{"type":"document","data":{"id":"51a9d05b-2d54-4bff-9585-cbbff7b703fa","localeString":"nl-NL","publishDate":"2026-03-31T14:26:20.279+02:00","contentType":"onecms:editorialPage","hasMacro":false,"flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"robotInstruction":{"noIndex":false,"noFollow":false},"description":"Steeds meer vlees- en zuivelbedrijven hebben doelen om hun co2 uitstoot te verminderen. Om de doelen van de grootste Europese bedrijven te realiseren zullen miljarden euro’s nodig zijn."},"mainHeaderZone":{"componentType":"editorialHeader","coreHeader":{"title":"De weg naar een co2 neutrale vlees- en zuivelsector is allesbehalve vanzelfsprekend","body":"Een groeiend aantal grote Europese en Amerikaanse vlees- en zuivelverwerkers heeft doelstellingen vastgesteld om hun uitstoot te verminderen en tegen 2050 co2 neutraal te worden. Naarmate deze strategieën zich ontwikkelen, wordt  duidelijk dat de sector een breed scala aan maatregelen wil inzetten. Voor de grootste Europese bedrijven schatten we dat ze 5 tot 10 miljard euro nodig hebben om hun reductiedoelstellingen voor 2030 te halen."},"backLink":{"textLink":{"url":"/zakelijk/sector/food-agri","text":"Food & Agri"}},"date":"2023-01-18","readingTime":8,"authorInfo":{"authorName":"Thijs Geijer","jobTitle":"Econoom Food & Agri","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/aaf49572-51c6-4581-ada4-2258c7e3e559/Thijs-Geijer-500x500px","type":"image","width":251,"altTextNL":"Thijs Geijer","original":"https://assets.ing.com/m/46f05aacad5c6e2f/original/Thijs-Geijer-500x500px.png","extension":"png"}}},"flexZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle"},{"componentType":"paragraph","title":"Grote bedrijven willen hun scope 1 en 2 emissies in 2030 met 35-40% verminderen","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>De lijst van vlees- en zuivelbedrijven met doelstellingen voor de vermindering van CO2-uitstoot wordt steeds langer. Om een overzicht te krijgen van de stand van zaken in de sector, hebben we de publieke doelstellingen van de 50 grootste zuivel- en vleesbedrijven in Europa en Noord-Amerika geanalyseerd. Bijna 65% van deze bedrijven heeft specifieke doelstellingen gepubliceerd en een kwart van deze bedrijven streeft er uitdrukkelijk naar om in 2050 co2 neutraal te zijn. Sommige, maar niet alle, van deze doelstellingen zijn geverifieerd door onafhankelijke instanties zoals het Science Based Target Initiative (SBTi). Verder zijn er duidelijke verschillen in de kwaliteit en de gedetailleerdheid van de toezeggingen. Ongeveer 35% van de onderzochte ondernemingen heeft geen publieke doelstellingen. Hoewel het niet verplicht is om zulke doelen bekend te maken, verwachten we dat meer bedrijven dit de komende jaren zullen doen. Anders dreigt het een concurrentienadeel te worden omdat klanten zoals supermarktketens en A-merk fabrikanten, steeds vaker verwachten en eisen dat hun leveranciers zulke doelstellingen hebben.</span></span></span></span></span></span></span><br /><br /><span><span><span><span><span><span><span>Er lijkt in de sector een zekere mate van consensus te bestaan over de vraag welke reductieniveaus haalbaar zijn. Grote spelers zoals zuivelbedrijven FrieslandCampina en Arla en vleesbedrijven zoals Danish Crown, Tönnies en Vion of Tyson, JBS en Cargill hebben allemaal tamelijk vergelijkbare doelen. Zuivelbedrijven streven er gemiddeld naar om de uitstoot van scope 1 en 2 (veroorzaakt door bedrijfsinstallaties, voertuigen en gekochte energie) in 2030 met 40% te verminderen, terwijl het gemiddelde voor vleesbedrijven 35% is. De meeste bedrijven hebben doelstellingen vastgesteld voor een referentiejaar tussen 2015 en 2020.</span></span></span></span></span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/7cd956a2-711f-4661-aafb-32531db354d5/Chart-1-targets","original":"https://assets.ing.com/m/6fbda61a73264067/original/Chart-1-targets.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","title":"Minder dan de helft  van de grote bedrijven heeft een doelstelling voor scope 3 emissies, terwijl die relatief belangrijker zijn","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>Twintig van de vijftig bedrijven hebben een doelstelling voor hun scope 2 emissies. Deze emissies gebeuren voor en na het verlaten van de fabriek en ontstaan voornamelijk op boerderijen, tijdens de productie van ingrediënten en verpakkingsmateriaal of door vervoer door derden. Dergelijke indirecte emissies zijn vooral relevant omdat zij ongeveer 90% (in vlees) tot 95% (in zuivel) van alle emissies in de waardeketen vormen. In relatieve zin zijn de scope 3 doelstellingen van ondernemingen doorgaans iets lager dan de scope 1 en 2 doelstellingen. Maar het is goed om in gedachten te houden dat vanwege hun belang, lagere relatieve doelstellingen voor scope 3 nog steeds kunnen leiden tot een grotere absolute reductie.</span></span></span></span></span></span></span><br /><br /><span><span><span><span><span><span><span>Scope 3 doelstellingen kunnen absoluut of gebaseerd op intensiteit zijn. Dit laatste houdt verband met de totale emissies per ton product, met als doel de emissie-intensiteit te verminderen. Dergelijke intensiteitsdoelstellingen worden bekritiseerd door niet-gouvernementele organisaties (NGO&apos;s) omdat zij geen vermindering van de totale uitstoot garanderen wanneer de productie van bedrijven sterk groeit. Daarom beveelt de SBTi bedrijven aan zowel absolute als intensiteitsdoelen te hanteren.</span></span></span></span></span></span></span><br /> </p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/3b57096c-fcf4-4295-a5b0-94ffead29b07/Chart-2-targets-bandwith","original":"https://assets.ing.com/m/8a3439d86692b2d/original/Chart-2-targets-bandwith.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","title":"Bedrijven moeten een aantal obstakels overwinnen op hun weg naar co2 neutraal","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>De doelstellingen worden steeds duidelijker, maar de manier waarop bedrijven dit zullen bereiken is vaak verre van duidelijk, hoewel sommige grote spelers wel zeer gedetailleerde plannen hebben. Wij zijn van mening dat er ten minste drie grote obstakels zijn die tussen plannen en realiteit staan:</span></span></span></span></span></span></span></p><ul><li><span><span><span><span><span><span><span>Economisch: Maatregelen om de co2-uitstoot te verminderen, vereisen doorgaans investeringen of leiden tot extra kosten voor bedrijven en leveranciers, waardoor een behoefte ontstaat om doelstellingen af te stemmen binnen de keten. Sommige maatregelen hebben een financieel voordeel, maar vaker zullen hogere kosten aan consumenten moeten worden doorberekend. Als consumenten niet bereid zijn te betalen en bedrijven niet wettelijk verplicht zijn om een maatregel te nemen, vermindert dit de prikkel voor bedrijven om te investeren.</span></span></span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span><span><span>Technologisch: Nauwkeurige meting en tracering van emissies bij voedingsfabrikanten, op boerderijen en in andere delen van de toeleveringsketen wordt steeds gebruikelijker, maar is nog steeds niet universeel. Bovendien zijn sommige van de geplande reducties van scope 3 emissies 3 afhankelijk van technologieën die nog moeten worden ontwikkeld of die nog niet op grote schaal zijn toegepast.</span></span></span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span><span><span>Cultureel: De toezeggingen die grote bedrijven doen hangen af van de bereidheid van veel boeren en andere leveranciers om te investeren en een andere werkwijze. Sommigen zullen het leuk vinden, anderen niet. Door deze afhankelijkheid zijn scope 3 doelstellingen omgeven met meer onzekerheid.</span></span></span></span></span></span></span></li></ul>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/c4b2b49a-bfdf-4159-b03a-10dcb663ebac/Chart-3-reduction-2030","original":"https://assets.ing.com/m/307edd8c96a41737/original/Chart-3-reduction-2030.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","title":"Het ‘makkelijke’ deel: vermindering van emissies van eigen activiteiten","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>Het terugdringen van de emissies van vlees- en zuivelfabrieken gaat vooral over verbetering van de energie-efficiëntie, elektrificatie van productieprocessen en de overschakeling op hernieuwbare energiebronnen. Het zal meerdere investeringscycli vergen om dichter bij nul directe emissies te komen, maar de weg er naar toe is verder vrij eenvoudig. Veel bedrijven hebben al geïnvesteerd in activa zoals zonnepanelen en biovergisters op productielocaties om het aandeel hernieuwbare energie in hun energieverbruik te vergroten. Hoge energieprijzen in Europa kunnen een extra stimulans geven, terwijl de discussies binnen grote bedrijven ook worden gestimuleerd door de groeiende tendens om de prestaties op het gebied van duurzaamheid te koppelen aan het niveau van de rente op leningen. Bedrijven zoals Arla in Denemarken en Danone in de VS hebben niet alleen hun eigen energieproductie opgevoerd, maar ook overeenkomsten gesloten met zonne- en windenergieleveranciers, terwijl FrieslandCampina afspraken heeft om groene stroom rechtstreeks van melkveehouders te kopen.</span></span></span></span></span></span></span><br /> </p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/807df163-4882-4460-92b8-6db767421cec/Supply-chain-visual","original":"https://assets.ing.com/m/6d52082073178f73/original/Supply-chain-visual.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","title":"Het ‘moeilijke’ deel: vermindering van emissies in de waardeketen","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>De meeste emissies zijn afkomstig van de grondstoffen en verpakkingen die vlees- en zuivelverwerkers kopen. Dit is het moeilijkste deel, ten eerste omdat het nauwe samenwerking met leveranciers en klanten vereist, en ten tweede omdat het afhangt van een zeer gevarieerd scala van maatregelen die allemaal een zeker potentieel hebben. Op bedrijfsniveau draait het om het verminderen van de co2-voetafdruk van dieren (bijvoorbeeld door fokken, betere gezondheid en het gebruik van additieven om de methaanuitstoot te verminderen), veevoer (verschuiving naar ontbossingsvrije en meer co- en bijproducten), mest (behandeling en verwerking) en energieverbruik op het bedrijf. Stroomafwaarts in de waardeketen bieden maatregelen zoals verbeterde plastic verpakkingen en vervoer met een lage (of geen emissie) het grootste potentieel.</span></span></span></span></span></span></span><br /><br /><span><span><span><span><span><span><span>Een aspect dat minder aandacht krijgt in bedrijfsstrategieën is dat bedrijven hun productportfolio ook kunnen sturen om producten met lagere emissies te bevatten. Vlees- en zuivelbedrijven kunnen bestaande producten aanpassen om de emissie-intensiteit te verlagen en bij de ontwikkeling van nieuwe producten rekening houden met de klimaatvoetafdruk. Nestlé noemt bijvoorbeeld uitdrukkelijk dat ze ook hierom plantaardige producten aan het assortiment toevoegen en het gebruik van plantaardige ingrediënten te verhogen.</span></span></span></span></span></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Compenseren van moeilijk te verminderen emissies, een oplossing voor het moeilijkste deel?","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>Hoewel er veel mogelijkheden zijn om de co2-voetafdruk te verkleinen, zijn sommige emissies onvermijdelijk bij de productie van vlees of zuivel. Dit verklaart ook waarom bedrijven belangstelling hebben voor compensatie van emissies binnen of buiten hun eigen toeleveringsketen. De maatregel met het grootste potentieel binnen de toeleveringsketen is het vergroten van de co2-opslag in de bodem. Dit wordt vaak genoemd als onderdeel van een breder streven naar &quot;regeneratieve landbouw&quot;. Nestlé en andere vergelijkbare bedrijven verwachten dat een betere opslag van co2 in graslanden in 2030 een bijdrage van 15% kan leveren aan hun reductiedoelstellingen voor zuivel- en vleesingrediënten. Herbebossing kan ook een optie zijn voor bedrijven die extensieve landbouwsystemen toepassen. Maar de schaal om dit toe te passen op grasland is waarschijnlijk beperkt en het zal een grote administratieve last voor bedrijven creëren dit te meten en te rapporteren. In beide gevallen moet er een goede strategie komen met details over de manier waarop co2 wordt afgevangen en op langere termijn gesloten blijft, vooral omdat bomen sterven en de bodem verstoord kan raken. Door deze complicaties is het voor bedrijven nog steeds veel eenvoudiger en goedkoper om op de markt ‘carbon credits’ te kopen als onmiddellijke oplossing. Maar deze markt heeft zijn tekortkomingen aangezien de geloofwaardigheid en transparantie van de markt een grote uitdaging vormen.</span></span></span></span></span></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Van goedkoop tot duur: emissiereductiemaatregelen variëren in kosten","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>De kosten van emissiereductiemaatregelen kunnen aanzienlijk variëren, afhankelijk van de lokale omstandigheden, maar in het algemeen is het mogelijk een onderscheid te maken tussen relatief goedkope en duurdere maatregelen. Een van de goedkopere opties zijn energiebesparende maatregelen. Andere opties, zoals de overschakeling op emissievrije logistiek, de productie van hernieuwbare energie en veel maatregelen op het bedrijf zijn vaak duurder. De kosten zijn echter dynamisch en oplossingen zoals toevoegingsmiddelen voor diervoeding die de methaanemissies van vee remmen, zullen naar verwachting goedkoper worden naarmate de productie opschaalt. Bovendien dienen sommige maatregelen meer doelen dan alleen het verminderen van emissies. Het voorkomen van ontbossing is ook goed voor de biodiversiteit, terwijl mestverwerking emissies kan verminderen en een bron van hernieuwbare energie kan vormen.</span></span></span></span></span></span></span></p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/200a410f-aac5-4495-8060-8ed18a1a3125/Measures-visual","original":"https://assets.ing.com/m/2858f955c73e469f/original/Measures-visual.svg","extension":"svg"}},{"componentType":"paragraph","title":"Voor de 30 grootste Europese vlees- en zuivelbedrijven is er 5 tot 10 miljard euro nodig om hun reductiedoelen voor 2030 te halen","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>Door gegevens over de huidige emissies, reductiedoelstellingen en reductiekosten te combineren is het mogelijk om een idee te krijgen van de kosten om de gestelde reductiedoelen te halen. Dit hebben we gedaan voor een groep van 30 grote Europese vlees- en zuivelbedrijven binnen onze eerste selectie. Afhankelijk van de kosten van het terugdringen van één ton co2 is onze schatting dat er dit decennium 5 tot 10 miljard euro nodig is om de scope 1, 2 en 3 doelstellingen deze bedrijven in 2030 te halen. Dit zou in een daling van 50 miljoen ton co2-equivalenten resulteren.</span></span></span></span></span></span></span><br /><br /><span><span><span><span><span><span><span>Omdat we werken met verschillende aannames is deze berekening vooral bedoeld om een idee te krijgen van de orde van grootte in plaats van te proberen om exact te zijn. Om tot deze schatting te komen, hebben we de volgende stappen genomen en de onderliggende aannames gebruikt:</span></span></span></span></span></span></span></p><ul><li><span><span><span><span><span><span><span>We zijn begonnen met de gerapporteerde emissies voor een groep in Europa gevestigde zuivelbedrijven en hebben berekeningen van de IATP gebruikt voor de emissies van in Europa gevestigde vleesbedrijven.</span></span></span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span><span><span>We hebben deze cijfers gecombineerd met de gemiddelde emissiereductiedoelstellingen van 32% (zuivel) en 30% (vlees) voor de periode 2015-2030 om de totale verwachte emissiereductie tussen 2020 en 2030 te berekenen.</span></span></span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span><span><span>Vervolgens hebben we het resultaat vermenigvuldigd met de geraamde kosten van een ton CO2-uitstoot (of equivalent). Voor de onderkant van de range hebben we 85 euro per ton gebruikt (wat vergelijkbaar is met de gemiddelde CO2 prijs  in de EU in 2022) en voor de bovenkant hebben we 200 euro gebruikt.</span></span></span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span><span><span>Wij gaan ervan uit dat de mogelijkheden om goedkope technologieën toe te passen nog niet uitgeput zijn en dat de voorkeur van bedrijven eerder uitgaat naar de goedkopere technologieën.</span></span></span></span></span></span></span></li><li><span><span><span><span><span><span><span>We gaan ervan uit dat bedrijven binnen deze groep die geen openbaardoel hebben, het gemiddelde streefcijfer van de bedrijfstak overnemen (30% reductie in 2030).</span></span></span></span></span></span></span></li></ul>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Subsidies en co2 markten kunnen de overgang naar een emissiearme sector vergemakkelijken","richBody":{"value":"<p><span><span><span><span><span><span><span>De meeste kosten van emissiereductiemaatregelen zullen bij bedrijven liggen, maar het is niet de enige bron van financiering. Subsidies kunnen een deel van de kosten verlichten, innovatie vergemakkelijken en leiden tot een bredere toepassing van technologieën. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de betrokkenheid van de overheid bij de ontwikkeling van biogasinstallaties in de landbouw in Denemarken. Er is voor overheden ook een duidelijke prikkel om steun te verlenen omdat regeringen zich hebben vastgelegd op mondiale doelstellingen voor de vermindering van CO2 en methaan. Als gevolg daarvan bevatten zowel het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU als de Inflation Reduction Act in de VS substantiële bedragen om boeren te helpen hun emissies te verminderen. Beleidsmakers kijken ook naar het regelgevingskader, bijvoorbeeld door middel van de werkzaamheden van de EU aan een initiatief voor &apos;carbon farming&apos;, en zouden kunnen overwegen om voedselproducenten in de toekomst op te nemen in het Europese emissiehandelssystemen.</span></span></span></span></span></span></span><br /><br /><span><span><span><span><span><span><span>Markten kunnen een ander deel van de financiering voor maatregelen in de landbouw leveren, zodra boeren hun inspanningen kunnen laten controleren en emissiereductiecertificaten kunnen verkopen op vrijwillige of verplichte co2-markten. Deze ontwikkelingen zijn van groot belang voor de vlees- en zuivelbedrijven, omdat het resultaat extra mogelijkheden kan creëren om scope 3 emissies te verminderen en de sector op koers te zetten naar co2 neutraal in 2050.</span></span></span></span></span></span></span></p>"}},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Thijs Geijer","intro":"Econoom Food & Agri","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/aaf49572-51c6-4581-ada4-2258c7e3e559/Thijs-Geijer-500x500px","type":"image","width":251,"altTextNL":"Thijs Geijer","original":"https://assets.ing.com/m/46f05aacad5c6e2f/original/Thijs-Geijer-500x500px.png","extension":"png"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/over-ing-research/auteur/thijs-geijer"}}]},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Disclaimer","richBody":{"value":"<p>Deze publicatie is opgesteld door de &apos;Economic and Financial Analysis Division&apos; van ING Bank N.V. (&quot;ING&quot;) en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Deze publicatie is louter informatief en mag niet worden beschouwd als advies in welke vorm dan ook. ING betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om ervoor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. De informatie in deze publicatie geeft de persoonlijke mening weer van de Analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de Analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Niets in deze publicatie mag worden gereproduceerd, verspreid of gepubliceerd door wie dan ook voor welke reden dan ook zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ING. Alle rechten zijn voorbehouden. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, houdt kantoor aan Bijlmerplein 888, 1102 MG te Amsterdam, Nederland en is onder nummer 33031431 ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Voor nadere informatie omtrent ING policy zie https://research.ing.com/.</p>"}}]},{"componentType":"cards"}]},"complementaryZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"Ook interessant"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"medium","title":"Weinig ruimte voor productiegroei in voedingsindustrie","body":"23 augustus - De productie in de voedingsindustrie krimpt in 2024 voor het derde jaar op rij","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/3f763ac2-bca2-4ff4-bdb4-24072f6a0fca/robot-with-vacuum-suckers-with-conveyor-in-Production-of-cookies-in-a-manufacture-factory-for-the-food-industry","type":"image","width":799,"original":"https://assets.ing.com/m/7020ba67a3f70e47/original/robot-with-vacuum-suckers-with-conveyor-in-Production-of-cookies-in-a-manufacture-factory-for-the-food-industry.jpg","extension":"jpg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/food-agri/vooruitzicht-voedingsindustrie"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Meer over de Nederlandse economie","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/f166203c-2322-4c95-a19b-f4d5d5d609fd/Map-Netherlands-icon","type":"image","width":312,"original":"https://assets.ing.com/m/644f5fb91126c7f1/original/Map-Netherlands-icon.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/nederland"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Meer over Food & Agri","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/0e93ba7f-5a85-4956-bc60-5a24efa04871/Icon-Food-and-Agri","type":"image","width":236,"original":"https://assets.ing.com/m/3d4459a6fa2ef4f4/original/Icon-Food-and-Agri.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"/zakelijk/sector/food-agri"}}]},{"componentType":"sectionTitle","title":"Blijf op de hoogte"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"serviceCard","cardType":"service","cardSize":"small","title":"Onze publicaties in je mailbox","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ed278600-502d-4eab-b44c-b995dfb5f253/Icon-Envelope","type":"image","width":237,"original":"https://assets.ing.com/m/27711bd2f94a8e23/original/Icon-Envelope.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"https://ingthink.slgnt.eu/optiext/optiextension.dll?ID=PbkPn7YpYhvjrFjvTUD8S3Vav52QmkvGQm7qSxkvuviMQZuzyw35feMmO6cH6bUlOBp%2BNWCyQFeoieEKV4"}},{"componentType":"productCard","cardType":"product","cardSize":"small","title":"Volg ons op X","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/53b8855d-2f0c-4e52-8575-ca5457329002/Logo-X","type":"image","width":786,"original":"https://assets.ing.com/m/5d6498c19f531619/original/Logo-X.svg","extension":"svg"},"link":{"url":"https://twitter.com/ingnl_economie"}}]}]}}}