{"type":"document","data":{"contentType":"onecms:editorialPage","flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"description":"ING-econoom Marten van Garderen: hooguit een kwart van de extra coronabesparingen gaat gelijk weer rollen","robotInstruction":{"noFollow":false,"noIndex":false}},"flexZone":{"flexComponents":[{"alignedImage":{"position":"top","extension":"jpg","original":"https://assets.ing.com/m/7084740d169e27e2/original/ING_EBZ_spaarvarken_tcm162-223109.jpg","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/de498a4d-1231-44c0-b972-12a89a859896/ING_EBZ_spaarvarken_tcm162-223109"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Tussen het begin van de eerste lockdown en het einde van de tweede zijn er miljarden extra opzij gezet door Nederlandse huishoudens. In deze 16 maanden van maart 2020 t/m juni 2021) is er naar schatting maar liefst €57 miljard netto ingelegd op bankrekeningen. Als de economie niet getroffen zou zijn door de coronapandemie, zouden de banktegoeden ook toegenomen zijn. Nu waren de werkelijke besparingen hoger dan normaal en is er uiteindelijk €21,7 miljard, ofwel €1,4 miljard per maand extra gespaard.</p>"},"title":"Miljarden euro’s extra op de plank"},{"alignedImage":{"position":"top","extension":"png","original":"https://assets.ing.com/m/163a8f4ed94b65d4/original/ING_EBZ_01_extratoenamebanktegoeden_tcm162-230415.png","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/127a2458-a22f-4236-993e-aba8acbdb50d/ING_EBZ_01_extratoenamebanktegoeden_tcm162-230415"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Om goed te begrijpen in hoeverre consumenten geneigd zijn deze extra besparingen uit te geven is een aantal zaken relevant om te bekijken:</p><ol><li>de verdeling van het extra geld over de huishoudens</li><li>de aard en omvang van het bedrag</li><li>economische belemmeringen om geld uit te geven in de praktijk</li></ol>"}},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"png","original":"https://assets.ing.com/m/f853e3226342c13/original/ING_EBZ_02_verdeling-banktegoeden_tcm162-230416.png","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/812cf448-8b4f-4cfe-bff5-46e0b9782684/ING_EBZ_02_verdeling-banktegoeden_tcm162-230416"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<div>De coronabesparingen zijn scheef verdeeld onder verschillende huishoudensgroepen, zo liet eerder <a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/kennis-over-de-economie/onze-economie/de-nederlandse-economie/publicaties/vooral-gedwongen-besparingen-tijdens-de-coronacrisis.html\">onderzoek van ING Research</a> zien. Uit ING-data blijkt dat huishoudens die een relatief hoog banktegoed hadden voorafgaand aan de crisis, het grootste deel van de toename van banktegoeden op hun rekening hebben bijgeschreven. Zo heeft 71% van de toename van de banktegoeden gedurende de coronacrisis plaatsgevonden bij de bovenste helft van de huishoudens. Waarschijnlijk zijn dit huishoudens met een hoger inkomen, vermogen en/of opleiding. Dit beeld wordt bevestigd door een recente <a href=\"https://www.dnb.nl/actueel/algemeen-nieuws/dnbulletin-2021/huishoudens-verwachten-overgrote-deel-coronabesparingen-niet-consumptief-te-besteden/\">enquête van DNB (2021)</a>, waarin Nederlandse huishoudens met hogere netto inkomens vaker dan lagere inkomens aangeven meer te hebben gespaard dan in 2019.</div>"},"title":"Grootste deel van de extra banktegoeden bij huishoudens die al vermogender waren"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>De verdeling van de coronamiljarden is zeer relevant omdat we weten uit de economische literatuur dat niet alle typen huishoudens een even grote geneigdheid hebben om extra geld op korte termijn uit te geven. Zo laten bijvoorbeeld <a href=\"https://www.researchgate.net/publication/332943695_Would_helicopter_money_be_spent_New_evidence_for_the_Netherlands\">Van Rooij en De Haan (2019)</a> zien dat Nederlandse huishoudens met een groter netto vermogen een kleiner deel van een meevaller uitgeven dan huishoudens met lagere vermogens. <a href=\"https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0165176520302603\">Drescher, Fessler &amp; Lindner (2020)</a> tonen hetzelfde aan voor Europese huishoudens met hogere inkomens. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat de urgentie om extra geld ook daadwerkelijk uit te geven verschilt tussen huishoudens met meer of minder geld. Huishoudens met een lager inkomen of een klein vermogen zullen eerder nog urgente uitgaven op de rol hebben staan dan hogere inkomens of vermogendere huishoudens waarvan alle (basis)behoeften al gedekt zijn. Bij deze tweede, ‘rijkere’ groep blijft er van extra inkomen eerder geld over.</p>\n<p><a href=\"https://web.stanford.edu/~pista/MPC.pdf\">Japelli &amp; Pistaferri (2014)</a> laten zien dat voor (Italiaanse) huishoudens de geneigdheid om een meevaller te consumeren afneemt op het moment dat huishoudens meer liquide middelen in bezit hebben. <a href=\"https://www.netspar.nl/assets/uploads/P20190610_MSc019_Wobben.pdf\">Wobben (2019)</a> maakt vanuit de andere invalshoek een vergelijkbaar punt. Hij kijkt naar de geneigdheid om te sparen, de directe tegenhanger van consumeren. Uit zijn onderzoek blijkt dat de geneigdheid van Nederlandse huishoudens om geld te sparen bij hoger opgeleiden groter is dan bij lager opgeleiden in het geval van een incidentele inkomensverandering. Aangezien hoger opgeleiden vaker een hoger inkomen verdienen en/of meer vermogen hebben, ondersteunt dit eveneens het idee dat beter bedeelde huishoudens een kleiner deel van een meevaller uitgeven.</p>"},"title":"Voor vermogende huishoudens is extra geld uitgeven niet zo urgent"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"png","original":"https://assets.ing.com/m/63d8435508dba985/original/ING_EBZ_03_aandeelbelevingsdiensten_tcm162-230417.png","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/20943a0b-5205-43ab-aa66-2b76f7690275/ING_EBZ_03_aandeelbelevingsdiensten_tcm162-230417"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Niet alleen de noodzaak voor rijkere huishoudens om extra uit te geven is minder, ook hun consumptiepatroon ziet er anders uit. Rijkere huishoudens besteden normaalgesproken relatief veel aan belevingsdiensten zoals recreatie, cultuur en horeca. Juist die bestedingen konden zij langere tijd niet doen. Dit type misgelopen consumptie is vaak veel lastiger in te halen dan misgelopen goederenconsumptie. Dat komt onder meer omdat er een tijdsdimensie verbonden is aan diensten. Zo gaat iemand die een jaar lang niet naar een restaurant is geweest, na zo&apos;n lockdownperiode niet ineens elke dag uit eten. Uitgestelde aankoop van een goed werkt anders: als iemand vanwege de coronacrisis de aankoop van een auto even op de lange baan heeft moeten schuiven, wordt deze later mogelijk alsnog aangeschaft. Het relatief hoge aandeel belevingsdiensten in het bestedingspatroon van de huishoudens die het meeste coronageld hebben, zorgt er naar verwachting voor dat een kleiner deel van de extra banktegoeden wordt uitgegeven dan gemiddeld.</p>"},"title":"Vermogendere huishoudens halen gemiste consumptie lastiger in"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Alleen al omdat het extra coronageld vooral bij vermogendere huishoudens zit, die geen sterke neiging hebben om een groot deel van hun extra besparingen uit te moeten of kunnen geven, betekent dat er op korte termijn relatief weinig van zal worden uitgegeven.</p>"},"title":"Beperkt deel coronageld zal snel gaan rollen omdat het scheef verdeeld zit"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"png","original":"https://assets.ing.com/m/4cab6958663e3353/original/ING_EBZ_04_tabel_MPCV2_tcm162-230418.png","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/0c2fd98c-92a6-4bc0-ab60-51d0ac91ec66/ING_EBZ_04_tabel_MPCV2_tcm162-230418"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>De ene pot met geld is de andere niet. Dat blijkt ook als we tal van onderzoeken bekijken naar hoe huishoudens reageren op inkomensschokken. Dan blijkt dat niet alleen de verdeling over de huishoudens, maar ook de aard van het geld invloed heeft op de beslissing van huishoudens om het wel of niet te laten rollen.Van invloed blijkt onder andere het antwoord op de volgende vragen:</p><ul><li>Is het een verwacht of onverwacht bedrag?</li><li>Is het een mee- of tegenvaller?</li><li>Is het een groot of klein bedrag?</li><li>Is het een incidenteel of een structureel bedrag?</li></ul><p><strong>Huishoudens geven groter deel uit van onvoorzien extra geld</strong><br />Allereerst is het van belang of huishoudens het extra geld wel of niet zien aankomen. Consumenten geven namelijk meer uit van onverwachte inkomensveranderingen dan van geld dat niet als een verrassing komt, zo blijkt uit onderzoek van <a href=\"https://www.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev.economics.050708.142933\">Japelli &amp; Pistaferri (2010)</a> naar Italiaanse huishoudens. Voor zover consumenten rationeel zijn en vooruitkijken over hun hele levensloop, sluit dit mooi aan bij de economische theorie. Dat zit zo. Als consumenten nu al weten dat ze in de toekomst meer geld te besteden zullen hebben, dan zullen ze gelijk al beginnen met meer uitgeven en hun uitgavenpatroon aanpassen. Zo kunnen ze het consumptiegenot over hun leven uitsmeren. Op het moment dat een  huishouden het extra geld daadwerkelijk ontvangt, verandert het uitgavenpatroon dus vaak niet of nauwelijks meer. Het geld dat tijdens de coronacrisis overbleef – bijvoorbeeld van geannuleerde vakanties en horecabezoeken – was niet voorzien. Dat betekent nu dat huishoudens een naar verwachting grotere geneigdheid tot uitgeven hebben dan gemiddeld.</p><p><strong>Huishoudens reageren zwakker op meevallers dan op tegenvallers</strong><br />Verder is het van belang of het een mee- of een tegenvaller betreft. Op positieve inkomensverrassingen reageren huishoudens namelijk minder dan op negatieve; dat blijkt uit onderzoek van onder andere Christelis, Georgarakos, <a href=\"https://academic.oup.com/ej/article-abstract/129/622/2322/5491296\">Jappelli, Pistaferri &amp; Van Rooij (2019)</a> en <a href=\"https://www.ecb.europa.eu/pub/economic-research/resbull/2021/html/ecb.rb210527~b7370d7722.en.html\">Christelis, Georgarakos, Jappelli, Kenny (2020)</a>. Bij meevallers wordt er gemiddeld minder extra uitgegeven dan er wordt bezuinigd bij een even grote tegenvaller. De verklaring voor het feit dat het gedragseffect voor mee- en tegenvallers niet even groot is, is als volgt: minder inkomen betekent voor een deel van de huishoudens dat er op uitgaven bezuinigd moet worden om het huishoudboekje sluitend te houden, terwijl extra inkomen niet per se betekent dat het extra geld ook uitgegeven moet worden. De extra spaartegoeden opgebouwd gedurende de coronatijd – voor veel Nederlandse huishoudens een financiële meevaller – zal men dus minder snel dan gemiddeld geneigd zijn om uit te geven.</p><p><strong>Grotere meevaller minder snel uitgegeven</strong><br />Hoe groot de financiële schok is, maakt ook uit. Onderzoek van <a href=\"https://academic.oup.com/ej/article-abstract/129/622/2322/5491296\">Christelis, Georgarakos, Jappelli, Pistaferri &amp; Van Rooij (2019)</a> en <a href=\"https://www.researchgate.net/publication/332943695_Would_helicopter_money_be_spent_New_evidence_for_the_Netherlands\">Van Rooij en De Haan (2019)</a> laat zien dat hoe groter de omvang van de meevaller is, des te minder Nederlandse huishoudens geneigd zijn deze meevaller uit te geven. De eerste paar euro’s van een meevaller zijn erg welkom om urgente consumptiewensen te vervullen waaraan het huishouden aanvankelijk niet kon voldoen, de extra euro’s die daar nog bovenop komen zijn minder nodig. Zodoende wordt van een grote meevaller een kleiner deel uitgegeven dan van een kleine. Vergelijken we de extra besparingen van Nederlandse huishoudens gedurende de coronaperiode (circa €2.700 per huishouden) met de inkomensschokken uit deze studies dan blijken de huidige gemiddelde bedragen per huishouden best groot. Dat betekent dat de omvang van de huidige besparing ervoor zorgt dat de geneigdheid om het extra geld uit te geven lager ligt dan gemiddeld.</p><p><strong>Consument reageert minder sterk op incidentele meevallers</strong><br />Verder doet het ertoe of de som geld, in dit geval een meevaller, incidenteel is of dat het een structurele meevaller betreft. <a href=\"https://www.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev.economics.050708.142933\">Japelli &amp; Pistaferri (2010)</a> laten zien dat structurele meevallers sneller worden uitgegeven dan incidentele meevallers. <a href=\"https://ifs.org.uk/publications/14533\">Kovacs, Rondinelli &amp; Trucchi (2019)</a> vinden dit ook voor inkomensverliezen van Nederlandse huishoudens in de recessies van 2008-2009 en 2011-2012. Voor huishoudens die enigszins rationeel vooruit kijken verhoogt een structurele meevaller het inkomen over de gehele levensloop flink, terwijl een incidentele meevaller (van gelijke omvang) het inkomen over de gehele levensloop maar een beetje verhoogt. Van een incidentele meevaller – zoals het coronageld – blijft zo bezien nog maar een klein deel over om direct te besteden. Dat betekent dat ook deze factor de geneigdheid om het extra geld uit te geven eerder afremt dan aanwakkert.</p>"},"title":"Coronabesparingen waren een onverwachte, grote en eenmalige meevaller"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Op de korte termijn bestaan er simpelweg capaciteitsbeperkingen, die huishoudens in hun mogelijkheden belemmeren om al hun gewenste consumptie-uitgaven ook daadwerkelijk te doen. Deze capaciteitsbeperkingen spelen altijd op het moment dat de economie herstelt van een recessie. Denk bijvoorbeeld aan een gebrek aan geschikte arbeidskrachten. Nu – in de fase van de coronacrisis waarin de contactbeperkingen minder zijn dan voorheen – zijn er ook specifieke belemmeringen. Consumenten zullen bepaalde diensten erg gemist hebben en daar, nu het weer kan, vrij massaal weer gebruik van willen maken. Kort na de opheffing van de contactbeperkingen kunnen er bijvoorbeeld te weinig tafels beschikbaar zijn in de horeca voor iedereen die graag uit eten wil of onvoldoende vakantie-accommodaties om aan alle vraag naar weekendjes weg te voldoen.</p>"},"title":"Capaciteitsbeperkingen beperken extra consumptie"},{"alignedImage":{"position":"bottom","extension":"png","original":"https://assets.ing.com/m/4b99abec781a76a3/original/ING_EBZ_05_dienstenconsumptie_tcm162-230419.png","transformBaseUrl":"https://assets.ing.com/transform/2a4a5ef2-0e53-43bd-bec5-ed3d7048487d/ING_EBZ_05_dienstenconsumptie_tcm162-230419"},"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p>Tegelijkertijd zal er lang niet voor alle gemiste uitgaven een inhaaleffect plaatsvinden. Sommige consumentenaankopen (veelal diensten) laten zich namelijk moeilijk of zelfs onmogelijk inhalen. Zo zullen huishoudens niet veel vaker naar de kapper gaan, ook niet als ze lange tijd niet naar de kapper zijn geweest. De behoefte van een consument aan een extra knipbeurt is direct verdwenen als zijn haar net geknipt is. Daar komt nog bij dat dienstenconsumptie vaak tijd kost. Filmliefhebbers zullen blij zijn dat ze weer naar de bioscoop kunnen, maar weinigen zullen voldoende tijd beschikbaar hebben om extra bezoekjes aan bioscoop te brengen.</p><p>Tijdens de coronacrisis is juist de verkoop van diensten harder geraakt dan van goederen. Onderzoek van Beraja en Wolf (2021) in de VS laat zien dat het herstel na een recessies waarin vooral de diensten zijn teruggevallen zwakker is dan na recessies waarin er vooral minder (duurzame) goederen zijn geconsumeerd. Deze uitkomsten wijzen ook in de richting van een lage(re) geneigdheid onder huishoudens om na de coronacrisis, die we als dienstenrecessie mogen typeren, hun extra besparingen uit te geven.</p>"},"title":"Grote aandeel van diensten belemmert mogelijkheid om uitgaven in te halen"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<div>De mate waarin extra geld snel wordt besteed, is dus van veel factoren afhankelijk. Schattingen van de gemiddelde marginale geneigdheid om te consumeren voor Nederlandse huishoudens uit het verleden variëren veelal tussen de 15% en 33% en komen vaak in de buurt van de 30% (zie <a href=\"https://www.ecb.europa.eu/pub/economic-research/resbull/2021/html/ecb.rb210527~b7370d7722.en.html\">Christelis, Georgarakos, Jappelli, Kenny (2020)</a>, <a href=\"https://academic.oup.com/ej/article-abstract/129/622/2322/5491296\">Christelis, Georgarakos, Jappelli, Pistaferri &amp; Van Rooij (2019)</a>, <a href=\"https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0165176520302603\">Drescher, Fessler &amp; Lindner (2020)</a>, <a href=\"https://www.researchgate.net/publication/332943695_Would_helicopter_money_be_spent_New_evidence_for_the_Netherlands\">Van Rooij en De Haan (2019)</a>). De 30% uit de literatuur is weliswaar laag in internationaal perspectief, maar waarschijnlijk hoger dan we mogen verwachten in de huidige situatie. De economische literatuur geeft ons een flink aantal redenen om te denken dat in de herstelfase van de coronacrisis de geneigdheid om extra geld te consumeren een stuk lager zal uitvallen dan gemiddeld en dat consumenten dus lang niet alle extra besparingen zullen uitgeven. Vooral het feit dat de extra banktegoeden vooral op rekening staan van vermogendere huishoudens kunnen we bestempelen als een belangrijke reden hiervoor. Een recente <a href=\"https://www.dnb.nl/actueel/algemeen-nieuws/dnbulletin-2021/huishoudens-verwachten-overgrote-deel-coronabesparingen-niet-consumptief-te-besteden/\">DNB-enquête (2021)</a> uit juni laat zien dat huishoudens 14% van de extra besparingen denken te gebruiken voor consumptie. Zetten we alle relevante argumenten op een rij, dan verwacht ING Research dat Nederlandse huishoudens gemiddeld hooguit een kwart van de extra besparingen zullen uitgeven.</div>"},"title":"Hooguit een kwart van de coronabesparingen op korte termijn uitgegeven"},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><strong>BOX: In hoeverre worden extra coronabesparingen op korte termijn uitgegeven?</strong></p><p><strong>Indicatie op basis van economische literatuur over inkomensschokken</strong></p><p>Om de verwachte effecten van de extra besparingen gedurende de coronatijd zo goed mogelijk te kunnen inschatten, hebben we relevante literatuur over inkomensschokken geraadpleegd. Weliswaar kregen de meeste huishoudens tijdens de coronacrisis niet daadwerkelijk extra inkomen, maar aangezien er voornamelijk onbedoeld minder geld werd uitgegeven, toen sommige producten en diensten tijdelijk minder makkelijk konden worden aangeschaft of zelfs geannuleerd werden, vertoont de resulterende extra inleg op bankrekeningen een goede gelijkenis met een positieve inkomensschok. Voorbeelden uit de literatuur van zulke inkomensschokken voor huishoudens zijn helikoptergeld (d.w.z. een cadeautje van de centrale bank), plotse loterijwinst of een eenmalige gift van de overheid. Dit zijn allemaal inkomensschokken die huishoudens overkomen en dus onvoorzien zijn. Veranderingen in inkomen als gevolg van weloverwogen eigen keuzes, zoals wel of niet of meer of minder werken, vallen daar niet onder.</p><p>De coronacrisis en bijbehorende contactbeperkingen zijn naar verwachting van beperkte duur en de extra besparingen daarom incidenteel. Daarom kijken we voornamelijk naar studies over de effecten van incidentele meevallers in het inkomen. De onderzoeken laten zien dat er een duidelijk verband bestaat tussen kenmerken van huishouden en de geneigdheid tot uitgeven (of het tegenovergestelde, namelijk sparen). We kijken bij voorkeur naar studies die gegevens van Nederlandse huishoudens gebruiken, maar putten soms uit onderzoeken op basis van gegevens in andere hoogontwikkelde economieën.</p>"}},{"componentType":"paragraph","richBody":{"value":"<p><a href=\"https://www.ing.nl/zakelijk/kennis-over-de-economie/index.html\">Kennis over de economie</a><br /><a href=\"https://twitter.com/INGnl_economie\">Volg ons op Twitter</a></p>"},"title":"Meer weten?"},{"accordionList":[{"richBody":{"value":"<p>Disclaimer Deze publicatie is opgesteld door de ‘Economic and Financial Analysis Division’ van ING Bank N.V. (‘‘ING’’) en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Deze publicatie is louter informatief en mag niet worden beschouwd als advies in welke vorm dan ook. ING betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om er voor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. De informatie in deze publicatie geeft de persoonlijke mening weer van de Analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de Analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Niets in deze publicatie mag worden gereproduceerd, verspreid of gepubliceerd door wie dan ook voor welke reden dan ook zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ING. Alle rechten zijn voorbehouden. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, houdt kantoor aan Bijlmerdreef 106, 1102 CT te Amsterdam, Nederland en is onder nummer 33031431 ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Voor nadere informatie omtrent ING policy zie https://research.ing.com/. De tekst is afgesloten op 10 november 2021</p><p>Analist: <a href=\"mailto:Marten.van.Garderen@ing.com\">Marten van Garderen</a></p>"},"title":"Disclaimer"}],"componentType":"accordion"},{"componentType":"linkList","iconTitle":{"title":"Kennis over de economie"},"textLinks":[{"text":"Onze economie","url":"/zakelijk/economie"},{"text":"Jouw sector","url":"/zakelijk/sector/all-sectors"}]}]},"hasMacro":false,"id":"34118c33-6f66-48d6-b2d9-69cae9852484","localeString":"nl-NL","mainHeaderZone":{"backLink":{"textLink":{"text":"De Nederlandse economie","url":"/zakelijk/economie/nederland"}},"componentType":"editorialHeader","coreHeader":{"body":"De tegoeden op bankrekeningen van Nederlandse huishoudens zijn sinds het uitbreken van corona fors toegenomen. Nederlanders zetten zo’n €22 miljard meer opzij dan ze normaal gesproken zouden doen. Nu huishoudens weer ruimer de mogelijkheid hebben om geld uit te geven en het economisch herstel weer is ingezet, is de vraag: gaan consumenten die extra coronamiljarden op hun bankrekening dan ook massaal uitgeven?\r\n\r\nDat ligt niet voor de hand. Vooral omdat het extra geld voor een groot deel in handen is van de rijkere huishoudens, die er een relatief beperkt deel van uitgeven. Naar schatting van ING Research zal hooguit een kwart van de coronabesparingen op korte termijn worden uitgegegeven.","subtitle":"Extra geld grotendeels in handen van de rijkere huishoudens die er relatief weinig van uitgeven","title":"Hooguit een kwart van de extra coronabesparingen gaat gelijk weer rollen"},"date":"2021-11-11","readingTime":10},"publishDate":"2025-07-23T18:45:34.690+02:00"}}