling met meer ruimte voor zorgverbetering door aanbieders gepaard gaan. Een mooi voorbeeld is het tienjaarscontract dat CZ en het Zuyderland ziekenhuis al in 2019 <a href=\"https://nvz-ziekenhuizen.nl/actualiteit-en-opinie/sluit-alleen-nog-maar-meerjarencontracten-af\">sloten</a>.</span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span>Het stimuleren van de totstandkoming van eerstelijns samenwerkingsverbanden kan via de contractering. In het AZWA is vastgelegd dat vanaf 2027 een landelijke financiering van Regionale Eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) moet ingaan. Daarnaast is het doel om tot “hechte wijkverbanden” te komen, waarin multidisciplinair wordt samengewerkt. Nog in 2025 onderzoeken de AZWA-partijen hoe de huidige manier van contracteren en bekostigen van eerstelijnszorg samenwerking in de wijk belemmert. </span></span></span></span></span></li></ul>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Spoedeisende Medische Dienst biedt slimmere en efficiëntere acute basiszorg in Midden-Kennemerland","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span>Met de Spoedeisende Medische Dienst (SEMD) is voor de regio Midden-Kennemerland één gezamenlijke organisatie opgericht waarin één team verantwoordelijk is voor het coördineren en leveren van alle acute basiszorg. Sinds eind 2024 levert zij vanuit het nieuwe spoedplein van het Rode Kruis Ziekenhuis alle basis spoedeisende hulp in de avond-, nachten het weekenduren (ANW), waarbij er ook functies overdag aanwezig kunnen zijn. Naast het ziekenhuis bestaat de samenwerking uit huisartsenorganisaties (Huisartsenvereniging Midden-Kennemerland en Huisartsenspoedpost Beverwijk), een ggz-aanbieder (Parnassia-Groep), een VVT-organisatie (ViVa! Zorggroep) en een ambulancedienst (RAV Kennemerland). SEMD integreert de huisartsenpost, de eenvoudige (1-1,5 lijns-) basisspoedzorg op de SEH, de acute thuiszorg, de crisis geestelijke gezondheidszorg en de ambulancezorg.<br />Het unieke is dat de verschillende triagesystemen van acute-zorgaanbieders, maar ook de behandel- en verwijsfuncties zoveel mogelijk worden ondergebracht in één nieuwe gezamenlijke organisatorische eenheid. Dit omvat niet alleen de coördinatie en doorverwijzing, maar ook de daadwerkelijke levering van geïntegreerde acute basiszorg. Door de grenzen tussen organisaties te verwijderen, kan er slimmer en efficiënter gewerkt worden. Alle aangesloten aanbieders hebben daarin een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de instroom te beheersen en om de door- en uitstroom te optimaliseren. Door met elkaar het gesprek aan te gaan zijn de betrokken zorgaanbieders en de grootste zorgverzekeraar in de regio al in 2023 tot goedkeuring van het uitgebreide transformatieplan gekomen. <br />Een structurele bekostiging van de SEMD is nog in ontwikkeling. Betrokken partijen kijken samen met Zilveren Kruis en de NZa naar een vorm van populatiebekostiging of beschikbaarheidsbekostiging. Binnen de projectgroep &apos;Governance &amp; Bekostiging&apos; wordt onderzoek gedaan naar de huidige bekostigingsstructuren en de mogelijkheden voor nu en in de toekomst. Pas als alle activiteiten onder de SEMD (dus ook de VVT, GGZ en spoedvervoer activiteiten) bekend en gewogen zijn is dit in één betalingsvorm of –titel te vangen.</span></span></span></span></span></p>"}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong><span><span>2. Meer geld van zorg- naar sociaal domein overhevelen en resultaatgerichte bekostigingsvormen implementeren</span></span></strong></span></span></span></p><ul><li><strong>Meer geld van zorg- naar sociaal domein overhevelen:</strong> Wanneer de financiële ruimte het toelaat, kan ieder vanuit het eigen domein naar rato van de inbreng en de potentiële besparingen, meebetalen aan de extra kosten, bijvoorbeeld voor de extra personele inzet die nodig is. Gerichte inzet van een deel (25%) van de AZWA-doorbraakmiddelen voor het sociaal domein is positief. Knelpunt is dat gemeenten doorbraakmiddelen niet zelfstandig kunnen <a href=\"https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z16351&amp;did=2025D37800\">aanvragen</a>, maar alleen kunnen meeliften op een door de Zvw- of Wlz-aanbieder ingediend plan. Ook zijn het slechts tijdelijke middelen die voor opschaling van zogenoemde basisfunctionaliteiten bedoeld zijn. Dat zijn regionale samenwerkingsverbanden die zich op een betere mentale gezondheid, vitaler ouder worden, gezondere leefstijl, kansrijk opgroeien, en kleinere gezondheidsachterstanden richten. Het is dan ook zaak om structureel meer middelen vanuit de zorgdomeinen naar gemeenten en sociaal domein over te hevelen om daar de grote (zorg-)besparende mogelijkheden voor preventie te benutten.</li><li><strong>Resultaatgerichte bekostigingsvormen implementeren:</strong> Experimenten en zorgvernieuwing verdienen financiële aanmoediging, geen afstraffing. Via vernieuwende bekostigingsvormen die passende zorg faciliteren kan een onevenredig verlies aan inkomsten of toegenomen kosten door één of meer deelnemers aan een zorgvernieuwingstraject voorkomen worden. Ook voor zorgverzekeraars moet passende zorg financieel niet worden afgestraft. Bijvoorbeeld door de systematiek van risicoverevening minder afhankelijk te maken van waar en door wie de zorg wordt <a href=\"https://esb.nu/verzekeraars-niet-per-se-geprikkeld-tot-substitutie-van-ziekenhuiszorg/\">geleverd</a>. Internationaal, maar ook in Nederland vinden diverse experimenten plaats met vernieuwende manieren van <a href=\"https://www.eur.nl/eshpm/nieuws/waar-blijft-de-passende-bekostiging\">bekostiging</a>. Denk aan:</li><li>het belonen op basis van behaalde prestaties, zoals zorg- of gezondheidsuitkomsten (uitkomstbekostiging);</li><li>onderlinge verdeling van (een deel van de) gerealiseerde winsten of besparingen (shared savings/losses);</li><li>bekostiging op basis van <a href=\"https://esb.nu/bundelbekostiging-in-de-zorg-is-mogelijk-ondanks-belemmeringen/\">zorgbundels </a>met één bedrag voor een behandeltraject met meerdere aanbieders;</li><li><a href=\"https://kpmg.com/nl/nl/home/insights/2024/08/populatiebekostiging-heeft-potentie-maar-hoe-kom-je-tot-de-juiste-populatie.html\">populatiebekostiging</a> die afhankelijk is van de gezondheid van de populatie, zoals het <a href=\"https://www.zorgakkoorden.nl/praktijkvoorbeelden/het-kavelmodel/\">kavelmodel</a>.</li></ul>"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Gedeelde Zorg in Midden-Holland gaat zorg waar mogelijk verschuiven naar welzijn","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span>De regio Midden-Holland (Gouda, Waddinxveen, Krimpenerwaard, Zuidplas en Bodegraven-Reeuwijk) krijgt 50 miljoen euro transformatiegeld van Coöperatie VGZ en Zilveren Kruis om de zorg en ondersteuning de komende jaren toekomstbestendig te maken.<br />Het accent in het transformatieplan ligt op versterking van &apos;samenredzaamheid&apos;, betere mentale gezondheid door (onder meer) Verkennende Gesprekken en het delen van zorgnetwerken, aldus VGZ, dat met Zilveren Kruis de aanvraag heeft goedgekeurd.<br />De aanvraag is ingediend door Gedeelde Zorg, een vereniging in Midden-Holland waarin – behalve de vijf gemeenten – bijna alle zorg- en welzijnsorganisaties zitten. Het plan loopt van komende zomer tot en met 2027 en heeft als kerndoel de zorg waar mogelijk te verschuiven naar welzijn. Gevolg zal onder meer zijn dat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen.<br />Directeur Gedeelde Zorg Marloes Braber: &quot;We gaan zorg- en welzijnsorganisaties ondersteunen bij de veranderingen die op hen afkomen, zoals efficiënter samenwerken. Vaak is een zorgvraag eigenlijk een hulpvraag die buiten het zorgdomein op te lossen is. Daarom is een betere verbinding tussen zorg en welzijn nodig. We gaan onder andere investeren in betere samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals in de wijk en stimuleren inwonersinitiatieven.&quot;<br />Het plan van Gedeelde Zorg moet de werkdruk voor professionals verlagen, zal het aantal ligdagen in ziekenhuizen verminderen en de wachttijden in de ggz terugbrengen. Dat laatste zal gebeuren door een mentaal gezondheidsnetwerk op te zetten, waarin huisartsen, sociaal domein en de ggz samenwerken. <br />Van de 50 miljoen euro transformatiegeld gaat 18 miljoen naar de gemeenten. Dat zetten ze deels in voor meer welzijnscoaches, sociaal werkers, buurtsportcoaches en consulenten werk en inkomen in.<br /><small class=\"footnote\">Bron: Skipr.nl</small></span></span></span></span></span></p>"}}]},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>3. Versnellen digitale uitwisseling medische gegevens</strong><br />Fragmentatie en gebrek aan regie belemmeren ook de uitwisseling van medische gegevens van patiënten. In de IZA- en AZWA-akkoorden is afgesproken de implementatie van elektronische gegevensuitwisseling te versnellen De Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) verplicht zorgaanbieders om bepaalde zorggegevens elektronisch uit te wisselen. Landelijk ontwikkelde afspraken en technieken op het gebied van gegevensuitwisseling, zoals de eenheid van taal en techniek via standaarden, moeten voor versnelling zorgen. Maar de praktijk is weerbarstig.</p><p>Gebrek aan interoperabiliteit tussen elektronische patiëntendossiers (EPD&apos;s), persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO&apos;s) en andere zorgapplicaties, zoals doorverwijssoftware, bemoeilijkt nog altijd de samenwerking tussen zorgaanbieders. Zorgverzekeraars doen er daarom goed aan meer te sturen op het uitrollen van standaarden en uitwisseling van gegevens via regionale netwerken. </p><p>Digitale koppeling van de door verschillende zorgaanbieders vastgelegde en dus gefragmenteerde medische gegevens is nodig om de overdracht tussen zorgaanbieders soepeler te laten verlopen. Het biedt zorgverleners een completer medisch beeld van de patiënt, wat tot minder medische fouten en minder dubbele diagnostiek leidt. <a href=\"https://www.icthealth.nl/nieuws/deense-gezondheidsminister-onderstreept-belang-open-en-transparant-gegevens-uitwisselen\">Denemarken </a>en <a href=\"https://www.vno-ncw.nl/forum/de-finse-succesformule-voor-veilige-data-uitwisseling\">Finland</a> zijn op dit vlak voorbeeldlanden. </p><p>Daarnaast krijgen zorgverzekeraars met een compleet overzicht van medische gegevens een beter inzicht in de samenhang binnen de zorgvraag. Dit is ook nodig om tot afspraken over zorgvernieuwing in meerjarencontracten en kwantitatief onderbouwde regioplannen te komen. Zo is in één regio bijvoorbeeld uit een data-analyse op basis van een regionale koppeling van databases van zorg- en welzijnaanbieders gebleken dat een rolstoeluitgifte een voorspellende indicator is voor de verdere zorgvraag van de ontvanger, zoals aandoeningen aan het hart en de longen. Zo’n inzicht kan worden gebruikt om risicogroepen preventieve ondersteuning te bieden.</p>"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Auteur:</strong><br />Edse Dantuma - ING Research</p><p><strong>Met medewerking van:</strong><br />Jan Willem Spijkman - ING Sector Banking - <a href=\"mailto:Jan.Willem.Spijkman@ing.com\">Jan.Willem.Spijkman@ing.com</a> <br />Mirjam Bani - ING Research</p>"},"alignedImage":{"position":"bottom"}},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Jan Willem Spijkman","intro":"Sector Banker Public & Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/72c18059-f71d-4a60-9bd5-3c5d6fe4ce88/Jan-Willem-Spijkman","type":"image","width":4023,"original":"https://assets.ing.com/m/d132bcf68ee35aac/original/Jan-Willem-Spijkman.jpg","extension":"jpg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/healthcare/jan-willem-spijkman"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Edse Dantuma","intro":"Econoom Industry & Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/e84b8860-133f-46c2-92cc-c4949b77eb50/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270","type":"image","width":3355,"original":"https://assets.ing.com/m/24b31aef632f3069/original/Foto-Duco-de-Vrieswww-ducodevries-nl06-22329270.jpg","extension":"jpg"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/over-ing-research/auteur/edse-dantuma"}}]},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Disclaimer","richBody":{"value":"<p>Deze publicatie is opgesteld door de &apos;Economic and Financial Analysis Division&apos; van ING Bank N.V. (&quot;ING&quot;) en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Deze publicatie is louter informatief en mag niet worden beschouwd als advies in welke vorm dan ook. ING betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om ervoor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. De informatie in deze publicatie geeft de persoonlijke mening weer van de Analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de Analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Niets in deze publicatie mag worden gereproduceerd, verspreid of gepubliceerd door wie dan ook voor welke reden dan ook zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ING. Alle rechten zijn voorbehouden. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, houdt kantoor aan Bijlmerplein 888, 1102 MG te Amsterdam, Nederland en is onder nummer 33031431 ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Voor nadere informatie omtrent ING policy zie https://research.ing.com/.</p>"}}]}]},"complementaryZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"Ook interessant"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Meer over Healthcare","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/384f3690-a7e0-418c-8cb4-efdef3091c4d/Icon-Healthcare","type":"image","width":236,"original":"https://assets.ing.com/m/1bdb0542a5bbc801/original/Icon-Healthcare.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/healthcare"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"Blijf op de hoogte"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"serviceCard","cardType":"service","cardSize":"small","title":"Onze publicaties in je mailbox","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ed278600-502d-4eab-b44c-b995dfb5f253/Icon-Envelope","type":"image","width":237,"original":"https://assets.ing.com/m/27711bd2f94a8e23/original/Icon-Envelope.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"https://ingthink.slgnt.eu/optiext/optiextension.dll?ID=PbkPn7YpYhvjrFjvTUD8S3Vav52QmkvGQm7qSxkvuviMQZuzyw35feMmO6cH6bUlOBp%2BNWCyQFeoieEKV4"}}]}]}}}