{"type":"document","data":{"id":"d7364a22-2a59-44b3-8939-f07b5da87100","localeString":"nl-NL","publishDate":"2025-08-19T16:27:04.277+02:00","contentType":"onecms:productPage","hasMacro":false,"flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"robotInstruction":{"noIndex":false,"noFollow":false},"description":"ING Economisch Bureau: Welke plannen heeft het kabinet voor de woningmarkt in 2023 en 2024?"},"mainHeaderZone":{"componentType":"productHeader","coreHeader":{"body":"In de Prinsjesdagplannen staat weinig nieuw beleid voor de woningmarkt. Veel woningmarktplannen zijn eerder dit jaar al bekendgemaakt zijn. Gezien de recente ontwikkelingen rondom de hoge (energie)inflatie staat deze Prinsjesdag bovendien ook vooral in het teken van koopkrachtreparatie.","headerImage":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/3af0feac-bc13-4a3b-ac34-752bf1941eec/ING_EBZ_miljoenennota_tcm162-154544","type":"image","width":2750,"original":"https://assets.ing.com/m/7e455881fc29b6f6/original/ING_EBZ_miljoenennota_tcm162-154544.jpg","extension":"jpg"},"title":"Welke plannen heeft het kabinet voor de woningmarkt in 2023 en 2024?","subtitle":"Woningbezit duurder, lagere woonlasten voor huurders met een laag en middeninkomen"},"backLink":{"textLink":{"url":"/zakelijk/economie/nederland","text":"De Nederlandse economie"}}},"flexZone":{"flexComponents":[{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Hieronder geven we een overzicht van het belangrijkste woningmarktbeleid voor 2023 en 2024, gericht op woningeigenaren, -beleggers en huurders. We richten ons hier op maatregelen die direct van invloed zijn op de kosten en opbrengsten van deze groepen. Maatregelen om de woningbouw en verduurzaming van de woningvoorraad te stimuleren blijven nu buiten beschouwing. Op de verduurzaming van de gebouwde omgeving zullen we op een later moment dieper ingaan.</p><p> </p>"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Woningeigenaren</strong></p><p>Hoewel er dus weinig nieuw beleid voor woningeigenaren wordt aangekondigd, zitten er wel nog twee belangrijke beleidsaanpassingen in de pijplijn.</p><ol><li>De <strong>uitfasering van de schenkingsvrijstelling eigen woning in 2023 en 2024.</strong> Vanaf volgend jaar kunnen ouders hun kind nog maar €27.231 belastingvrij schenken voor een woningaankoop, verbouwing en/of aflossing van de hypotheek. Volledige afbouw volgt in 2024. Nu geldt nog een maximum van ruim een ton (€106.671).</li><li> De hypotheekrenteaftrek voor woningbezitters (die belasting betalen in de hoogste belastingschijf) gaat in 2023 omlaag met 3%-punt. Dat is de laatste afgesproken stap in <strong>de verlaging van de belastingaftrek van rente en kosten van de eigen woning naar 37,05%</strong>. Dit jaar bedraagt de aftrek nog 40%.</li></ol>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/c2c242a1-0bb8-41be-905e-b2ca5cc900d1/img_ING_EBZ_maatregelen_woningeigenaren_tcm162-251094","original":"https://assets.ing.com/m/e2efe7315f8e3f0/original/img_ING_EBZ_maatregelen_woningeigenaren_tcm162-251094.png","extension":"png"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Woningbeleggers</strong></p><p>De belangrijkste beleidsaanpassingen in 2023 en 2024 voor woningbeleggers zijn onder te verdelen in twee categorieën. De eerste bestaat uit vier<strong> fiscale maatregelen</strong> die de belasting op verhuurde woningen verhoogd:</p><ul><li>De <strong>overbruggingswetgeving</strong> naar de geplande <strong>hervorming van belastingbox 3</strong>. De belasting op inkomsten uit woningverhuur bedraagt nu 31%, en wordt vanaf 2023 jaarlijks</li><li>met 1%-punt verhoogd naar 34% in 2025. </li><li><strong>Afbouw van de korting op de WOZ-waarde -via de leegwaarderatio-</strong> voor verhuurde woningen. Dit verhoogt de vermogensbelasting van verhuurde woningen in box 3.</li><li><strong>Verhoging van de overdrachtsbelasting</strong> voor verhuurders- en van tweede woningen van 8% in 2022 naar 10,4% in 2023.</li><li><strong>Aanpak fiscale constructies en regelingen</strong>, die oneigenlijk gebruik van het belastingsysteem in de hand werken. Zo komt verhuurd vastgoed straks niet meer in aanmerking voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR).</li></ul><p>De tweede categorie betreft de geplande huurregulering. Het kabinet is van plan om de <strong>aanvangshuren in het middenhuursegment te reguleren</strong>, door het bestaande puntensysteem voor sociale huur door te trekken (zie Programma Betaalbaar Wonen). Omdat de details van deze maatregel nog niet bekend zijn, is het nog niet mogelijk een goede inschatting te maken van het effect hiervan op het verwachte rendement van woningverhuurders.</p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/8ff72201-b336-4296-adf3-7ba25710c175/img_ING_EBZ_maatregelen_beleggers_tcm162-251090","original":"https://assets.ing.com/m/2764f4e09d9abfbb/original/img_ING_EBZ_maatregelen_beleggers_tcm162-251090.png","extension":"png"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>Huurders</strong></p><p>Het beter betaalbaar maken van wonen voor lage en middeninkomens is een belangrijk aandachtsgebied binnen deze kabinetsperiode. In mei 2022 presenteerde minister de Jonge het programma <a href=\"https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/05/19/programma-betaalbaar-wonen\">Betaalbaar Wonen</a>. De hoge energiekosten van afgelopen periode waren bovendien reden om via een verhoging van de huurtoeslag koopkrachtssteun te bieden aan huishoudens met een lager inkomen.</p><p> </p><p>Belangrijke maatregelen gericht op lage inkomenshuishoudens zijn:</p><ul><li>De <strong>structurele verhoging van de huurtoeslag</strong>. Vanaf volgend jaar neemt de huurtoeslag met €16,94 per maand toe (€203,28 per jaar). </li><li> Woningcorporaties geven <strong>sociale huurders in de laagste inkomensgroep een korting van gemiddeld €57,- per maand</strong>. Voor de jaarlijkse huurstijging voor zittende huurders laten corporaties de koppeling met de inflatie tussen 2023 en 2025 los en wordt de <strong>maximale huurstijging 0,5% lager dan de CAO-loonontwikkeling</strong>.</li><li>Vanaf 2024 hebben ook <strong>lage inkomenshuishoudens in de vrije huursector recht op huurtoeslag</strong>.</li></ul><p>De betaalbaarheid van wonen voor middeninkomenshuishoudens wil het kabinet verbeteren door de <strong>aanvangshuren in het middensegment te reguleren</strong>. Het plan is om dit te realiseren via het doortrekken van het puntensysteem voor sociale huurwoningen (zie ook uitleg bij ‘Woningbeleggers’). Op korte termijn profiteren de huurders van middenhuurwoningen dan van lagere woonlasten. Op lange termijn kan de huurregulering het huurwoningaanbod in het middensegment juist verlagen, als verhuurders besluiten hun woningen te verkopen als eigen woning, of als de nieuwbouwproductie lager uitvalt. De schaarste neemt zo uiteindelijk juist toe, waardoor de maatregel op lange termijn averechts uitpakt voor middeninkomens.</p><p> </p>"},"alignedImage":{"position":"bottom","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/aedf6a56-34f5-4627-b523-7e4f55d3ff6b/img_ING_EBZ_maatregelen_huurders_tcm162-251095","original":"https://assets.ing.com/m/6c6a1505e40d482b/original/img_ING_EBZ_maatregelen_huurders_tcm162-251095.png","extension":"png"}},{"componentType":"accordion","accordionList":[{"title":"Disclaimer","richBody":{"value":"<p>Deze publicatie is opgesteld door de ‘Economic and Financial Analysis Division’ van ING Bank N.V. (‘‘ING’’) en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Deze publicatie is louter informatief en mag niet worden beschouwd als advies in welke vorm dan ook. ING betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om er voor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. De informatie in deze publicatie geeft de persoonlijke mening weer van de Analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de Analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Niets in deze publicatie mag worden gereproduceerd, verspreid of gepubliceerd door wie dan ook voor welke reden dan ook zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ING. Alle rechten zijn voorbehouden. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, houdt kantoor aan Bijlmerdreef 106, 1102 CT te Amsterdam, Nederland en is onder nummer 33031431 ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Voor nadere informatie omtrent ING policy zie<a href=\"https://research.ing.com/portal/ING_Research.html\"> https://research.ing.com/.</a></p>"}}]}]},"complementaryZone":{"flexComponents":[{"componentType":"sectionTitle","title":"ING Research"},{"componentType":"cards","cards":[{"componentType":"serviceCard","cardType":"service","cardSize":"small","title":"Implicaties voor de economie","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/5279c6ab-15c7-45e9-88e6-da7dfeced79f/Worldwide_outline_orange_RGB","type":"image","width":267,"altTextEN":"\"\"","altTextNL":"\"\"","altTextFR":"\"\"","altTextDE":"\"\"","original":"https://assets.ing.com/m/37d94ae7779c9a31/original/Worldwide_outline_orange_RGB.png","extension":"png"},"link":{"url":"/zakelijk/economie/nederland/miljoenennota-macro-economie"}},{"componentType":"serviceCard","cardType":"service","cardSize":"small","title":"Meer kennis over de economie?","image":{"transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/3215cb45-04e4-485e-9f8b-4e2aa3779ed3/Office_1_outline_RGB","type":"image","width":267,"altTextEN":"\"\"","altTextNL":"\"\"","altTextFR":"\"\"","altTextDE":"\"\"","original":"https://assets.ing.com/m/264cda30644fe656/original/Office_1_outline_RGB.png","extension":"png"},"link":{"url":"/zakelijk/economie"}}]}]}}}