{"type":"document","data":{"id":"18ac349a-1ff2-4324-bb1d-954bec4818a8","localeString":"nl-NL","publishDate":"2026-04-03T11:05:45.302+02:00","contentType":"onecms:editorialPage","hasMacro":false,"flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"robotInstruction":{"noIndex":false,"noFollow":false},"description":"Thijs Geijer over verduurzaming van productieprocessen in de voedingsindustrie"},"mainHeaderZone":{"componentType":"editorialHeader","coreHeader":{"title":"Vergroening van het energiegebruik in de voedingssector vraagt om meer actie","body":"De voedingssector staat voor de opgave om het gasverbruik te verlagen en de stroombehoefte te vergroenen. De technologie om productieprocessen te verduurzamen is er, maar lange terugverdientijden van investeringen en netcongestie vormen duidelijke belemmeringen. Tot aan 2030 investeert de voedingsindustrie naar schatting 17 miljard euro in machines & installaties en gebouwen. Daarmee kunnen bedrijven belangrijke stappen zetten. Overheidsbeleid is mede bepalend voor hoe groot het bedrag is dat uiteindelijk naar voor verduurzaming noodzakelijke maatregelen zoals zonnepanelen, warmtepompen en elektrische ovens gaat."},"backLink":{"textLink":{"url":"/zakelijk/sector/food-agri","text":"Food & Agri"}},"date":"2023-06-13","readingTime":13,"authorInfo":{"authorName":"Thijs Geijer","jobTitle":"Econoom Food & Agri","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/aaf49572-51c6-4581-ada4-2258c7e3e559/Thijs-Geijer-500x500px","type":"image","width":251,"altTextNL":"Thijs Geijer","original":"https://assets.ing.com/m/46f05aacad5c6e2f/original/Thijs-Geijer-500x500px.png","extension":"png"}}},"flexZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"Introductie: De bijdrage van de voedingsindustrie en -groothandel aan de Nederlandse klimaatdoelstellingen"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Bij voedingsproducenten en groothandels staat de verduurzaming van hun energiebehoefte volop in de belangstelling. Een overvloed aan goedkope energie is minder vanzelfsprekend dan een aantal jaar terug. Verder betekenen de, aangescherpte, Nederlandse klimaatdoelen dat er richting 2030 veel beleidsmaatregelen op bedrijven gaan afkomen. Vandaar gaat ING Research in twee artikelen dieper in op wat de energietransitie voor voedingsbedrijven betekent en gaat betekenen. In dit artikel ligt de focus op productieprocessen en <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/food-agri/voedingsbedrijven-zetten-eerste-stappen-naar-emissieloos-wegtransport\">in het tweede artikel</a> staat de verduurzaming van het wegtransport in de voedingssector centraal</span></span></span></p>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Gas is de dominante energiedrager in de voedingsindustrie"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>De voedingsindustrie is goed voor 8% van het totale energiegebruik in de Nederlandse industrie. Daarmee is de sector qua absoluut verbruik groter dan de meeste andere industrietakken, uiteraard op de chemie na. Veruit de belangrijkste energiebron is aardgas (72%) gevolgd door elektriciteit (22%), hernieuwbare energie (4%), kolen (1%) en warmte (1%). Het aandeel hernieuwbare energie groeit door de tijd, maar de verschuiving gaat heel geleidelijk, zelfs in tijden van hoge energieprijzen. </span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/e4bc05bf-421c-4d74-b2cf-7a93c9211b0b/Sectorstudie-Food-2023-Aardgasverbruik-industrie","original":"https://assets.ing.com/m/7127b717bfed8382/original/Sectorstudie-Food-2023-Aardgasverbruik-industrie.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Hogere energieprijzen, maar nog geen daling van het gasverbruik"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Uit CBS cijfers blijkt dat het aardgasverbruik in de voedingsindustrie in 2023 in lijn ligt met eerdere jaren bij een productievolume dat een fractie hoger ligt dan in 2019. Dat het gasverbruik vrij constant is, ondanks de sterke stijging van de energieprijzen, impliceert dat de directe mogelijkheid of de noodzaak of om minder gas te gebruiken ontbreekt.</span></span></span><br /><br /><span><span><span>Daarbij speelt mee dat energie voor voedingsfabrikanten doorgaans een relatief kleine kostenpost is. In het verleden waren de energiekosten zo’n 1 tot 3 procent van de totale kosten. Dat aandeel is weliswaar gestegen maar blijft bij de huidige prijzen onder de 5 procent. In reactie op hogere prijzen werd de productie in sommige andere industrietakken afgeschaald en werd er meer van buiten de EU geïmporteerd. Dat is in de voedingsindustrie niet gebeurd, doordat de vraag naar voeding stabiel is zijn hogere energiekosten (grotendeels) doorberekend aan afnemers.</span></span></span><br /><br /><span><span><span>Onze inschatting is dat energierekeningen in de komende jaren hoger blijven dan in de periode voor 2022. Dit komt door de combinatie van hogere energieprijzen en hogere belastingen op gas. Voor bedrijven die niets doen blijven energiekosten een groter deel van hun kosten uitmaken.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Bedrijven hebben meerdere routes om minder fossiele energie te gebruiken"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span>In de zoektocht naar alternatieven voor aardgas en grijze stroom hebben voedingsproducenten verschillende opties (zie schema). De relevantie van die opties zal per bedrijf sterk verschillen en wordt mede bepaald door de omvang van het bedrijf, de productieprocessen, het type bedrijfspand (bestaand of nieuwbouw) en de netcongestie in het gebied van de bedrijfslocatie.</span></span></span></span><br /><br /><span><span><span><span>Doordat de voedingssector ook na het nemen van allerlei maatregelen nog elektriciteit van het net blijft gebruiken zijn bedrijven uiteindelijk ook afhankelijk van het tempo waarmee de energieproductie in Nederland verduurzaamt. </span></span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ddc3c779-f615-4bc4-bd5e-9d45cef02995/Sectorstudie-Food-2023-Routes-om-te-verduurzamen","original":"https://assets.ing.com/m/72f58128a55d373e/original/Sectorstudie-Food-2023-Routes-om-te-verduurzamen.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Sommige maatregelen makkelijker toepasbaar dan andere"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Binnen de hoofdroutes zijn er vaak meerdere technische oplossingen om een stap te maken. Hieronder lichten we er een aantal op hoofdlijnen toe. Specifieke mogelijkheden voor verschillende deelsectoren binnen de voedingsindustrie zijn door het PBL en TNO in kaart gebracht.</p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Opwekken van groene stroom met zonnepanelen groeit sterk","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Stap voor stap worden zonnepanelen de norm voor bedrijfspanden in de voedingsindustrie en -handel. Projecten bij de grotere bedrijven in de sector bestaan doorgaans uit zo’n 2.000 tot 3.000 panelen, maar er zijn ook voorbeelden van bedrijven met meer dan 10.000 panelen. De opgewekte stroom is in de voedingsindustrie vooral voor eigen gebruik en dekt vaak een deel van de eigen behoefte. In de groothandel zal doorgaans meer worden teruggeleverd aan het net.</span></span></span><br /><br /><span><span><span>Door de elektrificatie van productieprocessen en het (vracht)wagen park en de doorontwikkeling van batterijen voor energieopslag komen er meer mogelijkheden om de opgewekte elektriciteit optimaal te benutten. Uit berekeningen van ING Research blijkt echter ook dat zelfs wanneer op alle daken van voedingsproducenten en -groothandels zonnepanelen zouden liggen, dit maar in zo’n 10 tot 25 procent van de huidige elektriciteitsbehoefte kan voorzien. Daarnaast fluctueert de opbrengst van zonnepanelen sterk door het jaar heen terwijl de elektriciteitsbehoefte vanuit de sector constant is. Netstroom zal dus noodzakelijk blijven. </span></span></span></p><blockquote><p><span><span><span>Op ons dak liggen 3.500 zonnepanelen die 15% van onze elektriciteitsbehoefte dekken. Zo komt 100% van de zonnestralen die we opvangen in onze ijsjes terecht. </span></span></span></p></blockquote><p><span><span><span><span>—  Roelof Knijn, Holiday Ice</span></span></span></span></p><p> </p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Restwarmte biedt goede basis voor elektrificatie van de warmtevraag","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Voor de productie van veel voedingsmiddelen is warmte nodig, bijvoorbeeld om te bakken, koken of pasteuriseren. Dat gebeurt voor het overgrote deel met gasgestookte (stoom)ketels maar technisch gezien kan dit ook op elektriciteit, zeker bij processen met een warmtevraag tot 100 °C. TNO schat dat van de warmtevraag in de industrie als geheel een relatief klein deel processen tot 100 °C betreft (6%), dat aandeel ligt in de voedingsindustrie naar verwachting hoger. </span></span></span></p><p><span><span><span>De meest gangbare stap om minder gas te verbruiken voor de warmtebehoefte is door warmtepompen te installeren die restwarmte uit het productieproces of van de koelinstallaties opwaarderen. Verder doen bij grote bedrijven elektrische stoomketels (e-boilers) hun intrede, deze zijn vooral interessant op momenten waarop elektriciteit goedkoop is. Voor productieprocessen met hogere temperaturen is elektrificatie vaak complexer en kostbaarder. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bakken van brood, koekjes of chips wat gebeurt bij temperaturen van 275°C tot 400°C.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Groen gas biedt voor sommige bedrijven een alternatief","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Reststromen van voedingsproductie kunnen worden omgezet in biogas en daarmee kan ook elektriciteit en warmte gemaakt worden. Groen gas kan aardgas 1-op-1 vervangen. Iedere voedingsfabrikant heeft reststromen, maar of omzetting naar biogas een betere optie is dan verwerking tot diervoeding hangt sterk af van het volume en de kwaliteit van die stromen. Verder ligt voor voedingsfabrikanten een rol als leverancier van reststromen aan gespecialiseerde vergisters meer voor de hand dan de rol van producent van biogas. Vergisters kunnen dit gas in het gasnet invoeden, wat voedingsproducenten via hun energieleverancier kunnen kopen.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Waterstof vooralsnog toekomstmuziek voor de voedingsindustrie","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Voor processen waar hogere temperaturen nodig zijn, is waterstof als energiedrager ook een alternatief. Richting 2030 zal de inzet in de voedingssector echter nog zeer beperkt zijn. Dit heeft te maken met hoge investeringskosten maar ook met beperkte beschikbaarheid van waterstof op de plekken waar voedingsbedrijven zijn gevestigd. Toepassing spitst zich meer toe op andere industrietakken zoals de chemie en productie van staal en transportsectoren zoals de luchtvaart en scheepvaart.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<blockquote><p><span><span><span>De voedingsindustrie kan nog veel winst halen uit het gebruik van restwarmte. Nog steeds gaat er heel veel warmte de lucht in.</span></span></span></p></blockquote><p><span><span><span><span>—  Jeroen van der Post &amp; Martin Boer, Compaxo Vleeswaren</span></span></span></span></p><p> </p><blockquote><p><span><span><span>Bij bedrijven waar veel tegenstellingen in temperaturen zijn, zijn er doorgaans meer mogelijkheden voor het benutten van restwarmte. Vaak biedt restwarmte uit koel- en productieprocessen bijvoorbeeld een mooie basis voor het verwarmen van het kantoor, of het schoonmaakwater voor de fabriek.</span></span></span></p></blockquote><p><span><span><span><span>—  Hans van den Hoorn, RBK Group</span></span></span></span></p><p> </p><blockquote><p><span><span><span>Brood bakken in elektrische ovens is technisch mogelijk en gebeurt bijvoorbeeld veel in Frankrijk en Scandinavië. In Nederland is de infrastructuur om op elektriciteit over te kunnen schakelen momenteel niet aanwezig. Daarnaast kan elektrisch bakken in Nederland op dit moment ook qua kostprijs niet concurreren met gas.</span></span></span></p></blockquote><p><span><span><span><span>—  Wim Kannegieter, Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij</span></span></span></span></p>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Kosten besparen en overheidsbeleid zijn belangrijkste drijfveren"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Bedrijven kiezen ervoor om hun energiegebruik te verduurzamen vanwege een aantal redenen. </span></span></span></p><p><span><span><span>Belangrijkste drijfveren</span></span></span></p><ol><li><span><span><span>Kosten besparen. <span><span><span>Vaak is de portemonnee de belangrijkste motivator. Dit argument weegt momenteel zwaarder dan voor de oorlog in Oekraïne doordat energieprijzen naar verwachting hoger blijven en de energiebelasting op gas stapsgewijs oploopt.</span></span></span></span></span></span></li><li><span><span><span>Overheidsbeleid.</span></span></span>Dit is een hele belangrijke drijfveer. Sturing loopt via wettelijke verplichte investeringen, subsidies en de energiebelastingen. Vanwege de gestelde klimaatdoelen pakt de overheid die rol ook nadrukkelijker op. In de praktijk wordt door voedingsbedrijven voor de aanleg van zonnepanelen, de installatie van industriële warmtepompen en andere maatregelen praktisch altijd gebruik gemaakt van subsidies als de EIA, SDE++, VEKI of DEI+.</li><li><span><span><span>Duurzaamheidsdoelstellingen.</span></span></span>Bedrijfsdoelstellingen gekoppeld aan MVO of de Sustainable Development Goals fungeren in sommige gevallen ook als aanjager voor investeringen die helpen om klimaatverandering af te remmen.</li><li><span><span><span>Duurzaamheidseisen van afnemers.</span></span></span>Dit kan een aanvullende drijfveer zijn voor bepaalde investeringen, met name voor bedrijven die strategisch partner zijn van supermarkten, leveren aan beursgenoteerde bedrijven en/of veel afnemers hebben in de (semi-)publieke sector. Die afnemers zijn vaak nadrukkelijk op zoek naar manieren om de milieuvoetafdruk van hun inkoop te verlagen en zijn daarvoor afhankelijk van hun leveranciers.</li></ol><blockquote><p><span><span><span>Mede dankzij de VEKI en de SDE subsidie zijn wij in staat om te investeren in twee warmtepompen waarmee we ons gasverbruik aanzienlijk gaan verminderen.</span></span></span></p></blockquote><p><span><span><span><span>—  Jeroen van der Post &amp; Martin Boer, Compaxo Vleeswaren</span></span></span></span></p><p> </p><blockquote><p><span><span><span>Onze energiekosten zijn maar een heel klein deel van onze omzet. De stappen die we zetten worden dan ook eerder gedreven vanuit verantwoordelijkheid dan vanuit kosten. </span></span></span></p></blockquote><p><span><span><span><span>—  Mark de Witte, Koninklijke de Kuyper</span></span></span></span></p>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Rekenvoorbeeld: consequenties van beoogde aanpassingen in de energiebelastingen"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span>Om inzichtelijk te maken hoe de energierekening van bedrijven in de sector zich in de toekomst kan ontwikkelen is het volgende rekenvoorbeeld uitgewerkt. </span></span><span><span>Een fictieve voedingsproducent heeft een omzet van 100 miljoen euro en gebruikt in 2023 2 miljoen m3 gas en 5 miljoen kWh stroom. Aangenomen wordt dat de productie licht groeit maar dat het gebruik door efficiëntie slagen tot 2030 constant blijft. Verder is het uitgangspunt dat het bedrijf één locatie heeft, zelf geen stroom opwekt en energieprijzen niet voor langere termijn heeft vastgelegd.</span></span><br /><br /><span><span><span>Met dit rekenvoorbeeld wordt duidelijk dat de energierekening bij een gelijk verbruik flink kan oplopen. Weliswaar blijft het aandeel van energie in de totale kosten relatief klein. Maar om te voorkomen dat hogere belastingen niet ten koste gaan van hun marge zullen bedrijven ofwel het energieverbruik moeten verlagen, op andere kosten moeten besparen of hun prijzen moeten verhogen.</span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ee1bc259-7c2a-497c-95e4-980aceefbb91/Sectorstudie-Food-2023-Berekening-energierekening","original":"https://assets.ing.com/m/6e1639a2dec0a6c4/original/Sectorstudie-Food-2023-Berekening-energierekening.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/c57495ec-da55-4d70-ac50-fb7992cb1d6d/Sectorstudie-Food-2023-tabel-energierekening","original":"https://assets.ing.com/m/2b17b6511ed14895/original/Sectorstudie-Food-2023-tabel-energierekening.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Omvang en terugverdientijd investeringen vormen grootste obstakels"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Naast drijfveren zijn er een aantal obstakels waar bedrijven tegen aan lopen. </span></span></span></p><p><span><span><span>Belangrijkste obstakels</span></span></span></p><ol><li><span><span><span>Omvang van de investeringen. </span></span></span><span><span><span>Verduurzamingsinvesteringen kunnen ingrijpend zijn qua kosten en inpassing in bestaande processen. Vanwege investeringsbudgetten en de schaarste aan technisch personeel moeten bedrijven keuzes maken tussen projecten die nice-to-have en need-to-have zijn. Bij grotere eenmalige investeringen worden vaak wel productie-uitbreiding én energie-efficiency meegenomen.</span></span></span></li><li><span><span><span>Terugverdientijd van investeringen. </span></span></span><span><span><span>Bij de keuze voor projecten speelt de terugverdientijd een belangrijke rol. Vaak moet die kort zijn om überhaupt in aanmerking te komen (zie figuur). Vanuit wetgeving gaan meer investeringen in aanmerking komen doordat de plicht om energiebesparende investeringen te doen in 2025 wordt verhoogd van 5 naar 7 jaar. Of dat tot golf van additionele investeringen leidt hangt echter ook af van de mate van handhaving. </span></span></span></li><li><span><span><span>Netcongestie.</span></span></span>In de praktijk blijkt dat goede wil geen garantie is dat een beoogd project ook de eindstreep haalt. De elektrificatie van processen stuit in veel delen van Nederland op netcongestie vanwege het extra vermogen dat nodig is. Dit probleem is ook niet snel opgelost, de doorlooptijd van verzwaring van energienetten ligt vaak tussen de 5 en 10 jaar.</li><li><span><span><span>Diverse andere factoren.</span></span></span><span><span><span>Verder stranden plannen van bedrijven bijvoorbeeld ook omdat de benodigde vergunning niet wordt verleend of omdat verzekeraars van bedrijfspanden aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid.</span></span></span></li></ol>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/588cec59-7468-477c-b499-f02d20db0942/Sectorstudie-Food-2023-Terugverdientijd","original":"https://assets.ing.com/m/3c0f0eb34b381b82/original/Sectorstudie-Food-2023-Terugverdientijd.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Voedingsindustrie investeert 17 miljard euro in machines, installaties en gebouwen tot aan 2030."},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Hoeveel de voedingsindustrie tot aan 2030 zal gaan uitgeven aan verduurzaming van productieprocessen is lastig te bepalen, maar we kunnen wel een inschatting maken van het potentiële investeringsbudget. Voor de periode 2023-2030 komt dat naar verwachting uit op zo’n 12 miljard euro voor machines en installaties en bijna 5 miljard voor bedrijfsgebouwen. In dat bedrag zijn subsidies al meegenomen.</span></span></span><br /><br /><span><span><span>In principe zal iedere nieuwe machine en installatie zuiniger en efficiënter zijn dan zijn voorganger en dat is ook zo bij nieuwe gebouwen. Uitbreidings- en vervangingsinvesteringen leiden dan ook snel tot een lagere energiegebruik per eenheid product. Tegelijkertijd willen bedrijven vaak ook groeien waardoor relatieve besparingen niet altijd samen gaan met een absolute daling. <span>Bedrijven hebben doorgaans een groeiambitie – maar dat doet niets af aan klimaatneutraal produceren als stip op de horizon.</span></span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/120002fa-98db-4950-a1f8-78080b56e095/Sectorstudie-Food-2023-Investeringen","original":"https://assets.ing.com/m/490ce47b250e5c3b/original/Sectorstudie-Food-2023-Investeringen.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Conclusie: De route richting 2030"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span>Hogere energieprijzen hebben tot op heden nog geen structurele daling van het gasverbruik in de voedingsindustrie teweeg gebracht. Daar zal verandering in moeten komen omdat de overheid nadrukkelijk aanstuurt op elektrificatie als belangrijk middel om de CO2 uitstoot te verlagen. De groei van het aantal zonnepanelen op bedrijfspanden zorgt ondertussen wel dat het aandeel hernieuwbare elektriciteit stap voor stap toeneemt.</span></span></span><br /><br /><span><span><span>Technisch kan er nog veel meer gebeuren, maar dat alle potentiële investeringen in productieprocessen ook plaatsvinden is niet vanzelfsprekend. Voor verdere elektrificatie en een grotere inzet van schonere energiebronnen moet veel gebeuren aan randvoorwaarden zoals de infrastructuur. De overheid vraagt en verwacht dat bedrijven soms hun energie-efficiënte processen op gas in gaan ruilen voor minder efficiënte processen op elektriciteit. Dat gaat alleen op grote schaal gebeuren als daar een combinatie van wettelijke verplichtingen en financiële stimulansen tegenover staat.</span></span></span><br /><br /><span><span><span>Voor bedrijven is het zaak om te anticiperen op toekomstig beleid en veranderingen in het energiesysteem en te zoeken naar de investeringen die daar bij aansluiten. </span></span></span></p><ul><li><span><span><span>Dat begint met het in kaart hebben van de eigen processen. Wat is het energieverbruik van alle machines en installaties gedurende het jaar? Wat zijn per proces de opties om het verbruik te verminderen of te vergroenen? Data en technische kennis zijn onontbeerlijk. </span></span></span></li><li><span><span><span>Vervolgens draait het om de vraag wat voor investering er nodig is, op welk moment die het best plaats kan vinden en wat de financieringsopties en subsidiemogelijkheden zijn. </span></span></span></li><li><span><span><span>Tot slot vraagt verduurzaming om actief stakeholdermanagement. Bedrijven die willen verduurzamen zijn afhankelijk van anderen zoals hun energieleverancier, netbeheerder, gemeente en verzekeraar. Nauw contact met die partijen is vaak al nodig voordat een investeringskans zich aandient.</span></span></span></li></ul><p><span><span><span>Verduurzamingsstappen van productieprocessen vergen tijd en doorzettingsvermogen. Gerichte investeringen maken bedrijven echter minder afhankelijk van de grillen van energiemarkten en kunnen de concurrentiepositie op de langere termijn versterken.</span></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><span><span><span><strong>Met dank aan:</strong></span></span></span></p><p><span><span><span>Martin Boer, Compaxo Vleeswaren</span></span></span></p><p><span><span><span>Mark de Witte, Koninklijke de Kuyper</span></span></span></p><p><span><span><span>Wim Kannegieter, Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij</span></span></span></p><p><span><span><span>Roelof Knijn, Holiday Ice</span></span></span></p><p><span><span><span>Wim Littel, Littel Technische Installaties</span></span></span></p><p><span><span><span>Hans van den Hoorn, RBK Group</span></span></span></p><p><span><span><span>Jeroen van der Post, Compaxo Vleeswaren</span></span></span></p><p> </p><p><strong>Auteur</strong></p><p>Thijs Geijer, ING Research, thijs.geijer@ing.com</p><p> </p><p><span><span><span><strong>Met medewerking van: </strong></span></span></span></p><p><span><span><span>Ceel Elemans, ING Sector Banking, ceel.elemans@ing.com</span></span></span></p><p><span><span><span>Edse Dantuma, ING Research</span></span></span></p><p><span><span><span>Gerben Hieminga, ING Research</span></span></span></p><p><span><span><span>Lex Hoekstra, ING Research</span></span></span></p><p> </p>"}},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Samantha Reilly","intro":"Sector Banker Food","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/666e04b7-73f1-4869-97a6-35014db15ef6/Samantha-Reilly_tcm162-195045","type":"image","width":4368,"altTextNL":"Samantha Reilly","original":"https://assets.ing.com/asset/666e04b7-73f1-4869-97a6-35014db15ef6/Samantha-Reilly_tcm162-195045.jpg","extension":"jpg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/food-agri/samantha-reilly"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Thijs Geijer","intro":"Econoom Food & Agri","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/aaf49572-51c6-4581-ada4-2258c7e3e559/Thijs-Geijer-500x500px","type":"image","width":251,"altTextNL":"Thijs Geijer","original":"https://assets.ing.com/m/46f05aacad5c6e2f/original/Thijs-Geijer-500x500px.png","extension":"png"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/over-ing-research/auteur/thijs-geijer"}}]},{"componentType":"cta","textLink":{"url":"https://assets.ing.com/m/769205a0ff76c8e8/original/Sectorstudie-Food-Agri-Vergroening-van-het-energiegebruik-in-de-voedingssector-vraagt-om-meer-actie.pdf","text":"Publicatie in pdf"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Disclaimer","richBody":{"value":"<p>Deze publicatie is opgesteld door de &apos;Economic and Financial Analysis Division&apos; van ING Bank N.V. (&quot;ING&quot;) en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Deze publicatie is louter informatief en mag niet worden beschouwd als advies in welke vorm dan ook. ING betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om ervoor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. De informatie in deze publicatie geeft de persoonlijke mening weer van de Analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de Analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Niets in deze publicatie mag worden gereproduceerd, verspreid of gepubliceerd door wie dan ook voor welke reden dan ook zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ING. Alle rechten zijn voorbehouden. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, houdt kantoor aan Bijlmerplein 888, 1102 MG te Amsterdam, Nederland en is onder nummer 33031431 ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Voor nadere informatie omtrent ING policy zie https://research.ing.com/.</p>"}}]}]},"complementaryZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"Ook interessant"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"medium","title":"Outlook Nederland 2025: groei van achter de dijken","body":"5 december 2024 - De Nederlandse economie groeit in 2025 naar verwachting op het gematigde tempo van 1,3%, vooral dankzij de binnenlandse vraag.","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/747f062e-2035-4ffe-85da-640f51b21d49/Card-Outlook-2025-Groei-van-achter-de-dijken","type":"image","width":1024,"original":"https://assets.ing.com/m/19cf2e0d2b9496ad/original/Card-Outlook-2025-Groei-van-achter-de-dijken.png","extension":"png"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/nederland/outlook-nederlandse-economie"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Meer over de Nederlandse economie","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/f166203c-2322-4c95-a19b-f4d5d5d609fd/Map-Netherlands-icon","type":"image","width":312,"original":"https://assets.ing.com/m/644f5fb91126c7f1/original/Map-Netherlands-icon.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/nederland"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Meer over Food & Agri","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/0e93ba7f-5a85-4956-bc60-5a24efa04871/Icon-Food-and-Agri","type":"image","width":236,"original":"https://assets.ing.com/m/3d4459a6fa2ef4f4/original/Icon-Food-and-Agri.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/food-agri"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"Blijf op de hoogte"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"serviceCard","cardType":"service","cardSize":"small","title":"Onze publicaties in je mailbox","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ed278600-502d-4eab-b44c-b995dfb5f253/Icon-Envelope","type":"image","width":237,"original":"https://assets.ing.com/m/27711bd2f94a8e23/original/Icon-Envelope.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"https://ingthink.slgnt.eu/optiext/optiextension.dll?ID=PbkPn7YpYhvjrFjvTUD8S3Vav52QmkvGQm7qSxkvuviMQZuzyw35feMmO6cH6bUlOBp%2BNWCyQFeoieEKV4"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Volg ons op X","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/53b8855d-2f0c-4e52-8575-ca5457329002/Logo-X","type":"image","width":786,"original":"https://assets.ing.com/m/5d6498c19f531619/original/Logo-X.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"https://twitter.com/ingnl_economie"}}]}]}}}