{"type":"document","data":{"complementaryZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"Ook interessant"},{"cards":[{"body":"16 september - krijgen we meer of minder waar voor ons geld volgend jaar?","cardSize":"medium","cardType":"product","componentType":"productCard","image":{"extension":"jpg","original":"https://assets.ing.com/m/2e9b4019c0cd8c8e/original/Close-up-of-hand-holding-red-wallet.jpg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/c91df3bf-d2ce-4c49-a970-a92a48f5e596/Close-up-of-hand-holding-red-wallet","type":"image","width":6240},"link":{"url":"/zakelijk/economie/nederland/koopkracht"},"title":"Wat doet onze koopkracht in 2026?"},{"cardSize":"small","cardType":"product","componentType":"productCard","image":{"extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/644f5fb91126c7f1/original/Map-Netherlands-icon.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/f166203c-2322-4c95-a19b-f4d5d5d609fd/Map-Netherlands-icon","type":"image","width":312},"link":{"url":"/zakelijk/economie/nederland"},"title":"Meer over de Nederlandse economie"}],"componentType":"cards"},{"componentType":"sectionTitle","title":"Blijf op de hoogte"},{"cards":[{"cardSize":"small","cardType":"service","componentType":"serviceCard","image":{"extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/27711bd2f94a8e23/original/Icon-Envelope.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ed278600-502d-4eab-b44c-b995dfb5f253/Icon-Envelope","type":"image","width":237},"link":{"url":"https://ingthink.slgnt.eu/optiext/optiextension.dll?ID=PbkPn7YpYhvjrFjvTUD8S3Vav52QmkvGQm7qSxkvuviMQZuzyw35feMmO6cH6bUlOBp%2BNWCyQFeoieEKV4"},"title":"Onze publicaties in je mailbox"},{"cardSize":"small","cardType":"product","componentType":"productCard","image":{"extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/5d6498c19f531619/original/Logo-X.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/53b8855d-2f0c-4e52-8575-ca5457329002/Logo-X","type":"image","width":786},"link":{"url":"https://twitter.com/ingnl_economie"},"title":"Volg ons op X"}],"componentType":"cards"}]},"contentType":"onecms:editorialPage","flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"description":"Prinsjesdag 2025","robotInstruction":{"noFollow":false,"noIndex":false}},"flexZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"Bouwsector"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"png","original":"https://assets.ing.com/m/2123702176190d7c/original/Figuur-bouw-Prinsjesdag-2025.png","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/62d33c94-7bf9-409a-aa42-9d6a559b5863/Figuur-bouw-Prinsjesdag-2025"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><span><span><span><strong>Nieuwbouw: </strong>De bouw van meer woningen staat onder druk. Het aantal vergunningen voor nieuwbouw en ook het aantal gestarte nieuwbouwprojecten neemt af. Het demissionaire kabinet probeert dit te keren. Daarvoor is onder andere in 2026 €900 miljoen gereserveerd van de totale €2,5 miljard die beschikbaar is.</span></span></span></li><li><span><span><span><strong>Nieuwe Nota Ruimte: </strong>De nieuwe Nota Ruimte staat gepland om in 2026 in werking te treden. Deze nota moet antwoord geven op grote uitdagingen zoals woningbouw, bereikbaarheid, klimaatneutraliteit, energietransitie en voedselzekerheid door regie op de schaarse ruimte.</span></span></span></li><li><span><span><span><strong>Versterking regie volkshuisvesting: </strong>In 2026 treedt het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting in werking. Hiermee kunnen overheden beter sturen op het aantal, de locatie en doelgroepen van te bouwen woningen. Het doel is voldoende betaalbare woningen.</span></span></span></li><li><span><span><span><strong>Flexwoningen en gebouwtransformaties:</strong> Het kabinet stelt in de komende twee jaar €79 miljoen extra beschikbaar voor de realisatie van flexwoningen en de transformatie van bestaande gebouwen naar woonruimte. Deze woningen zijn bestemd voor spoedzoekers, Oekraïeners en statushouders.</span></span></span></li><li><span><span><span><strong>Verduurzaming:</strong> In de bestaande bouw is het doel om voor eind 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren, 120.000 gebouwen ingrijpend te verduurzamen en 500.000 nieuwe aansluitingen op warmtenetten te realiseren.</span></span></span></li></ul>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Klimaat en CO2-reductie"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/74a7f13d2356cf2d/original/Gerben-Klimaat.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/679fb293-0315-4191-bede-048d782c8009/Gerben-Klimaat"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><p><strong>Emissiereductie: </strong>De klimaatwet streeft naar een emissiereductie van 55% in 2030. Om dat te halen, moet de huidige uitstoot nog met 29% dalen. De Miljoenennota bevat zowel maatregelen die de CO₂-uitstoot verlagen als maatregelen die deze juist verhogen. </p></li></ul><ul><li><p><strong>Maatregelen die emissiereductie bemoeilijken:</strong> Het kabinet zet feitelijk een streep door de nationale CO₂-heffing voor de industrie en glastuinbouw – een belangrijk ‘stok’ binnen het klimaatbeleid. Hoewel de heffing formeel blijft bestaan, wordt deze verlaagd tot €78 per ton CO₂ in 2030. Naar verwachting ligt de CO₂-prijs binnen het Europese emissiehandelssysteem tegen die tijd hoger, waardoor bedrijven de nationale heffing niet hoeven te betalen en er geen extra prikkel tot emissiereductie van uitgaat. Eerder dit jaar gaf minister Hermans al aan dat ook de ‘wortel’ van het klimaatbeleid richting de industrie – de maatwerkafspraken – grotendeels wordt losgelaten. Daarnaast verlengt het kabinet de accijnskorting op brandstoffen tot ten minste 1 januari 2027, wat €1,6 miljard kost. Voor boeren keert de goedkope rode diesel niet terug, wat een besparing van €140 miljoen oplevert. Tot slot worden enkele maatregelen gefinancierd via het Klimaatfonds, waardoor er minder middelen beschikbaar zijn voor investeringen en maatregelen die de uitstoot structureel verlagen.</p></li></ul><ul><li><p><strong>Maatregelen die tot meer emissiereductie leiden:</strong> De CO₂-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties wordt juist aangescherpt. Het tarief stijgt stapsgewijs naar €295 per ton CO₂ in 2030, terwijl de vrijgestelde uitstoot volledig wordt afgebouwd tegen 2033. In de landbouw komen er ‘haalbare’ normen voor stikstof, waterkwaliteit én broeikasgassen. Het kabinet trekt hiervoor €2,6 miljard extra uit. De glastuinbouw wordt opgenomen in het Europese emissiehandelssysteem (ETS2). Voor het wegvervoer komt er ruim €250 miljoen beschikbaar om te investeren in de verduurzaming van het vrachtverkeer. Eigenaren van elektrische auto’s krijgen tijdelijk extra korting op de motorrijtuigenbelasting. Werkgevers worden daarnaast gestimuleerd om hun zakelijke wagenpark te verduurzamen (zie transport). De BPM op emissievrije motorfietsen en bijzondere personenauto’s, zoals kampeerauto’s, wordt verlaagd. Tot slot: wie ver vliegt, gaat meer belasting betalen. Hoewel dit positief is voor het klimaat, telt internationale luchtvaart grotendeels niet mee in de Nederlandse emissiestatistiek en draagt deze maatregel dus niet bij aan het nationale reductiedoel.</p></li></ul><ul><li><p><strong>55%-reductiedoel verder uit zicht:</strong> De maatregelen die de CO₂-uitstoot verhogen lijken zwaarder te wegen dan de maatregelen die gericht zijn op verdere reductie. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving stevent Nederland af op een emissiereductie van 45% tot 53%, waardoor het “heel onwaarschijnlijk” is dat het streefgetal uit de klimaatwet wordt gehaald. Het volgende kabinet zal aanvullende maatregelen moeten nemen. Daarvoor is op dit moment nog geen financiering gereserveerd. Ook is de tijd tot 2030 zo kort dat alleen energiebesparing een wezenlijke bijdrage kan leveren. </p></li></ul>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Woningcorporaties"},{"alignedImage":{"position":"bottom"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><span><span><strong><span>Huurgrens voor huurtoeslag vervalt: </span></strong><span>de huidige huurgrens voor het ontvangen van de huurtoeslag vervalt. Vanaf volgend jaar hebben huishoudens met een laag inkomen en een huur hoger dan €900,07 ook recht op huurtoeslag.</span></span></span></li><li><strong><span><span>Geen eenmalige verhoging huurtoeslag en huurbevriezing (al eerder bekend): </span></span></strong><span><span>bij de onderhandelingen voor de Voorjaarsnota sprak het inmiddels demissionaire kabinet af om het budget voor de huurtoeslag eenmalig met €1 miljard te verhogen (zgn. “boodschappenbonus”) en de sociale huren voor twee jaar te bevriezen. In juni werden beide plannen teruggedraaid. Het bevriezen van de huren zou de investeringscapaciteit van corporaties te veel verlagen, waardoor de sector de afgesproken nieuwbouwproductie niet zou kunnen halen. Ook ontbrak het aan dekking om de boodschappenbonus te financieren. </span></span></li></ul>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Transport en mobiliteit"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/93be7c046e2398e/original/Prinsjesdag-2025.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/70506c28-74c6-40b5-a6da-f1c70967dfad/Prinsjesdag-2025"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><span><span><span><strong>Wegverkeer: </strong>Het kabinet verlengt de resterende accijnskorting uit de energiecrisis  (2022) opnieuw met nog een jaar, ondanks dat benzine en zeker diesel ook zonder korting niet duurder zijn dan na de invoering. Inclusief (uitgestelde) inflatiecorrectie gaat het om <a href=\"https://open.overheid.nl/documenten/1c3b64e9-0e7a-4559-aed3-f0983fa57809/file\">zo’n 21 cent per liter benzine en 15 cent per liter diesel</a>. Dit is voordelig voor de kosten aan de pomp, al gaat de verplichte bijmenging van biobrandstoffen wel omhoog.</span></span></span> <span><span><span>Per 1 juli 2026 gaat het vrachtverkeer op hoofd- en snelwegen een <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/transport-logistics-mobility/assetvisie-trucks-2025\"><strong>vrachtwagenheffing</strong></a> van 19,5 cent per km. voor Euro VI-diesels betalen, waarbij het eurovignet verdwijnt en de motorrijtuigenbelasting (MRB) omlaag gaat.   </span></span></span></li><li><span><span><span><a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/transport-logistics-mobility/outlook-automotive\"><strong>Elektrisch rijden:</strong></a><strong> </strong>verlenging van de accijnskorting zorgt opnieuw voor minder stimulering van elektrisch vervoer. Wel gaat de korting op de MRB voor volledig elektrische auto’s licht omhoog van 25% naar 30% om (deels) te voorkomen dat elektrisch rijders door het hogere gewicht van hun auto meer gaan betalen. De bijtelling voor zakelijke elektrische auto’s gaat in 2026 omhoog van 17% naar 22%. Tegelijkertijd gaan werkgevers vanaf 2027 een extra eindheffing van 12% over de catalogusprijs betalen voor niet-emissievrije auto&apos;s om vergroening van wagenparken te blijven stimuleren. </span></span></span><br />M<span><span><span>et het oog op verwachte verdere terugloop van accijnsinkomsten (figuur) zal een nieuw kabinet moeten beginnen met de hervorming van autobelastingen. MRB naar oppervlakte in plaats van gewicht en betalen naar gebruik – zoals in het vrachtverkeer - kunnen daarbij  op tafel komen. </span></span></span></li><li><span><span><span><strong>OV:</strong> de geplande bezuiniging van € 110 miljoen op het OV in grote steden gaat niet door. Wel gaan de prijzen van treinkaartjes in 2026 met 6 tot 9% omhoog ondanks achterblijvende prestaties.  </span></span></span></li><li><span><span><span><strong>Luchtvaart:</strong> De vliegbelasting van € 26,43 gaat in 2027 voor</span></span></span><span><span><span><span lang=\"en-NL\" dir=\"ltr\"> langere afstanden van  2.000-5.500 km omhoog naar ruim € 47 en daarboven naar ruim € 70. Het aantal vliegbewegingen zit in 2026 tegen de eerder gestelde grens van 478.000 aan. Dit wordt onder een nieuw kabinet opnieuw onderwerp van discussie.    </span></span></span></span></li></ul>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Zakelijke dienstverlening"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/1521db668ba5c326/original/Figuur-vergrijzing.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/0517dad2-420e-4e5d-b6c3-f9a49bc15fea/Figuur-vergrijzing"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><strong>Reisbranche: </strong>De vliegbelasting krijgt per 1 januari 2027 verschillende tarieven voor korte, middellange en lange vluchten. Nu is dat nog één tarief van €29,40 euro per vlucht vanuit Nederland. De nieuwe tarieven liggen tussen de €29,40 en €70,86 euro. Dit heeft impact op de reisbranche in Nederland. Door de hogere tarieven kunnen consumenten besluiten om met alternatief vervoer te reizen of om vanuit België of Duitsland te vliegen. </li><li><strong>Sociale advocatuur: </strong>De sociale advocatuur krijgt vanaf 2027 jaarlijks €30 miljoen extra. Met dat geld kunnen de uurtarieven van sociaal advocaten worden verhoogd, waardoor het een aantrekkelijker beroep moet worden. Dit is nodig omdat de beroepsgroep te weinig instroom van nieuwe advocaten (in opleiding) heeft om de uitstroom door de vergrijzing op te kunnen vangen. </li></ul>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Gezondheidszorg"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/246f7f7aa33c6314/original/Pr-dag-2025-Zorguitgaven.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/6373286a-37f7-4bc6-9623-afceb6eba065/Pr-dag-2025-Zorguitgaven"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><p><strong>Zorguitgaven:</strong> totale zorguitgaven stijgen in 2026 met 6% tot €114 miljard. Deze toename komt voor een groot deel door de stijging van lonen en prijzen. </p></li></ul><ul><li><p><strong>Zorgpremie en -toeslag: </strong>De gemiddelde zorgpremie stijgt naar verwachting van VWS naar gemiddeld €1.908 in 2026. De stijging van €32 (+1,7%) is een stuk beperkter dan die van €129 (+7,4%) in het afgelopen jaar. Per maand stijgt de basispremie daarmee met bijna €3 naar ongeveer €159 per maand. Dit is een eenmalige temporisering van de stijging, doordat meevallers in het zorgverzekeringsfonds worden ingezet voor het verlagen van de premie. De zorgtoeslag blijft nagenoeg gelijk. Net als voorgaande jaren blijft het eigen risico gelijk op €385 per verzekerde.  </p></li></ul><ul><li><p><strong>Jeugdzorg:</strong> Bovenop de €3 miljard extra die in de Voorjaarsnota is vrijgemaakt voor de jaren 2025 tot en met 2027 ontvangen gemeenten dit jaar €728 miljoen extra voor het uitvoeren van de Hervormingsagenda Jeugd. Daarin staan een aantal zaken centraal, zoals: versterking van lokale teams die laagdrempelige hulp dicht bij gezinnen bieden, betere sturing op trajectduur en zorgintensiteit en de voorbereiding op invoering van een eigen bijdrage vanaf 2028. Met het geld compenseert het kabinet gemeenten voor de hoge jeugdzorgkosten die zij in 2023 en 2024 hebben moeten dragen.  </p></li></ul><ul><li><p><strong>Gehandicaptenzorg:</strong> In totaal krijgt de gehandicaptenzorg er €263 miljoen bij in 2026. €112 miljoen wordt vrijgemaakt voor hogere vergoedingstarieven en €140 miljoen gaat naar hogere huisvestingstarieven voor verduurzaming van gehandicaptenwoningen.  </p></li></ul><ul><li><p><strong>AZWA, HLO en preventie:</strong> In 2026 maakt het kabinet €125 miljoen vrij ter voorbereiding op de inwerkingtreding van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) in 2027. Onderdeel daarvan is bijna €70 miljoen structureel extra voor medische preventie, zoals vaccinaties en bevolkingsonderzoeken. Vanwege de val van het kabinet en het sluiten van het AZWA en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) waren een aantal geplande bezuinigingen voor 2026 eerder al geschrapt. In het HLO is vastgelegd dat de geplande bezuiniging op ouderenzorg voor de komende jaren met €250 miljoen praktisch wordt gehalveerd. Voor 2026 resteert nu een bezuiniging op ouderenzorg van €281 miljoen. </p></li></ul>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Onderwijs"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/22e261ed928ea985/original/Onderwijs-bezuinigingen.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/ec5b57dd-d29b-4775-b29e-53ca13ae9271/Onderwijs-bezuinigingen"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><span><span><strong><span>Onderwijskansenregeling toch niet afgeschaft: </span></strong><span>Van <span>de €400 miljoen aan structurele onderwijsbezuinigingen</span> <span>uit de Voorjaarsnota is nu €177 miljoen van de baan. Het afschaffen van</span> de Onderwijskansenregeling, bedoeld om kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs te ondersteunen, <span>gaat nu niet door.</span> </span></span></span></li><li><span><span><strong><span>Flinke bezuinigingen: </span></strong><span>het demissionaire kabinet voert in totaal een structurele bezuiniging <span>op onderwijs door van €1,3 miljard</span>. Initieel wilde het demissionaire kabinet jaarlijks structureel bijna <span>€2 miljard</span> op onderwijs bezuinigen. In de <a href=\"https://eur02.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.tweedekamer.nl%2Fkamerstukken%2Fplenaire_verslagen%2Fkamer_in_het_kort%2Fakkoord-over-de-gewijzigde-ocw-begroting&amp;data=05%7C02%7CMirjam.Bani%40ing.com%7C09fac7558f344bb2475608ddf5357dda%7C587b6ea13db94fe1a9d785d4c64ce5cc%7C0%7C0%7C638936332293269176%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=ssuz41Y2bzo2qF5suS%2BIwRUrBAB79bFp7%2BbHNDLRjDU%3D&amp;reserved=0\">herziene onderwijsbegroting van december 2024</a> werd dit bedrag na grote politieke druk met <span>€</span>748 miljoen verlaagd naar jaarlijks <span>€</span>1,1 miljard (ongeveer 2% van de totale <span>OCW-begroting</span>). Hier kwamen de (overgebleven) bezuinigingen uit de Voorjaarsnota vervolgens bovenop. In het hoger onderwijs <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/sector/public/outlook-public-sector-en-non-profit\">bezuinigt</a> het kabinet met name op onderzoek en internationale studenten, terwijl in het funderend onderwijs en mbo vooral wordt gekort <span>op middelen die de kansengelijkheid van kwetsbare leerlingen moesten bevorderen.</span> </span></span></span></li></ul>"}},{"componentType":"cards"},{"componentType":"sectionTitle","title":"Industrie"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/2db59be8e157db88/original/Pr-dag-2025-Industrie-uitstoot.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/9a4914c4-f11e-4239-9afa-8c39fba52c73/Pr-dag-2025-Industrie-uitstoot"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><p><strong>Investeringen in tech-industrie:</strong> Er gaat €430 miljoen extra naar de tech-industrie. Daarvan is €230 miljoen bestemd voor de halfgeleiderindustrie. Dit geld gaat naar het Europese IPCEI-fonds (Important Project of Common European Interest), waarna het volgens afspraak naar Nederlandse projecten terugvloeit. De overige €200 miljoen gaat naar het ondersteunen van scale-ups in de tech-industrie. Dit loopt via het European Tech Champions Initiative (ETCI) van waaruit het naar Nederlandse projecten moet terugvloeien. Het geld komt voor een groot deel uit de pot voor het Nationaal Groeifonds dat wordt uitgefaseerd. Daarmee bespaarde het kabinet eerder al €5,5 miljard tot en met 2029. Daarnaast zijn de bezuinigingen op onderwijs en wetenschap van ruim 1 miljard euro grotendeels overeind gebleven. Ten opzichte van de beleidskoers van het kabinet Rutte IV krijgt de technologische industrie en het toekomstig verdienvermogen daarmee per saldo toch een flinke knauw. </p></li></ul><ul><li><p><strong>Lagere elektriciteitskosten grootverbruikers: </strong>Het kabinet trekt €150 miljoen extra uit om de Indirecte Kostencompensatie (IKC) ook in 2028 overeind te houden. De regeling dempt de verhoogde elektriciteitskosten als gevolg van het Europese emissiehandelsysteem (ETS). In het voorjaar besloot de minister al €500 miljoen te reserveren om deze compensatie tot en met 2027 te kunnen verstrekken. De IKC-regeling stelt als voorwaarde dat ten minste 50% van de subsidie geïnvesteerd moet worden in maatregelen voor CO₂-vermindering. Vooral voor grote elektriciteitsverbruikers die hun productie voor langere tijd hebben teruggeschroefd, zoals zinkproducent Nyrstar, is de kostencompensatie van belang om concurrerend te blijven.  </p></li></ul><ul><li><p><strong>Meer innovatiesubsidie: </strong>Het budget voor de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) stijgt in 2026 van €1,6 naar €1,8 miljard. De regeling biedt een belastingvoordeel voor uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (R&amp;D).  </p></li></ul><ul><li><p><strong>Opschorting CO2-heffing:</strong> De heffing gaat in 2026 omlaag en het aantal dispensatierechten wordt verruimd. Daardoor wordt de CO2-heffing voor industriële bedrijven nihil en wordt die ‘nationale kop’ bovenop de kosten van uitstoot onder het Europese ETS buiten werking gesteld. </p></li></ul>"}},{"componentType":"sectionTitle","title":"Energiesector"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"svg","original":"https://assets.ing.com/m/687277e9a02462a1/original/Gerben-Energie.svg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/eeb4adde-5c20-4a4b-8e76-76b13d2303b7/Gerben-Energie"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<ul><li><span><span><strong><span><span>Energiebelasting:</span></span></strong><span><span> Het kabinet stelt voor om de energiebelasting de komende jaren te verlagen. De energiebelasting op elektriciteit gaat bijna 10% omlaag voor kleinverbruikers en ruim 3% voor grootverbruikers. De belasting op aardgas stijgt zo’n 5%, behalve voor de hoogste schijf (het verbruik boven 10 miljoen m3), daar daalt de belasting met 1,5%.</span></span></span></span></li><li><p><strong>Windenergie:</strong> Om de emissiedoelen voor 2030 te halen, moet de uitstoot in de elektriciteitssector nog met 35% dalen. Voorafgaand aan de Miljoenennota heeft het kabinet de ambities voor wind op zee verlaagd: van 50 gigawatt in 2040 naar 30 tot 40 gigawatt. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving ontstaat hierdoor een aanzienlijk gat in het groeipad van de energietransitie. Tegelijkertijd staat de voortgang van projecten onder druk door stijgende kosten en onzekerheid over opbrengsten. Om de moeilijke marktomstandigheden het hoofd te bieden, reserveert het kabinet bijna €1 miljard uit het Klimaatfonds voor de bouw van 2 gigawatt aan nieuwe windparken in 2026. Daarnaast werkt het kabinet aan een wetsvoorstel voor Contracts for Differences, bedoeld om de businesscase voor wind op zee te versterken. Ook komt er een garantiefonds voor het afsluiten van langlopende stroomcontracten, zogeheten Power Purchase Agreements. </p></li><li><p><strong>Afvang en opslag van CO2 (CCS): </strong>het kabinet trekt €250 miljoen extra uit voor het project Aramis, dat nog voor 2030 jaarlijks 22 megaton CO2 permanent kan gaan opslaan in lege gasvelden op de Noordzee. De subsidie dekt het vollooprisico af: het risico dat de vraag naar CO2-opslag in de beginfase niet genoeg is voor een sluitende business case. Door het verlagen van de verduurzamingsprikkels richting de industrie is dat risico toegenomen. </p></li><li><p><strong>Warmtenetten: </strong>het kabinet stelt €195 miljoen beschikbaar voor de warmteleiding tussen Rotterdam en Rijswijk (WarmtelinQ). Ook is er €175 miljoen beschikbaar voor een Garantieregeling Warmtenetten, waarmee warmtebedrijven via staatsgaranties goedkoper kunnen lenen. Er is geen extra geld gereserveerd om private warmtenetten op te kopen. Een onderwerp dat actueel wordt als de nieuwe warmtewet door de Eerste Kamer wordt aangenomen.   </p></li><li><p><strong>Innovatiebeleid: </strong>Voor Nederlandse startups met groeipotentie naar scale-up is €200 miljoen extra beschikbaar via het European Tech Champions Initiative (ETCI). Mogelijk kunnen ook cleantechbedrijven uit de energiesector hiervan profiteren. </p></li><li><p><strong>Vullen gasopslagen: </strong>om de leveringszekerheid te versterken stelt het kabinet de komende twee jaar €23 miljard aan leningen beschikbaar aan Energie Beheer Nederland. Met de lening kan EBN gas aankopen en opslaan als de markt het af laat weten. Met de verkoopopbrengsten dient de lening weer afgelost te worden. Ook is er een deel gereserveerd als achtervang voor mogelijke margin calls. Eventuele netto-kosten van de financieringsfaciliteit worden later verhaald op gasverbruikers.</p></li></ul><p>Er zijn ook tegenvallers:</p><ul><li><p><strong>SDE++ subsidie:</strong> de prijsrisicobuffer is verlaagd van €3,2 miljard naar €2,2 miljard. Deze buffer betaald de exploitatiesubsidie voor duurzame energie als de marktprijzen lager uitvallen dan geraamd. De buffer wordt met ingang van 2026 verlaagd van 40% naar 10% van de commitments en kan verstrekkende gevolgen hebben voor de financiering van duurzame energie, aldus de Klimaat en Energie Verkenning. </p></li><li><p><strong>Waterstof: </strong>het streven naar een volledig emissievrije elektriciteitsvoorziening in 2035 wordt losgelaten vanwege risico’s voor de leveringszekerheid en hogere energiekosten voor Nederland. De elektriciteitsvoorziening moet nu, conform het Europese ETS-pad, in 2040 op netto nul emissies uitkomen. De waterstofbijmengverplichting voor gascentrales van 1% in 2030 en 5% in 2030 vervalt hierdoor. Het geld wordt ingezet voor de voortgang van wind op zee.  </p></li><li><p><strong>Gasbaten en dividend: </strong>De gasbaten zijn incidenteel met circa €1 miljard neerwaarts bijgesteld. Door verslechterde resultaten als gevolg van hogere kosten en een lagere gasprijs zal Energie Beheer Nederland (EBN) naar verwachting vanaf 2025 geen dividend meer uitkeren. </p></li><li><p><strong>Nettarieven: </strong>het demissionaire kabinet heeft laten onderzoeken of nettarieven verlaagd kunnen worden via leningen die nettarieven in de eerste jaren van de transitie lager houden, en in de latere jaren hoger (zogenaamde amortisatie). Dit blijkt geen effectief middel te zijn. Er gaan nu andere opties onderzocht worden. De keuze wordt aan het volgende kabinet overgelaten, waardoor netkosten op korte termijn niet lager uitvallen. </p></li></ul>"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Auteurs ING Research:</strong><br />Mirjam Bani <a href=\"mailto:mirjam.bani@ing.com\">mirjam.bani@ing.com</a> <br />Edse Dantuma <a href=\"mailto:edse.dantuma@ing.com\">edse.dantuma@ing.com </a><br />Gerben Hieminga <a href=\"mailto:gerben.hieminga@ing.com\">gerben.hieminga@ing.com </a><br />Katinka Jongkind <a href=\"mailto:katinka.jongkind@ing.com\">katinka.jongkind@ing.com </a><br />Rico Luman <a href=\"mailto:rico.luman@ing.com\">rico.luman@ing.com </a><br />Maurice van Sante <a href=\"mailto:maurice.van.sante@ing.com\">maurice.van.sante@ing.com </a><br />Diederik Stadig <a href=\"mailto:diederik.stadig@ing.com\">diederik.stadig@ing.com </a></p>"}},{"accordionList":[{"richBody":{"value":"<p>Deze publicatie is opgesteld door de &apos;Economic and Financial Analysis Division&apos; van ING Bank N.V. (&quot;ING&quot;) en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Deze publicatie is louter informatief en mag niet worden beschouwd als advies in welke vorm dan ook. ING betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om ervoor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. De informatie in deze publicatie geeft de persoonlijke mening weer van de Analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de Analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Niets in deze publicatie mag worden gereproduceerd, verspreid of gepubliceerd door wie dan ook voor welke reden dan ook zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ING. Alle rechten zijn voorbehouden. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, houdt kantoor aan Bijlmerplein 888, 1102 MG te Amsterdam, Nederland en is onder nummer 33031431 ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Voor nadere informatie omtrent ING policy zie https://research.ing.com/.</p>"},"title":"Disclaimer"}],"componentType":"accordion"}]},"hasMacro":false,"id":"7e19d187-8054-4abb-8624-4ab4b47a409b","localeString":"nl-NL","mainHeaderZone":{"backLink":{"textLink":{"text":"Jouw sector","url":"/zakelijk/sector/all-sectors"}},"componentType":"editorialHeader","coreHeader":{"title":"De belangrijkste gevolgen van de Miljoenennota 2026 voor sectoren"},"date":"2025-09-16","readingTime":10},"publishDate":"2025-09-22T17:29:53.144+02:00"}}